Donderdag 16/09/2021

OpinieTim Soens

Wat aan de Vesder gebeurde, was geen ‘natuurramp’: dit is het gevolg van menselijke beslissingen

Brouck is een van de zwaarst getroffen wijken na de overstromingen van de Vesder. Beeld Photo News
Brouck is een van de zwaarst getroffen wijken na de overstromingen van de Vesder.Beeld Photo News

Tim Soens is milieuhistoricus aan het Centrum voor Stadsgeschiedenis, Universiteit Antwerpen.

“Een ongeziene natuurramp”, zo klonk het in de 21 juli-toespraak van Koning Filip. En minister van Binnenlandse Zaken, Annelies Verlinden sprak zelfs over “een van de grootste natuurrampen die ons land ooit gekend heeft”. Maar heeft het wel zin om de dramatische juli-overstromingen als natuurramp te bestempelen? Het label ‘natuurramp’ suggereert dat de oorzaak van de ramp ergens buiten de mens ligt, bij hogere krachten die aan menselijke controle ontsnappen en beurtelings als God, het Noodlot, Gaia of het Klimaat geïnterpreteerd worden.

In Acts of God, een twintig jaar oude rampengeschiedenis van de Verenigde Staten, doorprikt de Amerikaanse historicus Ted Steinberg deze framing resoluut als een excuus voor beleidsmakers om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Niet de natuur, maar heel concrete menselijke beslissingen en processen liggen aan de basis van alle zogenaamde ‘natuurrampen’.

Steinberg ziet daarbij drie belangrijke mechanismen aan het werk. Allereerst is er de rol van infrastructuurwerken, van land- en waterwegen over dijken en riolering tot elektriciteitsnetwerken en gasleidingen. Deze maken gebieden bereikbaar en bewoonbaar die daar eigenlijk niet voor geschikt waren.

Daarnaast konden verzekeringen en dan vooral de door de overheid ingerichte ‘rampenfondsen’ de opportuniteitskost om zich in risicovol gebied te vestigen aanzienlijk verlagen. Bij natuurextremen had men voortaan de garantie dat de materiële schade werd vergoed. Maar zelfs al waren de risico’s gedekt, niet iedereen verhuisde vrijwillig naar kwetsbare gebieden. Door armoede of gebrek aan alternatief, zagen mensen vaak geen andere optie dan zich op plekken te vestigen waarvan ze wisten dat het risico op overstroming, droogte of zelfs aardschok groot was.

Roekeloos rivierbeheer

Ook de overstromingen en aardverschuivingen die de voorbije weken België, Duitsland en Nederland teisterden waren geen natuurrampen. Allereerst omdat de hevige regenval en alle andere steeds intensere en steeds sneller terugkerende weerextremen alleen door een door de mens veroorzaakte klimaatverandering kunnen worden verklaard. Maar ook omdat er een duidelijk verband is tussen de ramp vandaag en tweehonderd jaar roekeloos rivierbeheer, waarbij rivieren getransformeerd werden in snelwegen voor water.

Ironisch genoeg liep het deze keer mis in het oude hartland van de Belgische industriële revolutie. De snelstromende bijrivieren van de Maas waren al voor 1800 een gedroomde bron van waterkracht voor het aandrijven van watermolens die textielmachines, smeedhamers, blaasbalgen of boormachines in werking zetten. Een oude smidse op een eilandje in de Vesder bij Chaudfontaine groeide al gauw uit tot keizerlijke wapenfabriek voor de legers van Napoleon. En stroomopwaarts in Verviers was het zurige water van diezelfde Vesder ideaal voor het ontvetten en verven van de wol, die vanaf 1799 gesponnen werd op de spinnewielen van de Engelsman William Cockerill.

De introductie van de stoommachine in 1816 leidde tot een wildgroei aan textiel- en metaalfabrieken overal in de smalle vallei van de Vesder. Stoommachines hadden water nodig en dus vestigde men zich in de enige ruimte die in de vallei beschikbaar was: de weilanden langsheen de Vesder, waar vanaf 1842/43 ook de spoorlijn Luik-Verviers doorheen slingerde. Wat dat betekende voor het overstromingsrisico zien we vandaag in plaatsen als Brouck, een volledig ondergelopen wijk van Trooz. Net als alle andere ‘broeken’ – van Broek-zele (Brussel) tot Broe-chem – een natte, overstromingsgevoelige plaats op de linkeroever van de Vesder, waar in de achttiende eeuw enkele huizen stonden.

Aan de overkant, in Prayon, bevond zich een groot meersgebied dat het snel wassende water van de Vesder kon opvangen, wanneer elk jaar de sneeuw op de Hoge Venen begon te smelten of bij een sporadisch zomeronweer. Prayon werd echter uitgekozen als locatie voor een nieuwe zinksmelterij, de Nouvelle Montagne, naar analogie met de Vieille Montagne (vandaag Nyrstar) in Luik. Brouck werd uitgebouwd tot cité voor de arbeiders. Cockerill, Prayon, Boël, Bioley… in de Vesder-vallei werden in de negentiende eeuw fortuinen verdiend.

Onregelmatig debiet

Het overstromingsrisico vormde ook voor de fabriekseigenaren een probleem, al waren ze vooral beducht voor het periodieke tekort aan water door het onregelmatige debiet van de rivier. Al in de jaren 1860 werd in de Belgische Kamer gedebatteerd over de schadelijke impact die ontginningen op de Hoge Venen hadden op de watertoevoer in de Vesder, met veel minder water in droogteperiodes en een verdubbeling van de debieten bij overstromingen. Een kanalisatie van de Vesder werd bestudeerd, maar uiteindelijk kwam men tot stuwdammen als aangewezen technofix, en in 1878 kon koning Leopold II de stuwdam op de bijrivier Gileppe plechtig inhuldigen. De Belgische Staat financierde alles. Langsheen de Vesder dienden eenvoudige watermuren het overstromingswater op te vangen.

Waren er dan voor de industrialisatie nooit overstromingen in de Vesder? Toch wel, elk jaar zelfs. En hoewel het landschap maximaal was ingericht op de opvang van overstromingswater, kon men toch niet verhinderen dat af en toe een brug of een gebouw werd meegesleurd. In de Luikse Sint-Pauluskathedraal werd op een zuil aangegeven hoe hoog het water kwam tijdens de hoogste overstromingen van de Maas: in 1571, 1740 en 1926. Dat daarbij slachtoffers vielen, was echter zeldzaam. Lokale bronnen noteren vol afschuw hoe bij een overstroming van de Vesder in 1763 het lichaam van een vrouw uit Limbourg in Fraipont aanspoelt. De aandacht voor de ongelukkige vrouw bewijst dat rivieroverstromingen waarbij tientallen doden, laat staan honderden, vallen zeldzaam tot zelfs onbestaand waren.

Vandaag hebben de metaal- en textielfortuinen de Vesder al lang verlaten, hoewel ze soms verder leven in industriële concerns elders ter wereld. Een enkel bedrijf is gebleven. De waterfabriek van Chaudfontaine, overgenomen door Coca-Cola, bevindt zich nog steeds op de oude overstromingsvlakte op de rechteroever van de Vesder. De arbeiders-cités zijn ook gebleven, kwetsbaarder dan ooit. De verlaten fabrieksterreinen zomaar teruggeven aan het water is een utopie: de bodem van een voormalige zinksmelterij of textielververij is doorgaans zwaar verontreinigd, al is de specifieke ‘zinkflora’ ook niet zonder ecologische waarde.

In de vallei van de Vesder wordt België vandaag geconfronteerd met de erfenis van zijn industrieel verleden. Dat die erfenis sociaal en ecologisch gitzwart is, wisten we al langer. Nu blijkt ze ook te bestaan uit een risicovolle omgang met rivieren, die door de klimaatverandering op scherp wordt gesteld. Het was de overheid die in de negentiende eeuw door spoorwegen, concessies en stuwdammen de mogelijkheid schiep om de Vallei te industrialiseren. Ook nu zal naar diezelfde overheid gekeken worden om een duurzaam watersysteem tot stand te brengen, in een door het verleden zwaar beladen omgeving.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234