Maandag 21/10/2019

Opinie

Waarom toont de Europese Unie zo vaak haar kleine, ja zelfs belachelijke kantjes?

Mark Elchardus Beeld Bob Van Mol

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en opiniemaker bij De Morgen. Zijn column verschijnt elke zaterdag.

Als Europa hopeloos verdeeld lijkt, troost ik me met zijn eenheid van geest. De vooruitgang van het wetenschappelijke denken werd altijd verwezenlijkt op een welbepaalde plek, in een welbepaald land, maar wetenschap als denkwijze verspreidde zich over heel Europa. Gotiek, barok, classicisme, romantiek, modernisme – je vindt hun taal in zowel filosofie, literatuur, schilderkunst, architectuur als muziek, maar ook door het Europese continent heen. Waarschijnlijk hadden de founding fathers van de Europese Unie die eenheid voor ogen toen zij op het puin van oorlog en verdeeldheid een gemeenschappelijk project grondvestten. Dat uit zich in een aantal instellingen die, hoe kwetsbaar ook, onze beschaving uittekenen, duidelijk zeggen waarvoor wij staan: volkssoevereiniteit, rechtsstaat, verzorgingsstaat, seculiere staat.

Tegelijk zien we grote verschillen. Polen is Zweden niet. Uit de wereldwaardenstudie (periode 2010-2014) blijkt dat 92 procent van de Polen in God gelooft, tegenover 41 procent van de Zweden. 40 procent van de Polen wil geen homo als buur, slechts 4 procent van de Zweden deelt dat oordeel. 44 procent van de Zweden, maar slechts 3 procent van de Polen acht abortus altijd verantwoord. Als jobs schaars worden, verdient eigen volk voorrang op migranten, zo stelt 72 procent van de Polen, maar slechts 14 procent van de Zweden. Hoe kunnen we binnen eenzelfde Unie-project leven met zulke verschillen? De Brusselse EU-elite verwacht dat iedereen verzweedst. In het oosten en het zuiden van Europa boeken de partijen die zich daartegen verzetten opmerkelijke successen. De diversiteit is hardnekkig.

De brexitonderhandelingen maken evenwel duidelijk dat een moeilijk te ontrafelen integratie van de lidstaten heeft plaatsgevonden. Deze kwam tot stand in een tijd dat Europees beleid niet of nauwelijks werd gepolitiseerd, geen parlementair, laat staan een burger interesseerde. Het werd overgelaten aan experts en aan instellingen als de Commissie, het Europees Hof van Justitie en de Europese Centrale Bank, alle zorgvuldig afgeschermd van de volkswil. Integratie betrof toen vooral de totstandkoming van een markt en het regelen van de toegang daartoe. De relevante diversiteit betrof de krommingsgraad van komkommers en andere productspecificaties. Sinds de afschaffing van de binnengrenzen en de introductie van een gemeenschappelijke munt, is de beweging naar een gemeenschap van gemeenschappen ingezet. Diversiteit van opvattingen en houdingen telt voortaan. Kan Europa dat aan?

Een onderzoek van de Friedrich Ebert Stiftung in zes Europese landen (niet alle EU-leden) is verhelderend. Van de gezamenlijke bevolking van Duitsland, Frankrijk, Letland, Polen, Rusland, Servië en Oekraïne is 87 procent van oordeel dat hun land deel uitmaakt van de Europese culturele sfeer. In Polen is dat zelfs 93 procent. Gevraagd of de Europese landen, gezien hun culturele verwantschap, dichter naar elkaar moeten groeien als één gemeenschap, antwoordt een verbazende 79 procent bevestigend. Tegelijk zijn de inwoners van die landen zich scherp bewust van hun onderlinge culturele verschillen. Acht op de tien stemmen in met de uitspraak: “Ik vind dat mijn land een unieke cultuur heeft, die vandaag meer dan ooit moet worden verdedigd.” Wat spreekt een volk toch helder als het zich in percentages kan uitdrukken.

Een ruime meerderheid van Europeanen ziet voldoende culturele eenheid om te bouwen aan een hechtere Europese gemeenschap, maar een even grote meerderheid wil dat doen met respect voor wat zij beschouwen als een kostbare, maar bedreigde nationale eigenheid. Daarmee is nog niet geantwoord op de vraag hoe dat kan: meer Europese gemeenschap met meer respect voor de eigenheid van de lidstaten.

Het behartigen van gemeenschappelijke belangen, zoals bescherming, kan helpen. Bescherming tegen de hebzucht van miljardairs, banken, Goldman Sachs, Apple, Facebook, bescherming tegen klimaatopwarming en illegale migratie. Over hoe de Europese Unie dat aanpakt, horen we echter nauwelijks iets. Zelfs in de aanloop naar Europese verkiezingen gaat meer aandacht naar de wijze waarop de Commissie zich bemoeit met de Aalsterse carnavalsstoet. Die belachelijke interventie is overigens revelerend. Een komische stuiptrekking van het oude, achterhaalde Europa: meer technocratie dan democratie, beleid zonder politiek, een rechtsorde die dwarsligt op de waarden van heel wat inwoners van Europa.

Zo lukt het niet. Als er ooit een hechter Europa komt, zal het een zijn dat gemeenschap bouwt door verschillen over migratie, asiel, racisme, haatboodschappen, volkssoevereiniteit, rechtsstaat, defensie te politiseren, scherp te stellen, en dan op zoek te gaan naar compromissen. Zo wordt nu eenmaal democratisch vooruitgang geboekt: van de arena naar de achterkamer en terug, geduldig pendelend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234