Vrijdag 18/10/2019

Opinie Manu Claeys

Wat als we nu eens gingen samenwerken?

Manu Claeys. Beeld rv

Manu Claeys is de voorzitter van stRaten-generaal en auteur van Red de democratie! (2018) en Pleidooi voor een klimaatintendant (2019).

Sinds 1992 registreert de Eurobarometer overal in Europa een brede onvrede met de werking van de democratie. Het verlangen naar sterke leiders die simpele antwoorden formuleren op complexe vragen nam toe. Termen als foertstem, populisme, anti-establishment, elite en zondebokken maakten opgang in politicologische kringen. Na de recente verkiezingen van 26 mei gaf Jean-Marie Dedecker één verklaring voor de winst van het Vlaams Belang: hij stak zijn middelvinger op.

Een foertstem is vlug gegeven, want bij verkiezingen stemmen we emotioneel, met onze buik. Stemkeuzes worden nauwelijks bepaald door een redelijk afwegen van voor- en nadelen. Onderzoek toonde dat inmiddels uitgebreid aan. Ook sterke leiders in spe beseffen dat mikken op de emoties meer kan opleveren dan het formuleren van effectieve beleidsmaatregelen. En omdat verkiezingen in essentie een nulsomspel zijn – met onvermijdelijk naast winnaars altijd ook verliezers – moedigt het steeds weer reduceren van de democratie tot een aanbod van electorale strategieën die politieke houding nog aan. Zeker in tijden van toegenomen partijconcurrentie en sociale media.

Verkiezingen worden weleens het ‘feest van de democratie’ genoemd, maar feestelijk is de sfeer van langsom minder. Burgers zien hoe politici die jarenlang samen bestuurden in campagnetijden plots ruzie beginnen te maken, uit strategische overwegingen. Ze merken hoe kandidaat-verkozenen zich inspannen om negatieve percepties te creëren over conculega’s. Politicologen en journalisten hebben het over het conflict als noodzakelijke brandstof voor de democratie, maar die analyse wordt problematisch wanneer het beeld van de democratie gaat samenvallen met provoceren, polariseren, het creëren van vijandbeelden en het voeden van de foert.

Overleg tussen besturen en burgers

Verkiezingen alleen volstaan niet om een democratie op te bouwen. Er is ook structureel overleg nodig tussen besturen en burgers om gedragen beleid te maken én het beeld neer te zetten dat er ‘wordt geluisterd’ – wat iets anders is dan het eigengereid interpreteren van verkiezingssignalen. Dat veronderstelt een bredere kijk op de democratie, met ruimte voor velerlei vormen van burgerbetrokkenheid en een ruimere invulling van politiek burgerschap dan het loutere kiezen om de zoveel jaar.

In de vorige eeuw, toen de klassieke partijen het nog voor het zeggen hadden, gebeurde dat overleg met het verzuilde middenveld. Dat landschap bestaat niet meer. Vandaag zijn de burgers ontvoogd, en zo ook het middenveld, dat niet langer werkt rond een all-inpakket op maat van een partij maar rond thematische belangen. In Antwerpen stonden naar aanleiding van de Oosterweel-discussie steeds meer actiegroepen en burgerbewegingen op, ijverend voor een leefbare stad. Het klassieke middenveld was afwezig in die discussie, de klassieke politieke partijen wisten niet hoe hiermee om te gaan. De nieuwere partijen zochten zonder uitzondering wel allianties met dat nieuwe middenveld – Groen, PVDA en Vlaams Belang vanuit de oppositie, N-VA vanuit het beleid. Individuele politici uit de klassieke partijen deden dat overigens ook, tegen de marsorders van hun partij in.

Cocreatie

Vanuit die veranderde relatie politiek-middenveld kan een nieuwe bestuurlijke samenwerking met civil society groeien, die niet één op één verloopt tussen partij en middenveld, maar plaatsvindt in een breder verband. Het georganiseerde middenveld krijgt dan een plek aan de beleidsvoorbereidende tafel, naast ambtenaren en experten. Het gaat om een cocreatieve invulling van burgerparticipatie, niet om een ‘voor wat’ (het aanleveren van stemmen) ‘hoort wat’ (het inwilligen van eisen).

In de tweede helft van de vorige eeuw ontstond een eerste soort van burgerparticipatie: de inspraak. Je mocht ‘reageren’ tijdens infoavonden, in enquêtes en openbare onderzoeken, bij consultaties en volksraadplegingen. Dat alles om de kloof tussen politici en burgers te dichten. Sinds de jaren negentig wordt geëxperimenteerd met een tweede soort burgerparticipatie: de cocreatie in bijvoorbeeld burgerpanels of werkbanken. Daar wordt de stap gezet van consulteren naar samenwerken. Wat we in dat verband in Antwerpen binnen het kader van het Toekomstverbond doen rond mobiliteit, stadsontwikkeling, milieu en gezondheid, kan elders en breder ook gebeuren voor pakweg armoede, klimaat, pensioenregeling, migratie of energie.

Ik ben ervan overtuigd dat de meeste burgers ‘samenwerken’ voor ogen hebben bij het verbeelden van een ideale democratie. En niet het in stand houden van permanente conflicten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234