Zaterdag 28/03/2020

Bijgedachte

Waarom moeten we klappen uitdelen om mensen te laten voelen dat anderen geslagen worden?

Een beeld uit 'Son of Saul'.Beeld Ad Vitam

Kurt Vandemaele is filmjournalist en -recensent.

Waarom? Het is een vraag die je altijd moet stellen, dacht ik. Zeker bij alles wat aan de oorlog herinnert.

Films kunnen ertoe bijdragen dat we ons die vraag blijven stellen. Maar toen ik op het Festival van Cannes de film Son of Saul te zien kreeg, wist ik het niet meer. Ik werd ziek, hapte naar adem, wou zo snel mogelijk het Palais des Festivals uit, waar het langspeelfilmdebuut van László Nemes draaide, maar ik bleef zitten; de beroepseer hield me tegen.

Eindelijk buiten liet ik mijn longen vollopen en hoorde ik aan de reacties dat ik blijkbaar een meesterwerk had gezien. Iemand was erin geslaagd het onverfilmbare te verfilmen, begreep ik. We hadden de gruwel aan den lijve ondervonden. Durfde ik te opperen dat ik er onwel van geworden was, kreeg ik te horen dat het een bewijs was dat de regisseur in zijn opzet geslaagd was.

Tussendoor had ik inderdaad ook wel gezien dat die regisseur een visie had. Wat niet getoond kan worden, liet hij voelen. We zien alleen het hoofdpersonage, Saul Aüslander, de hele tijd scherp in beeld. Wrang voor zich uitkijkend, een dode blik in de ogen. Grote vertolking van Géza Röhrig, las ik overal. Terwijl ik geen vertolking zag. Al zijn menselijkheid was uitgewist. En zo hoorde het ook. Goed gedaan, maar geen vertolking. Een dode, wandelende marionet. Son of Saul vertelt het verhaal van één man. Geen held. Als hij nog denkt, dan is het alleen aan zichzelf, aan wat hij wil.

Kurt Vandemaele.Beeld Stefaan Temmerman

Ik heb de film intussen een tweede keer gezien. Bewust diezelfde marteling nog eens ondergaan. Geconcentreerd gekeken. En ik blijf me de vraag stellen: waarom? Waarom moeten we klappen uitdelen om mensen te laten voelen dat anderen geslagen worden? Ik heb met open ogen de dappere keuzes van László Nemes aanschouwd. Zijn keuze voor het ongewone beeldformaat, die de claustrofobie nog intenser maken. Het spel met scherpte en onscherpte, waardoor we alleen zien wat Saul aanbelangt. Maar net als Saul kunnen we onze oren niet sluiten. Nemes heeft zes maanden aan de soundscape gewerkt. Om ervoor te zorgen dat de akelige, door merg en been dringende geluiden overal doorheen gaan.

Zijn Saul is een antiheld. Niet iemand aan wie je je wilt spiegelen, met wie je wilt sympathiseren. Niets is mooi in deze film. Je krijgt alleen uitgepuurde lelijkheid. Maar is het perverser om de wreedheid te laten voelen, als het verhaal eerder geromantiseerd mocht worden? "Als Roberto Benigni zelfs humor mocht vinden in de Holocaust, waarom dan niet de horror laten voelen?", zegt het leger voorstanders.

Ik doe het mezelf niet meer aan. Na Irréversible en Funny Games, twee zeer grote, zeer gruwelijke films die ik nooit meer wil zien, voeg ik deze aan het lijstje toe. En ik blijf me afvragen waarom het nodig is om de kijker zoveel gruwelijke realiteit in de maag te splitsen. Een vraag die je je als recensent blijkbaar niet mag stellen. Filmverdeler Cineart bestond het om me op te bellen met de vraag om de film vooral niet zelf te bespreken. Zij - die de durf hadden om zo'n moeilijke film uit te brengen - zouden niet gediend zijn van zo'n vraag. "Waarom?" vroeg ik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234