Woensdag 16/06/2021

OpinieThibaut Renson

Waarom proffen als Carl Devos en Hendrik Vos met uitsterven bedreigd zijn

Carl Devos. Beeld Jan De Meuleneir / Photo News
Carl Devos.Beeld Jan De Meuleneir / Photo News

Thibaut Renson verdedigt maandag zijn doctoraat in de politieke wetenschappen (UGent). Daarna gaat hij aan de slag als journalist.

De meeste academici raken opgewonden wanneer zij gepubliceerd worden in een toonaangevend wetenschappelijk tijdschrift. Maar er zijn er ook die ervan dromen een bestseller te schrijven. Die diversiteit is alleen maar goed nieuws. Iedereen is er dan ook van overtuigd dat het de taak is van academici om zich te bekwamen in taaie, hoog wetenschappelijke stukken die enkel leesbaar zijn voor de twaalf brillen die zich erin interesseren. Maar dat die evengoed de vrijheid moeten hebben om een plek te ambiëren in de lijst van bestverkochte non-fictie, ergens achter Pascale Naessens en Jeroen Meus. Zonder het eerste geen wetenschap. Zonder het tweede geen maatschappelijke impact.

Daarom is het ook goed dat de valorisatie van academisch werk zich niet louter vertaalt in het turven van de hoog wetenschappelijke A1-publicaties. In mijn eigen vakgebied houden proffen zoals Carl Devos en Hendrik Vos zich zelfs helemaal niet meer bezig met het publiceren van wetenschappelijk onderzoek. Zij geven les aan studenten voor een webcam, informeren scholieren in slecht geventileerde schoolkantines en geven lezingen aan gepensioneerden in donkere kelders van dorpsbibliotheken. Ze geven duiding in de krant en op tv, en schrijven boeken voor het uitstalraam van de commerciële boekhandel.

Jonge academici

Het punt is dat zij het zich kunnen permitteren om niet afgerekend te worden op A1-publicaties, omdat zij prof zijn. Gevestigde proffen kunnen kiezen voor een loopbaan van uitsluitend onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, van uitsluitend wetenschappelijk onderzoek, of van iets daartussenin. Jonge academici hebben die vrijheid niet. Vandaag is het niet langer voldoende een doctoraat te behalen om een academische loopbaan te kunnen ambiëren. Je komt simpelweg niet in aanmerking voor een professoren-positie als je A1-publicaties maar op een hand te tellen zijn. Je moet eerst excelleren in het publiceren van wetenschappelijk onderzoek alvorens je de vrijheid krijgt om je daar vooral niet langer mee bezig te houden. Dat is een absurde systeemfout.

Hendrik Vos. Beeld Joris Casaer
Hendrik Vos.Beeld Joris Casaer

Academici die sterk zijn in het vertalen van wetenschappelijke inzichten zijn creatief, geestig en laagdrempelig. Denk aan academici die de geschiedenis van de Europese integratie onderwijzen aan de hand van een persoonlijke herinnering aan de gehaktballen met krieken die op 9 november 1989 – toen de Berlijnse Muur viel – thuis geserveerd werden. Denk aan academici die de padafhankelijkheid van Europese instellingen uitleggen aan de hand van de jachtmethode van cheeta’s. Deze dieren kiezen namelijk een slachtoffer uit en kunnen niet zomaar, mochten ze een ander dier in het oog krijgen, plots van hun pad afwijken en op hun stappen terugkeren. Kortom: op zo’n manier zorgen professoren ervoor dat de – wetenschappelijke – kern blijft hangen. Dat studenten leren. En dat ook gepensioneerden in een bibliotheekkelder en pubers in een schoolkantine door een venster naar de wereld kijken.

Poëtisch en prozaïsch

Maar het zijn ook stuk voor stuk kwaliteiten waarvoor je in het publiceren van wetenschappelijk onderzoek afgestraft wordt. Methoden moeten niet creatief, maar repliceerbaar zijn. Concepten moeten niet uitgevonden, maar ontleend worden. De boodschap moet eerder helder dan genuanceerd zijn. De taal mag niet poëtisch en prozaïsch, maar moet technisch en strak zijn. De vorm is geen verhaal met verrassende onthulling, maar een vaste structuur waarin je in de eerste regels al aangeeft wat de resultaten zijn. Om te publiceren in toonaangevende tijdschriften moet je een ontzettend knappe kop hebben. Maar daarvoor moet je niet fantasierijk zijn, kunnen pennen met humor, schwung of plotwendingen, in woorden die iedereen begrijpen kan. Integendeel.

Aangezien ik er meer van droom de nieuwe Johan Anthierens te worden dan de volgende Carl Devos, kon ik het me veroorloven mijn onderzoeksoutput als doctorandus te beperken tot het neerleggen van een doctoraat. De vraag is wat de toekomst is voor doctorandi die een carrière ambiëren als Devos of Vos. Wat met jonge academici die niet thuiskomen tussen de gebetonneerde wanden van de publicatiecultuur, maar die wetenschappelijke inzichten wel op bevlogen wijze kunnen vertalen naar livestreams over Europese toppen en opiniestukken over een eindeloze regeringsvorming? Wat met onze studenten, scholieren en gepensioneerden, kranten, actuaprogramma’s, en boekhandels wanneer Devos en Vos met pensioen gaan? Wat met donkere bibliotheekkelders en slecht geventileerde schoolkantines, zonder venster op de wereld?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234