Zondag 21/07/2019

Opinie

Waarom verandert het verleden toch zo snel?

Mark Elchardus Beeld Bob Van Mol

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en opiniemaker bij De Morgen

Overal wordt weer druk aan het verleden gesleuteld, brutaal soms, met drilboor en dynamiet. In Palmyra vernielden de jihadisten de tempel van Bel, talrijke archeologische kunstschatten, en het plaatselijke museum. Niets dat aan een andere god dan Allah herinnert, bleef overeind. Ook de tachtigjarige curator en archeoloog Khaled al-Asaad, werd omgebracht.

Ondanks de manifeste verschillen doet de ijver van onze dekolonisatoren me denken aan de verbetenheid van de jihadisten. Alles wat wijst op een positieve interpretatie van het kolonialisme moet weg, ook al overleeft die waardering nog enkel in morsdode steen. Slechts één verleden is toegelaten. Het wijdt alle problemen van het hedendaagse Afrika, met inbegrip van de demografische explosie, aan de tachtig jaar kolonisatie. Gelukkig blijft dit gevecht om ons geheugen relatief vreedzaam. Een enkel standbeeld wordt beschadigd, saaie educatieve plaatjes verschijnen bij monumenten, een museum wordt heringericht, onze woordenschat gewied, de spleettrommel geroerd en zwarte Piet verbannen. Bevreemdend en vervreemdend. Het verdeelt mensen, maar er vloeit geen bloed.

De verandering van het verleden grijpt overwegend plaats op papier, maar kan behoorlijk radicaal zijn. Ik bezocht al verschillende Fenicische ruïnes, las boeken over dat volk, las hoe in 1837 de Duitse filoloog Wilhelm Gesenius de Fenicische taal ontcijferde, bladerde in de catalogi van tentoonstellingen over de Feniciërs… en nu lees ik bij Josephine Quinn in haar In search of the Phoenicians dat de Feniciërs niet echt hebben bestaan. 

Weg, verdwenen. Hoe komt een schijnbaar ernstig academicus daarbij? Wel, omdat het verleden in het licht van hedendaagse politieke engagementen wordt aangepast. De Libanese christenen beschouwden zich als Feniciërs om zich van de Arabieren te onderscheiden. Wie de kant van de Arabieren kiest, verwerpt die aanspraak en laat de Feniciërs verdwijnen. Quinn doet dat kosmopolitisch, door te stellen dat alle nationale tradities en identiteiten “uitgevonden” zijn. Uiteraard. 

Vanwaar zouden ze komen als ze niet in de loop van de geschiedenis via de (her)interpretatie van het verleden en het formuleren van een gemeenschappelijk toekomstproject worden opgebouwd? Precies daarom vechten we om het verleden. Nogal wiedes, maar de Feniciërs zomaar laten verdwijnen omdat men hen niet aan de Libanese christenen gunt? Doortastend.

De val van Rome

Een vast thema van Europese zelfreflectie is de vergelijking van onze tijd met de val van Rome. De lage huwelijksvruchtbaarheid, het verdwijnen van patriottisme, de besparingen op defensie, de afgenomen waardering van discipline en hard werk, de toename van hedonisme… Daaraan, aldus de onheilsbodes, ging ook Rome ten onder. Dat debat is nu achterhaald. De val van Rome is verdwenen. Van decadentie is geen sprake meer. De invasie van de barbaren was in feite innoverende migratie. De val werd dageraad, “het begin van een nieuwe geschiedenis; deze immigratie, ook al werd ze slecht beheerd, legde de grondslag voor de rijkdom van het Westen”. Zo vat de catalogus van de tentoonstelling Rome en de barbaren in het Venetiaanse Palazzo Grassi (2008) het nieuwe verleden samen. Duidelijk geïnspireerd door het debat over migratie dat nu al een paar decennia woedt. Een val van Rome op maat van de voorstanders van open grenzen. Natuurlijk zijn er ook dwarsliggers onder de historici. In The fall of Rome and the end of Civilization becijferde Bryan Ward-Perkins dat na “de dageraad” in de vijfde eeuw de productie van lood, koper en zilver terugviel tot prehistorische proporties om pas weer in de 16de eeuw het Romeinse niveau te bereiken. Een lange en donkere dageraad dus.

Het verleden is een slagveld waarop hedendaagse conflicten worden uitgevochten. Daar is niets mis mee, zolang men niet al te snel aanspraak maakt op waarheid en zolang ernstige, cijfervaardige historici iedereen min of meer bij de feiten houden. Maar in de eerste plaats gaat het niet om waarheid maar om zin. We hebben een bepaalde interpretatie van het verleden nodig voor de grote vragen: van waar komen we, waar staan we en waar gaan we naartoe? Precies over de antwoorden op die vragen zijn we vandaag verdeeld.

Historicus Marnix Beyen verwoordde één kant van die breuklijn bij het verschijnen van Wereldgeschiedenis van Vlaanderen (DS 20/10). Je mag je land of gemeenschap niet beschouwen als een project. Het is volgens hem een bonte verzameling individuen die elk vanuit hun eigen identiteit en culturele eigenheid met elkaar in dialoog treden. Ik ben het er niet mee eens. 

Ik meet de kwaliteit van onze samenleving af aan de mate waarin wij ons project verwezenlijken: de ontplooiing van democratie, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat en wetenschap. Een prille grondslag van dat project ligt in de intellectuele ontwikkeling van Griekenland tussen 480 en 200 voor onze tijdrekening. Niet in bijvoorbeeld de religieuze ontwikkeling die plaatsgreep tussen Mekka en Medina in het begin van de zevende eeuw. Iedereen kan zich aansluiten bij ons project, kan het beïnvloeden, maar niet al de culturele tradities van waaruit er gedacht, gevoeld en eventueel gedialogeerd wordt, zijn even pertinent voor de toekomst van dat project zoals het in het Westen, Europa, België en Vlaanderen werd “uitgevonden” en uitgebouwd. 

We zijn het gewoon niet eens, noch over het verleden, noch over de toekomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden