Vrijdag 14/08/2020

OpinieKristof Calvo

Waarom moet Vlaams ook vandaag weer zo anti-Belgisch zijn?

Kristof Calvo (Groen).Beeld Eric de Mildt

Kristof Calvo is federaal fractieleider voor Ecolo-Groen.

“De Vlaming kan niet besturen zoals hij dat wil, omdat hij opgesloten zit in een constructie waarin zijn stem verwatert. (…) Op de koop toe krijgt hij het gevoel de factuur voor het beleid wel grotendeels naar Vlaanderen wordt doorgeschoven”, aldus Bart De Wever in zijn 11 juli-interview bij zijn kameraden van Doorbraak. De Wevers interview is niet meteen de soundtrack voor een vrolijke Vlaamse feestdag. Negativisme en pessimisme overheersen andermaal. Hopelijk vindt de Antwerpse burgemeester deze zomer de tijd om Rutger Bregmans bestseller De meeste mensen deugen een keer te lezen.

Een heel ander geluid krijgen we te horen als we van Antwerpen naar Brussel trekken richting camerade Philippe Close, PS-burgemeester van onze hoofdstad. Close bewierookt in zijn 11 juli-boodschap de Vlaamse cultuur, het belang van Vlaanderen voor Brussel en het huwelijk tussen ketjes en zinnekes, het samengaan van wat vertrouwd en nieuw is. Terwijl De Wever afgeeft op de transfers, bepleit Close complementariteit. Hij reikt de hand om samen te werken aan een betere kennis van het Nederlands in de hoofdstad. Vlaanderen heeft de mensen en de expertise om Nederlands aan te leren en Brussel heeft de budgetten vrij gemaakt, klinkt het.

Zo ver is het dus gekomen: voor een hoopvolle 11 juli-boodschap heb je meer kans bij een Franstalige socialist dan bij de leider van de grootste Vlaamse partij. Het statement van Close is een uiting van een nieuwe wind die door Brussel waait. In onze hoofdstad wordt België op dit eigenste moment heruitgevonden: minder strijd en meer samenwerking, inclusief meer respect voor de Nederlandse taal en cultuur.

Premier Sophie Wilmès, Brussels burgemeester Philippe Close, Vlaams minister-president Jan Jambon en Vlaams minister voor Jeugd, Media en Brusselse aangelegenheden Benjamin Dalle tijdens het feest op 11 juli.Beeld BELGA

Het zure, anti-Belgische geluid van De Wever is dan weer een oud zeer, een jaarlijks weerkerend fenomeen. Elk jaar opnieuw proberen nationalisten van 11 juli een splitsingsfeestje te maken, alsof het hun partijcongres is. Door corona zijn de meetings compacter en met social distance, maar de inhoudelijke afstand tussen de twee V-partijen wordt steeds kleiner. Net daardoor groeit bij heel wat Vlamingen ook een gêne bij de Vlaamse vlag of de tonen van de Vlaamse leeuw. Dat zou eigenlijk niet mogen. 11 juli is ook de feestdag van mensen die België niet kapot willen.

Ik ben het al langer beu dat de Vlaamse feestdag zo wordt gekaapt. Waarom moet Vlaams zo anti-Belgisch zijn? De keuze tussen Vlaming en Belg, die ons door nationalisten wordt opgedrongen, hoeven we niet te maken. Je verraadt niets of niemand als je offensief én Vlaming én Belg bent. 11 juli zou net een moment kunnen zijn waar we de verschillende laagjes van onze identiteit complexloos omarmen.

De Vlaamse feestdag zou ook een dag kunnen zijn waar we samen dromen van een Vlaanderen zonder armoede, zonder wachtlijsten en zonder racisme of discriminatie. Dit jaar was de Vlaamse feestdag een uitgelezen kans om een toekomstplan voor de zorg voor te stellen, een eerste bouwsteen voor een Vlaanderen na corona. In plaats van verwijten aan het adres van de Franstaligen een tastbare merci, dankjewel voor de Vlaamse helden van de voorbije tijd.

Maar dat zorgplan was er dus niet. Wat wel? Minister-president Jan Jambon komt op de proppen met een plan voor meer ministers en minder België. Omdat ook hij, ondanks het ambt en de daarbij horende verantwoordelijkheden, Vlaams blijft verwarren met anti-Belgisch. Dan ben je geen MP van alle Vlamingen, maar louter van het flamingante deel(tje). Maar dat is in deze niet eens het grootste probleem. Jambons voorstel is dermate crazy dat het meer materie is voor 1 april dan het een geloofwaardige 11 juli-boodschap is. 

Concreet stelt Jambon bijvoorbeeld voor om in de volgende federale regering twee ministers van Werk in te voeren, een Vlaamse en een Franstalige. De twee zouden dan vanuit de federale regering elk nauw kunnen samenwerken met hun collega in respectievelijk de Vlaamse of Waalse regering. In een land met een teveel aan beleidsniveaus en ministers wil Jambon dus nog méér ministers. Brussel wordt bovendien opnieuw vergeten – alsof dat Gewest niet bestaat.

Zie je het al voor je? Carsten Spohr, CEO Lufthansa, zakt af naar Brussel voor onderhandelingen over SN Brussels Airlines en de delegatie ministers van werk is ondertussen verdubbeld. De kans dat we dan met de Duitsers een goede deal uit de brand slepen wordt in zo’n model meer dan gehalveerd. En welke minister in de federale regering buigt zich dan over de Brusselse werknemers en werkzoekenden? Wellicht wil Jambon dat dan ‘oplossen’ met een zoveelste samenwerkingsakkoord of nog maar eens een task force, allemaal extra vertraging en inefficiëntie.

Het stuntelige voorstel legt ook iets fundamenteels bloot. Hoe dichter bij het einddoel, hoe moeilijker de vragen voor separatisten. Hoe meer er wordt gesplitst, hoe duidelijker dat al die versnippering nieuwe problemen creëert. Het containerbegrip confederalisme is communicatief nog vrij hanteerbaar. Maar als je dat moet omzetten in een werkbare formule, inclusief Brussel, wordt het moeilijk. Wie een dan een concreet plan moet maken, kampt binnen de kortste keren onvermijdelijk met een writer’s block.

Zeker na de afgelopen maanden is Jambons voorstel onbegrijpelijk. Corona heeft aangetoond dat confederalisme niet werkt. Want – vergis u niet - ons land is vandaag al erg confederaal georganiseerd. Negen ministers van volksgezondheid, elke regio zijn eigen zoektocht naar mondmaskers, andere steunmaatregelen voor een taverne in Oostende dan voor een restaurant in de Ardennen: het werkt niet. Corona heeft het aangetoond: zonder samenwerking en coördinatie loopt het mis. Nog meer versnippering zal enkel maar tot meer miserie leiden.

Je hebt bovendien echt geen twee ministers van werk nodig om jobs te creëren van Oostende tot Aarlen. Een minister in de federale regering is er niet alleen voor de eigen taalgroep, maar voor alle Belgen. Kan je dat niet opbrengen, dan heb je eigenlijk geen toekomst in de cockpit van dit land. Zo ervaar ik ook mijn eigen opdracht als federaal volksvertegenwoordiger: niet enkel voor mijn kiezers of de kieskring Antwerpen, maar voor alle 11 miljoen Belgen.

Ik hou van Vlaanderen omdat het een deel van België is. Ik hou van België omdat Vlaanderen er deel van is. De ontmoeting van talen en culturen kan net onze kracht zijn, een rijkdom die we zowel op 11 als 21 juli met respect voor elkaar kunnen vieren. Dat klinkt misschien op het eerste zicht wat melig, maar het is tegelijk een heel pragmatische houding. Het is de enige aanpak waarmee je dit land succesvol kan besturen.

Alleen ga je misschien even sneller, maar samen raak je veel verder.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234