Dinsdag 16/07/2019

Opinie

Waarom ‘zwembadterreur’ een gevaarlijk woord is

Hilde Sabbe Beeld Tim Dirven

Hilde Sabbe is lid van het Brussels Parlement namens one.brussels-sp.a.

Ook de journalistiek heeft zo haar tradities. Donkere wintermaanden geven aanleiding tot artikels over winterdepressie, in het voorjaar duiken diëten op, en in de zomer krijg je de zwembadrelletjes. Mét de vaststelling dat de berichtgeving over die laatste dit jaar wel bijzonder kwaadaardige vormen aanneemt, en dreigt te ontsporen in een regelrechte haatcampagne. Of zoals mijn vriend Yassine Boubout het op Twitter uitdrukt: “Blijkbaar heeft elk seizoen zijn racisme.”

Viel ‘het kwaad’ geografisch eerst nog veraf te situeren, het kwam met de dag dichterbij, als het onheilspellend geroffel van aanrollende donder. Vooral de populaire pers hield het ritme erin, met dag na dag alarmerende berichten over ‘amok in Duitse zwembaden’, gevolgd door artikelen over ‘herrieschoppers in Franse zwembaden’, als een golf die ons dreigde te overspoelen. ‘Terreur in Koewacht’ bracht het euvel al dichter bij de grens, en het duurde niet lang voor ons land aan de beurt was. Hofstade, Gent, Sint-Niklaas en Oostende werden het decor voor verhalen over overlast, opstootjes, en de occasionele vechtpartij.

Wíe de amokmakers zijn, daarover liet men geen twijfel bestaan. In de eerste golf van berichten ging het nog onverbloemd over ‘Marokkanen’. Dat men hiermee in België geboren jongeren bedoelt, mocht geen beletsel zijn. (Hoelang moet een mens hier nu moet wonen om het predicaat Belg te verdienen, en waar dienen al die inburgeringscursussen voor als je toch eeuwig Marokkaan blijft?) Vervolgens werd de term ‘allochtone’ jongeren van stal gehaald, en nu zijn het overal – behalve bij de openbare omroep die een pluim verdient voor neutrale en objectieve berichtgeving – ‘Brusselse’ jongeren. Als hun vertegenwoordiger in het parlement voel ik de noodzaak het voor hen op te nemen.

Geen criminele feiten

Ga ik nu beweren dat er niks aan de hand is? Zeker niet. Het is zomer, en vakantie, en warm, en dat betekent dat enerzijds het testosterongehalte bij jonge mannen stijgt, en anderzijds onze tolerantie voor de medemens afneemt. Bommetjes maken in het zwembad, klieren, beetje treiteren of uitdagen: het is niet leuk, het is ongepast gedrag, het bederft het voor de anderen. Maar de warmte zorgt er ook voor dat we sneller geërgerd raken. In de zomer leveren we allemaal een beetje in op privacy en claimen we massaal de openbare ruimte. Zou het kunnen dat sommigen van ons ook nog extra lichtgeraakt en wantrouwig zijn als we ‘vreemdelingen’ bespeuren in ons vertrouwde zwembad? In Brussel val je niet meer op als je een andere huidskleur hebt, in Vlaanderen helaas nog altijd wel.

Gelukkig zijn er tot nu toe geen criminele feiten gepleegd. Bovendien wordt er meestal ook adequaat gereageerd en helpen de getroffen maatregelen. Nergens ontspoort het. Maar die realiteit vind je niet terug in de toon en de sfeerschepping waarmee over de reeks incidenten wordt bericht. Opvallend is de vaagheid van de verslaggeving. Jongeren, zo lezen we meestal, “vallen badgasten en redders lastig”. Het gebrek aan concrete feiten draagt bij tot een sfeer van verdachtmaking en naamloos onheil.

Het taalgebruik dat daarbij wordt gehanteerd, is buiten alle proportie en verwijst naar veel zwaardere feiten. ‘Terreur’ en ‘terroriseren’ zijn in deze context geen onschuldige woorden, maar doelbewuste overdrijvingen die de harten en geesten van burgers vergiftigen.

Beeld Thomas Nolf

De berichtgeving over deze incidenten is ook stuitend eenzijdig. Ik wil horen/lezen hoe dat is, voor zo’n zestien-, zeventienjarige die ook wel eens van het mooie weer wil profiteren en een verfrissende plons nemen. In Brussel is er (voorlopig) nog altijd geen openluchtzwembad, en je kan er niet, zoals in Brugge, ergens een gracht in duiken. Dat betekent dat talloze adolescenten geen andere keuze hebben dan hun heil te gaan zoeken in een of ander provinciaal domein waar men ze toch al argwanend bekijkt en vervolgens in elke uitbundige plons een daad van onaangepastheid ziet.

Exacte feiten

De dingen benoemen: het is een heilige plicht. Maar dan ook juist benoemen. In de Netflix-serie When They See Us, over vijf zwarte jongeren die verkeerdelijk veroordeeld werden voor een verkrachting van een blanke vrouw in Central Park, komt een scène voor die illustreert hoe belangrijk perceptie is. In het begin van de film zie je hoe de vijf jongeren in het park – een beetje baldadig, niet echt agressief – de passerende joggers en fietsers iets toeroepen. In de verhoren achteraf vertellen de als getuigen opgeroepen joggers en fietsers dat ze effectief werden lastiggevallen. Hun woorden dragen bij tot de veroordeling van onschuldige jongeren.

Het illustreert hoe belangrijk het is om bij de exacte feiten te blijven, en hoe gevaarlijk een klimaat van achterdocht, desinformatie en haatzaaien kan zijn. Veel gevaarlijker dan opstootjes in het zwembad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden