Vrijdag 19/04/2019

Opinie

Waarom we onze kernwapens (helaas) niet kunnen opgeven

Jonathan Holslag. Beeld Photo News

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel en aan verschillende defensieacademies. Hij is de auteur van China’s Coming War With Asia.

Eerder deze week stelde ik dat Europa meer moet investeren in zijn harde militaire macht. Meer nog, zo vervolgde ik, het is zelfs belangrijk dat onze bondgenoten hun nucleaire afschrikkingscapaciteit blijven moderniseren. Die stelling veroorzaakte nogal wat deining en dat verbaasde mij uiteraard niet. Ik deel de bezorgdheid van mijn critici over de vernietigende kracht van kernwapens en zou ze het liefst van al zelf uit de wereld zien verdwijnen. Kernwapens zijn per definitie onethisch om dat zij nog minder dan conventionele wapens het onderscheid maken tussen burgers en niet-burgers. Het blijft een verschrikkelijk dilemma: het bewust in stand houden van een gruwelijk wapen of het eenzijdig opgeven van dat wapen zonder de zekerheid dat andere landen volgen.

Telkens ik vergaderingen bijwoon over de verwachte evoluties inzake nucleaire bewapening en bewapening in het algemeen, bekruipt mij een verschrikkelijk onbehagen. De technologische vooruitgang zal ervoor zorgen dat kernwapens nog sneller, preciezer en dodelijker worden. Technologieën waar ik tien jaar voor het eerst van hoorde en waarvan ik dacht dat ze zo snel niet in de praktijk zouden worden gebracht, zijn nu reeds realiteit: hypersonische en beweegbare kernkoppen, bijvoorbeeld, pas uitgetest door de Chinezen en de Amerikanen, nog kleinere en krachtigere kernkoppen, zodat er meer van op een raket kunnen worden geplaatst, systemen die raketafweermechanismen moeten verschalken. Daarbij komt nog eens dat een hele reeks elektronische en cyberwapens de traditionele nucleaire afschrikking nog complexer maken. Het is als een flipperkast geworden. Er zijn zoveel variabelen in het spel en het gaat allemaal zo razendsnel, dat niemand echt kan inschatten hoe een nucleair conflict zal evolueren als er ooit een begint.

Geloof me, ik lig dus ook wakker van de nucleaire dreiging. Er is zelfs meer aan de hand. Het onderscheid tussen enerzijds strategische kernwapens, bedoeld vooral om vijanden af te schrikken, en anderzijds tactische kernwapens, minder krachtig en bedoeld om effectief ingezet te worden op het slagveld, wordt steeds onduidelijker. Vooral de Russen zijn op dat vlak zeer actief; de Chinezen volgen. Een andere bezorgdheid betreft het afbrokkelen van de Amerikaanse macht. Het heeft iets verschrikkelijks pervers: Amerika heeft aan de ene kant het tweede grootste kernwapenarsenaal, heeft oogluikend de nuclearisering van Israël, India en Pakistan toegestaan, en is met deze president zelf allesbehalve betrouwbaar als internationale actor. En toch kan het verzwakken van de Amerikaanse macht net meer landen op gedachten brengen om stappen te zetten in de richting van kernwapens: bondgenoten zoals Japan, bijvoorbeeld, maar ook andere landen die minder onder de indruk zijn van Amerikaanse represailles. Als de Noord-Koreaanse kernwapens worden gedoogd, waarom dan die van ons niet? Ik spreek dan nog niet eens over terroristen.

Een global-zero-scenario, zoals zelfs Henry Kissinger bepleitte, zit er helaas niet in. In tegendeel: de VS, Rusland en China zullen de komende twintig jaar ruim twee triljoen dollar investeren in de modernisering van hun kernwapens. Er zijn twee manieren om naar de kwestie te kijken. Staten die thans kernwapens bezitten moeten zich afvragen of het opgeven ervan hun burgers veiliger zal maken. Het antwoord is wellicht negatief, want niemand heeft de garantie dat als bijvoorbeeld de economische machtsbalans kentert nieuwe mogendheden die macht niet zullen gebruiken voor agressieve doeleinden of om alsnog massavernietigingswapens te ontwikkelen. En eens de macht toeneemt, laten grote spelers zich daarbij niet bepaald de les spellen door internationale conventies. Gezien de onzekerheid over de intenties van anderen is de meest doorslaggevende veiligheidsgarantie macht, en liefst nog harde macht.

Dat was de analyse gemaakt vanuit het perspectief van staten. De vraag is of ook de wereldvrede per definitie gebaat is bij het opgeven van onze kernwapens. Wie garandeert opnieuw dat deze relatieve verzwakking door andere, misschien nog onbetekenende spelers vandaag, niet wordt aangewend om zelf dood en vernieling te zaaien? Onmacht is in de geschiedenis een even belangrijke oorzaak van conflicten gebleken als machtsopbouw. Ik ben me er van bewust dat het allemaal bijzonder cynisch overkomt en ik worstel zelf vaak met deze wet van de sterkste. Mij lijkt het evenwel beter om over het hele machtsspectrum leidend te blijven, ook in het militaire domein, en te proberen, door een goede studie van roekeloze interventies in het verleden, door strategische terughoudendheid en door bijvoorbeeld economisch succes met anderen te delen, dat leiderschap op een verantwoordelijke manier uit te oefenen. Ook dat is een slap koord, evenwel, want, macht, zo leert opnieuw de geschiedenis, leidt vaak tot arrogantie.

Een ideale oplossing zal er dus niet zijn, maar ik blijf van mening dat onze bondgenoten hun kernwapens best bijhouden en met hun gewicht vooral proberen te streven naar nieuwe internationale conventies om de aantallen af te bouwen, de enorme arsenalen redundante kernkoppen te ontmantelen en vooral te streven naar duidelijke afspraken voor bijvoorbeeld de toepassing van cyberoorlog op nucleaire afschrikking, enzovoort. Dit is bijzonder complexe materie, maar we moeten het debat grondig voeren. Kernwapens zijn onethisch, gen twijfel, maar het opgeven ervan leidt wellicht niet tot een strategische situatie die ethischer en veiliger is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.