Maandag 19/04/2021

OpiniePieter Vermeulen

Waarom Rijneveld niet de beste keuze was om Gorman te vertalen

De Amerikaanse Amanda Gorman spreekt tijdens de inauguratie van Joe Biden in Washington. Beeld AP
De Amerikaanse Amanda Gorman spreekt tijdens de inauguratie van Joe Biden in Washington.Beeld AP

Pieter Vermeulen is professor Amerikaanse literatuur aan de KU Leuven.

Er was de afgelopen dagen veel te doen over de beslissing van Marieke Lucas Rijneveld om niet verder te gaan met de vertaling van Amanda Gormans poëzie. Rijnevelds zelfcorrectie na protest van (vooral) zwarte stemmen zou zijn ingegeven door de onverdraagzaamheid van een “talentloze pigment-politie”, van een “nieuwerwets-etnische verzuiling” die, door te doen alsof alleen zwarte schrijfsters Gorman mogen vertalen, het wezen van de literatuur miskent. Voor schrijver Jamal Ouariachi betekent het niets minder dan het einde van de literatuur, omdat het er voor echte literatuur niet toe zou doen wie er spreekt.

Dat laatste zou alvast een verrassing zijn voor Joe Biden. Dat Biden Gorman de show liet stelen op zijn inauguratie had alles met haar identiteit als jonge zwarte vrouw te maken: de boodschap van verzoening die in haar gedicht ‘The Hill We Climb’ klinkt, na eeuwenlang institutioneel racisme en na vier jaar Trump, had een stuk minder urgent geklonken uit de mond van een blanke spreker. Gorman identificeert zichzelf nadrukkelijk als “a skinny black girl descended from slaves and raised by a single mother” en die identiteit wordt ook in de marketing rond Gorman in de verf gezet. Poëzie is de laatste jaren nooit relevanter geweest dan in ‘The Hill We Climb’ en die relevantie had alles te maken met de identiteit van de spreker.

De critici van de selectie van Rijneveld als vertaler hebben dat veel beter begrepen dan de mensen die vinden dat literatuur boven dat soort aardse beslommeringen moet staan. Dat standpunt miskent de manier waarop literatuur vandaag functioneert; wie vandaag ijvert voor de autonomie van literatuur, ijvert eigenlijk voor haar wereldvreemde irrelevantie.

Literatuurwetenschapper Jos Joosten heeft uitgelegd in het onlinetijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek Neerlandistiek dat het uitgeverij Meulenhoff bij de keuze van Rijneveld veel minder ging om vertaalkwaliteiten (Rijneveld is zelfverklaard Engels-onkundig) dan om het matchen van de brand Rijneveld en de brand Gorman. Joosten betreurt die commerciële logica, en die teleurstelling klinkt ook in de ophef over het feit dat Meulenhoff sensitivity readers wou inzetten om de vertaling op gevoeligheden te checken. Dat zou alweer het einde van de literatuur betekenen.

De waarheid is dat sensitivity readers al lang helemaal ingeburgerd zijn voor kinderboeken en jongvolwassenenliteratuur. Al aan het begin van de twintigste eeuw werkten Amerikaanse uitgeverijen met surrogaat-consumenten, redacteurs die ervoor moesten zorgen dat literaire teksten niet op te veel lange tenen tegelijk zouden trappen. Dat ook Grote Literatuur nu de test van sensitivity readers moet doorstaan, betekent vooral dat Grote Literatuur nu ook gewoon een genre onder ander genres is geworden.

Zoals de Franse socioloog Pierre Bourdieu heeft uitgelegd, bestond de literaire wereld vroeger uit twee netjes gescheiden velden: het veld van de grootschalige productie, waar het alleen om ordinair gewin ging, en het veld van beperkte productie, waar het om prestige, aanzien en hooggestemde idealen ging. Die tweedeling gaat vandaag niet meer op. Grote Literatuur is nu gewoon een niche naast kookboeken, kinderboeken en zelfhulpboeken. Je kunt die commerciële realiteit ontkennen (door te blijven oreren over de Grote Literatuur en hoe gevoeligheden van minderheden die bedreigen); je kunt ze betreuren (zoals Joosten doet); je kunt ze ook cynisch gaan exploiteren (wat Meulenhoff van plan was te doen, door zonder veel reflectie twee sterke auteursmerken aan elkaar te koppelen).

Het is productiever om te aanvaarden dat literatuur vandaag binnen die commerciële logica functioneert, zonder dat ze daarom meteen irrelevant hoeft te worden. Wie gelooft in de blijvende relevantie van literatuur – en wie doet dat niet, na de performance van Gorman? – begrijpt dan ook dat het de moeite loont om te blijven strijden voor het recht om te spreken en te vertalen. Dat geldt al zeker in het geval van Gorman, waar de keuze voor Rijneveld als vertaler de kracht van het gedicht grotendeels zou laten verwateren. De critici van de keuze voor Rijneveld hebben de relevantie en de realiteit van literatuur vandaag een stuk beter begrepen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234