Woensdag 29/01/2020

Column Paul De Grauwe

Wat bewezen moest worden: het land werkt niet

Paul De Grauwe. Beeld rv

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Hoe langer de onderhandelingen duren, hoe meer ik mij de vraag stel waarom het zo moeilijk is een regering te vormen. Wanneer je naar de economische, sociale en politieke werkelijkheid kijkt, is er vandaag eigenlijk geen reden waarom die onderhandelingen zo lang moeten aanslepen. In feite zijn de objectieve voorwaarden aanwezig die een regeringsvorming vandaag gemakkelijk moeten maken.

Om te beginnen is er een ruime consensus bij de mensen over wat de prioritaire doelstellingen zouden moeten zijn van de politiek. Tewerkstelling, gezondheidszorg, pensioenen, klimaat en milieu, armoede, mobiliteit en openbaar vervoer, veiligheid thuis en op straat. Dat zijn de bekommernissen die de meeste mensen hebben. Het is ook wat haast alle partijen in hun programma hebben staan en waarover ze beloftes hebben gemaakt.

Ze hebben allen beloofd voor meer tewerkstelling te zullen zorgen. Ze willen allen ons pensioenstelsel veiligstellen en een kwalitatief hoogstaande gezondheidszorg garanderen. Het klimaat en het milieu hebben misschien niet dezelfde prioriteit bij alle partijen, maar toch willen ze er allen iets aan doen. De mobiliteit of het gebrek eraan brengt ook de meeste partijen ertoe om voorstellen te formuleren om dat probleem aan te pakken, en onvermijdelijk willen ze ook het openbaar vervoer verbeteren. Veiligheid krijgt bij alle partijen de nodige aandacht. Kortom, de problemen die de mensen opgelost willen zien, zijn ook de problemen die de meeste partijen in hun programma hebben opgenomen en waarover ze oplossingen hebben voorgesteld.

De hinderpalen bij de huidige politieke onderhandelingen hebben dus weinig te maken met fundamentele verschillen in de diagnose van de sociaal-economische problemen en de oplossingen die de partijen naar voor schuiven. Natuurlijk zijn er verschillen in het belang dat elk van die partijen aan de gestelde problemen geven. Ook is er een verschil in aanpak. Maar redelijke mensen die erop uit zijn de bekommernissen van de mensen tegemoet te komen en het algemeen belang te dienen, zouden hierover gemakkelijk compromissen moeten kunnen sluiten.

Misschien is de hinderpaal te vinden in de budgettaire restricties die meer dan vroeger de politici zouden dwingen keuzes te maken. Hierdoor zou het moeilijker worden om akkoorden te sluiten. De werkelijkheid is echter dat de budgettaire restricties vandaag minder streng zijn dan tien of twintig jaar geleden. Dat heeft alles te maken met de nieuwe situatie van historisch lage rentevoeten. Deze heeft tot gevolg dat de schuldratio (de verhouding van de overheidsschuld tot het BBP) vanzelf daalt als het primair saldo van de begroting ongeveer in evenwicht is (wat vandaag het geval is). Met andere woorden: de lage rentevoeten zorgen ervoor dat de overheidsschuld (de teller) minder snel stijgt dan het BBP (de noemer) zonder dat drastische saneringsoperaties nodig zijn. In zekere zin zitten de onderhandelaars in een budgettaire zetel die het maken van compromissen gemakkelijker zou moeten maken dan vroeger. Waarom gebeurt dit dan niet?

We komen nu tot de kern van het probleem dat alles te maken heeft met een instabiele staatsstructuur. De opeenvolgende staatshervormingen hebben twee kwaadaardige effecten gehad. Ten eerste hebben ze ertoe geleid dat er geen politieke partijen meer bestaan in België die het hele land overspannen. Dit heeft een dynamiek gecreëerd waarbij politieke partijen die het andere deel van het land uitschelden en betichten van allerlei complotten politiek niet meer afgestraft worden. En zo zien we dat langs beide zijden van de taalgrens partijen zich gespecialiseerd hebben in het creëren van elkaars vijandbeeld. Het is voor die partijen bijzonder moeilijk om compromissen te sluiten op het federale vlak. Want hoe kan je terugkeren naar je eigen kiezers met een compromis wanneer je jarenlang herhaald hebt dat compromissen met de duivel uitgesloten zijn?

Ten tweede werden die staatshervormingen niet geïnspireerd door een bekommernis om de instellingen te verbeteren zodat de federale en deelstaatregeringen beter zouden functioneren. Het tegendeel is gebeurd. Die instellingen werken minder en minder goed. We zien het op het vlak van het klimaatbeleid, geluidsnormen rond de nationale luchthaven, de politiek rond het aantal geneeskunde studenten, enzovoort.

Het doel van die staatshervormingen was politiek. Ze werden gedreven door politici die een politieke agenda van onafhankelijkheid nastreefden. Slecht werkende instellingen werden een middel om dat doel te bereiken. Zo kon aangetoond worden dat dit land onbestuurbaar is. Het doel lijkt bereikt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234