Dinsdag 20/10/2020

OpinieSilke Scheepmans & Ides Nicaise

Waarom Vlaanderen Europees kampioen onderwijsongelijkheid is

Beeld BELGA

Silke Scheepmans, pedagoge, en Ides Nicaise, onderwijsspecialist aan de KU Leuven.

Dat de sociale ongelijkheid in het Vlaamse onderwijs erg hoog is, is voldoende bekend. Maar het probleem werd tot hiertoe sterk onderschat, zo blijkt uit het masterproef-onderzoek in de pedagogische wetenschappen dat ik maakte onder leiding van professor Nicaise. Als je niet alleen met de sociale kenmerken van de individuele leerling, maar ook met die van zijn omgeving rekening houdt, kan 40 procent van de prestatieverschillen in wiskunde door sociale herkomst verklaard worden. Dat is tweemaal meer dan in Finland, en viermaal meer dan in Estland.

Lucas is een echt talent in wiskunde en haalt bijgevolg hoge resultaten op school. Hij zal het ver schoppen, terecht, want hij oefent goed. Amira daarentegen… zij heeft niet altijd haar huiswerk afgewerkt. Misschien is het beter dat zij haar jaar over doet? Of misschien is wiskunde haar ding niet. Een meer beroepsvormende richting zoals verzorging zal haar meer liggen en gelukkiger maken.

Dieper graven

Voor velen zal dit heel logisch klinken. Wie hard werkt en talent heeft, wordt verder uitgedaagd en krijgt excellent onderwijs. Wie minder goed presteert wordt in het secundair onderwijs op een zijspoor richting arbeidsmarkt gezet. Dit is de meritocratische visie op wat rechtvaardig is. Maar wat gebeurt er als we dieper graven in deze verhalen?

Zo komt Lucas uit een welgesteld gezin, zijn ouders stimuleren hem en maken heel wat tijd om hem in zijn studies te ondersteunen. Hij heeft een rustige studeerplek thuis en zijn leerkrachten vertellen hem vaak dat hij het ver zal schoppen. Dat motiveert hem. Amira woont nog maar enkele jaren in België. Haar alleenstaande vader doet interim-werk, en Amira werkt tussendoor als jobstudent om een handje te helpen. Zij doet erg haar best voor wiskunde op de momenten dat ze tijd heeft en het rustig is thuis, maar de vraagstukken blijven moeilijk door de taalbarrière. Ze voelt ook dat de leerkrachten minder geloven in haar kunnen. Daarnaast zullen veel van haar vriendinnen ook verzorging volgen. Met andere woorden: niet alleen de thuisomgeving, maar ook de peer group en de school bepalen mee je onderwijskansen.

Zou Amira in een ander land, in dezelfde omstandigheden en met dezelfde inspanningen, meer kansen krijgen? Daar lijkt het volgens dit onderzoek wel op. De kloof tussen kansrijk en kansarm, en tussen autochtoon en allochtoon, is in Vlaanderen groter dan in de rest van de Europese Unie. Véél groter.

Sorteren

Het Vlaamse onderwijs gebruikt, veel meer dan andere landen, mechanismen die ervoor zorgen dat leerlingen gesorteerd worden in homogene groepen, zodat elke groep ‘op zijn niveau’ onderwezen kan worden: zwakke presteerders worden op prille leeftijd naar het buitengewoon onderwijs verwezen, leerlingen worden van bij de start van het secundair onderwijs naar bekwaamheid geselecteerd via het watervalsysteem, en moeten veel vaker hun jaar overdoen. Er heerst een concurrentieslag tussen sterke en zwakke scholen. In het onderwijsjargon spreekt men van ‘academische segregatie’. Dit gebeurt allemaal vanuit de illusie dat we zo zorgen dat elk kind onderwijs krijgt dat aansluit bij zijn of haar talenten. Die talenten zijn echter niet (alleen) aangeboren, maar groeien naarmate kinderen thuis en op school meer of minder kansen tot ontplooiing krijgen. Zo blijkt “talent” uiteindelijk eerder een weerspiegeling te zijn van sociale en culturele achtergrondkenmerken, niet alleen van de individuele leerling, maar ook van de school en klasgroep waarin ze terechtkomen. Zo wordt ‘academische segregatie’ tegelijk ‘sociaal-culturele segregatie’. Zulke opdeling heeft, zoals uit vroeger onderzoek al bleek, vooral voor de minder kansrijke leerlingen negatieve gevolgen.

In het PISA-onderzoek wordt de sociale ongelijkheid per land traditioneel gemeten aan de hand van de ‘sociale determinatiecoëfficiënt’: die geeft weer in welke mate prestatieverschillen tussen leerlingen in elk land verklaard kunnen worden door enkele achtergrondkenmerken van hun gezin: het onderwijs- en beroepsniveau van beide ouders, en het materieel comfort thuis. Deze maatstaf vertoont volgens ons twee tekorten: ze houdt geen rekening met de migratieachtergrond of thuistaal van de leerling, en ze focust enkel op de thuisomgeving. Uit bovenstaande voorbeelden blijkt echter dat men ook rekening moet houden met de sociale samenstelling van de peer group van leerlingen, en de sociale segregatiemechanismen op schoolniveau. Daarom ontwikkelden we in dit onderzoek een maatstaf op basis van ‘multiniveau-analyse’, rekening houdend met de sociale herkomst en thuistaal op leerling- en op schoolniveau. Dan blijkt dat voor Vlaanderen maar liefst 40 procent van de verschillen tussen schoolse prestaties van leerlingen sociaal bepaald zijn. Dit is meer dan dubbel zoveel als wat met de PISA-maatstaf wordt gecapteerd. Bovendien is Vlaanderen volgens onze maatstaf Europees kampioen: de sociale determinatie is bij ons dubbel zo hoog als in Finland, en viermaal hoger dan in Estland.

Kortom, als Vlaanderen sterk wil inzetten op de “talenten” van zijn leerlingen, moet het zijn onderwijsstructuren en -praktijken grondig herdenken. Het onderwijs moet meer stimuleren en investeren, en leerlingen uit verschillende milieus van elkaar laten leren. Het moet minder segregeren en in hokjes werken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234