Woensdag 23/10/2019

Opinie

Waarom we naast Black Friday een Local Friday kunnen gebruiken

Sofie Smolders. Beeld Joris Casaer

Sofie Smolders is de oprichter van Belgunique, een platform voor lokale makers.

Vorige week werd het met trots aangekondigd: de Chinese internetreus Alibaba komt naar België. Vijftig voetbalvelden, zo groot zal het allereerste logistieke centrum van Alibaba in Europa worden. Premier Michel en de andere ministers zijn trots. “Daantrekkelijkheid van België heeft overtuigd”, triomfeerde Michel. Deze week loopt er alweer een ander retailonderwerp in de kijker: de uit de VS overgewaaide soldendag Black Friday. 

Alibaba en Black Friday komen naar België. Het woord dat bij mij opkomt is: massa. Alibaba verkoopt massaal veel producten. Die worden spotgoedkoop in China geproduceerd, en masse, en moeten dan massaal veel kilometers afleggen om tot hier te geraken. Black Friday biedt massale kortingen aan, tot meer dan 50 procent, om als slimme marketingactie massaal veel klanten te lokken. Deze actie kost retailers veel geld, zulke kortingen kan je enkel geven op massaproducten waarvan de marges hoog zijn en productiekosten laag (bijvoorbeeld ‘made in China’).

Ikzelf ben minder enthousiast dan onze ministers over deze twee ‘nieuwtjes’. De laatste twee jaar heb ik me verdiept in het tegendeel van die massaproductie: ‘localism’, het kopen van lokale makelij. Van producten die hier worden gemaakt, in ateliers op eigen bodem. En die hier worden gekocht. Unieke producten, geen massa.

De laatste tien jaar nam het aantal zelfstandige beroepen met meer dan 40 procent toe in Vlaanderen. Mensen zijn weer aan het maken: juwelen, keramiek, confituur, kledij, tafels, saffraan, kunst, kussens, ... Alles, eigenlijk. Ze maken kwalitatieve producten, vaak met de hand. Duurzame producten waarbij werd nagedacht over elke grondstof. Onderzoek toont aan dat makers tien keer zo veel herbruikbare grondstoffen gebruiken dan grote merken. En omdat wij Belgen bescheiden zijn, schreeuwen we daar niet over. We zetten ons eigen talent onvoldoende in de kijker.

Deze makers krijgen via prijsuitreikingen, handelsmissies en advies wel kansen om te groeien, maar de verantwoordelijkheid om ‘localism’ te stimuleren moet breder worden gedragen. Belgisch talent kan niet bloeien door de overrompelende kracht van Alibaba en buitenlandse initiatieven zoals Black Friday. Deze zijn zoals grote tsunami’s die de lokale makers wegspoelen. Ze kunnen niet op tegen de budgetten die worden gespendeerd aan kortingen, marketingacties, gratis (retour)zending enzovoort. En ze kunnen zeker niet op tegen de lageloonproductie. De arbeider die een Adidas-truitje maakt krijgt 90 cent per truitje - om maar een idee te geven.

Kan het anders? Als we lokale makers de juiste kracht en pro-actieve ondersteuning geven zodat ze overeind blijven staan? Als we werken aan de kennis van consumenten over de macht die in hun koopgedrag schuilt en de impact van lokaal kopen? Dan is het antwoord ja. Zo werd in 2014 in de VS door Obama in het Witte Huis de eerste Makers Fair georganiseerd om de makers movement, zoals dat daar heet, een prestigieus platform te geven.

Sommige lezers zullen misschien denken: ‘Er is toch best veel heisa rond ‘koop Belgisch’? Die boodschap is toch duidelijk?’ De perceptie leeft inderdaad dat de bewustwording groeit om lokaal te kopen. En dankzij het #ikkoopbelgisch-label vallen de Belgische merken beter op in onze winkelstraten.

Maar dit initiatief richt zich voornamelijk op grote Belgische merken met buitenlandse productie. Het risico met het ‘koop Belgisch’-manifest is dat je een vermoeidheid creëert. Een gevoel van: ‘Ja, ja, dat heb ik al gehoord.’ Het voelt aan als een argument dat de consument verplicht om ‘iets’ Belgisch te kopen. Met dit soort boodschap ben je de essentie van ‘localism’ kwijt. Namelijk dat je als consument van een lokale maker koopt. En dat de waarde in de gemeenschap blijft. Als je een handgemaakte handtas van Elke in Gent koopt, dan zal Elke dat geld weer in haar omgeving investeren.

Zo blijven lokale gemeenschappen groeien. We moeten mensen zin geven om van Elke te kopen. We moeten Elke laten zien, we moeten haar verhaal vertellen, we moeten haar producten promoten.

Ondersteun lokaal talent om het te laten bloeien. Vandaag wordt vaak verwacht dat makers zelf het initiatief nemen om te groeien. Die mindset moet veranderen. We moeten massaal de rode loper uitrollen voor talent en de consument enthousiasmeren om lokaal te kopen. Niet alleen voor de unieke kwalitatieve producten en de persoon erachter, maar ook voor het milieu, voor de directe welvaart, voor groei in innovatie, kortom: voor de toekomst.

Ik weet ook dat de komst van Alibaba in België zorgt voor werkgelegenheid in de regio, met honderd(en) nieuwe jobs. Maar er staan honderden Belgische makers te springen om van hun ambacht, hun talent, hun job te maken. De impact zou op veel gebieden zeker even groot zijn als de komst van buitenlandse e-commercereuzen.

We mogen enthousiast zijn over de beweging in de Belgische e-commerce. Maar laten we zorgen voor een goede balans. Ik pleit dus naast Black Friday ook voor een Local Friday. En waarom niet elke vrijdag. Bij deze nodig ik onze ministers en de koning uit om Belgisch talent eens op bezoek te vragen. Een ‘Makers Fair’ in het kasteel van Laken lijkt me anders ook wel een topidee. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234