Zondag 17/11/2019
Mark Elchardus. Beeld rv

Column Mark Elchardus

Wat 30 jaar na de val van de Muur vooral opvalt is de toenmalige naïviteit van de verwachtingen

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen.

Dag op dag dertig jaar geleden opende de Berlijnse Muur. Een paar maanden later was ik in Berlijn. Samen met een collega zouden we adviseren bij het heroriënteren van het departement sociologie van de Humboldt Universiteit. Al snel bleek dat men vooral de collega’s die voor het Ministerium für Staatssicherheit, de Stasi, hadden gewerkt zo snel mogelijk aan de deur wilde zetten. Werken voor de Stasi doet denken aan verraad, kerkers en foltering. In de praktijk ging het vaak om niet te vermijden contact met de staatsveiligheid of een verplichte debriefing na een verblijf in het buitenland. Dat was nu echter voldoende om uitstaande rekeningen in het na-ijverige academische milieu contant te laten betalen.

De sociologiestudenten waren onze boeiendste gesprekspartners. Het Westen afkeuren durfden ze niet. Zij stelden balansen op en, in tegenstelling tot de neoliberale tijdsgeest, belandde al het negatieve niét aan één kant. Zij wezen, aarzelend, op de voordelen van hun systeem. Meer zekerheid en solidariteit, maar ook, meer soberheid. ‘Waarom dat felle licht op de Kurfürstendamm?’, vroeg een van hen. Dat had me in Oost-Berlijn al altijd getroffen, het schemerduister, het gebrek aan licht, de ondermaatse ampullen in lelijke lusters. Een kwarteeuw eerder, toen ik als reddingszwemmer werkte in het zwembad van Tempelhof in West-Berlijn, ging ik geregeld door Checkpoint Charlie en de Friedrichstrasse tot aan het Pergamonmuseum. De Friedrichstrasse was toen een sombere straat en het museum baadde permanent in het halfduister. De studenten pleitten voor dat soort gedempte samenleving. In hun ogen was het Westen te schril.

Mijn collega en ik waren getuige van hoe die overgang van een gedempte naar een schrille samenleving zich zienderogen voltrok. Op de benedenverdieping van het appartementsgebouw waar we logeerden, hadden we bij aankomst een winkel opgemerkt: grijs, desolaat, weinig licht en nog minder producten. Een karikatuur haast van wat men zich voorstelt bij communisme op de rand van rantsoenering. Vanaf de tweede dag werd er druk gewerkt. Een westerse keten had de zaak overgenomen en een legertje vakmensen timmerde razendsnel aan die Wende, de kering van de winkel. Kleurige borden werden opgehangen. Het werd licht. Rekken werden rijkelijk gevuld. De keuze tussen tien soorten yoghurt bereikte deze desolate rand van Oost-Berlijn.

Transitie

De regimewissel was overal. Een groep Aziatische sovjetsoldaten, geflankeerd door hun Russische officieren, slenterde als toeristen een laatste keer over Unter den Linden. Het was nu mogelijk onder de Brandenburger Tor door te lopen. We deden het bij valavond en vrieskou en werden aangeklampt door Duitse en Russische soldaten die parafernalia van het oude regime en het leger verkochten. Kisten vol militaire en burgerlijke onderscheidingen. Hier eindigden ze dan, die tekenen van waardering. Aangezien we er een paar kochten, waren we misschien ook geïnteresseerd in dit flamboyante gala-uniform van een generaal. Prachtig voor carnaval, werd ons verzekerd.

Is een regimewissel, als men hem op mensenhoogte meemaakt, altijd zo ontluisterend en triestig?

Het ging nochtans om een belangrijke transitie. Later dat jaar werd Duitsland herenigd, meteen in een muntunie en in eenzelfde verzorgingsstaat. Immense inspanningen werden geleverd om van het geheel zo snel mogelijk één land te maken, economisch, sociaal en politiek. In de jaren negentig werd jaarlijks bij de 40 procent van het bbp in het oosten geïnvesteerd. Jaar na jaar gingen grote fiscale transfers van west naar oost. Toch blijven vandaag grote verschillen bestaan. In 2019 bedroeg de werkloosheid in het westen 4,9 procent, in het oosten 7,1 procent. Met het gevolg dat de beter geschoolden westwaarts trekken, 13 procent van de bevolking van het voormalige Oost-Duitsland sedert 1990, een pijnlijke braindrain. De verschillen krijgen ook een steeds duidelijker politieke uitdrukking, met het succes van de extremen, links en rechts, in het oosten.

Wat 30 jaar na datum vooral opvalt is de toenmalige naïviteit van de verwachtingen. Niet alleen wat betreft de hereniging van Duitsland. De “val” van de muur werd beschouwd als een extra bevestiging van het einde van de geschiedenis: de overtuiging dat de wereld zou convergeren naar markteconomie, liberale democratie en het trivialisering van natiestaten. Het lijkt vandaag onwaarschijnlijk dat men dat ooit kon geloven.

Het waren niet onze beste dertig jaren. Zowat alles werd instabiel. Het waren wel bijzonder leerrijke jaren. De wereld is volwassener geworden. En hoe men het ook draait of keert, die klimaatjongeren van vandaag lijken, net als die Berlijnse studenten van weleer, te pleiten voor een wat minder schrille, meer gedempte samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234