Dinsdag 15/10/2019

Essay

Waarom hoogopgeleide, rijke Amerikanen op Trump stemmen

Beeld AP

Wouter Van Acker is verbonden aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Hij schrijft dit stuk in eigen naam.

Het is al lang gebleken dat Trump-stemmers niet arm zijn. Het is niet de arbeidersklasse die hem naar grote hoogten heeft gestuwd. Maar liefst 43 procent van kiezers met een universiteitsdiploma steunde de Republikeinse kandidaat. Van de Republikeinen die tijdens de primaries op hem stemde was het gemiddelde inkomen 72.000 dollar per jaar. 

Ik sprak een bevriend koppel uit de VS met masteropleidingen in scheikunde en pedagogiek, een mooi vrijstaand huis, een zwembad, en drie auto’s. We spraken over taalgebruik, geloofwaardigheid, verandering, vooruitgang en (zowaar) beleid. Wat dreef hen ertoe te kiezen voor een kandidaat die hier in Europa bekend staat als een oranje, misogyne en racistische populist?

Als je de lijn van Wisconsin, Michigan en Pennsylvania een klein stuk doortrekt, beland je in west New Jersey. Een heuvelachtig, bosrijk gebied, met aan een klein meer het huis waar Ann en Robert nu al meer dan twintig jaar wonen. De drie kinderen zijn ondertussen het huis uit. Robert groeide even boven New York City op, Ann nog wat noordelijker in upstate New York, waar ze elkaar ontmoeten tijdens hun master aan Syracuse University. Hij leidt een bedrijf in grondontginning, zij is docent verzorging op een publieke middelbare school. Ze houden van filmmarathons, goed eten, Italië, vogelspotten en voetbal. Het zijn lieve, gastvrije, openhartige en leergierige mensen. En samen met een meerderheid van het county waarin ze wonen, stemden ze op Donald Trump.

Wie zijn die aanhangers eigenlijk? We kennen allemaal de stereotypen van Trump stemmers: de werkloze ex-steenkooldelver uit West-Virginia, en de opgehitste idioten op Trumprally's. Dat die op Trump stemmen, bon. Maar de hoogopgeleide middenstand? Daar gaat het economisch goed mee, en ze hebben met hun universitaire opleiding geen slecht stel hersenen.

Ann en Robert hebben al vaak Republikeins gestemd, ze hebben een conservatieve geloofsovertuiging. Ik sprak met Ann vaak gepassioneerd over de Amerikaanse geschiedenis, politiek en maatschappij. We staan aan twee verschillende kanten van het politieke spectrum, maar zij moest nu toch ook wel inzien hoe ondermaats, seksistisch en racistisch deze blaaskaak was? Ik wist dat ze niet Hillary-gezind waren, maar hoe konden zulke redelijke, intelligente, lieve mensen nu toch hun stem aan Trump geven?

Politieke labels, politieke hokjes

Juist bij de voorbije verkiezingen bleken politieke hokjes niet langer geschikt om politiek gedrag te bepalen: Democraten stemden Trump, en Republikeinen Clinton. Toch vraag ik ze zichzelf een politiek label op te plakken. Als voorzet geef ik “evangelical republican”. Beide corrigeren ze me vriendelijk maar duidelijk: “evangelical conservative”. Het partijlabel bekijken ze dus sceptisch, al heeft Ann een Republikeinse partijkaart.

“Ik ben ooit begonnen als liberale democraat,” zegt Robert. “Ik heb hem naar de goede kant overgehaald”, lacht Ann er achteraan. Ondanks dat het er in de campagne amper over ging, spreken we eerst over het beleid dat beide kandidaten voorstonden. Ann en Robert stemmen overwegend Republikeins om een aantal klassieke redenen: minder overheidsinmenging, meer bevoegdheden op statelijk niveau, minder belastingen en vrijhandel. Ze zijn tegen abortus, en tegen het homohuwelijk. 

Bij Robert gaat het vooral over belastingen en regulering. Het feit dat hij een klein bedrijf heeft speelt daarbij een grote rol. “In de debatten werd wel duidelijk dat Clinton alles van Obama voort wilde zetten. Belastingen omhoog. Obamacare uitbreiden,” vertelt Robert. “We houden niks meer over nadat de belasting is langsgeweest. Er gaat zo 50 procent van af. Sparen is er niet meer bij. Plus, we moeten mensen weer aan het werk krijgen, en van de uitkering afhalen. Onder Obama is het aantal mensen dat uitkeringen krijgt enorm gestegen. Dat is gewoon niet meer houdbaar.” 

Voor Ann, dagelijks zeer actief bezig met haar geloof, waren het uiteindelijk Clintons opmerkingen over abortus die haar definitief voor Trump deden stemmen.

Over de bevoegdheden naar het statelijk niveau is Ann onomwonden. Ze is ervan overtuigd dat de founding fathers de macht bij de staten zagen liggen, met slechts een kleine rol voor de federale overheid. Zo heeft ze het publieke onderwijs in New Jersey, waarin ze zelf lesgeeft, enkel maar in kwaliteit zien dalen naarmate de federale overheid meer invloed kreeg: “Dit land is te groot en te verschillend om vanuit één plek en met één beleid te besturen. Natuurlijk hebben ze de beste bedoelingen. Maar in plaats van dat ze het onderwijs in de slechtere staten [bijvoorbeeld Alabama en Mississippi] verbeteren, verslechteren ze op deze manier het onderwijs in de betere staten. Ooit stonden we in de top drie van het beste onderwijs ter wereld. Nu bungelen we ergens onderaan.” 

De eerste overeenkomst met deze ogenschijnlijk exotische stemmers is bij deze gevonden, waarde landgenoten: het communautaire debat! Net als zovelen in Schotland, Engeland en België, willen Ann en Robert de macht weer terug naar huis halen.

Het keuzemenu

“Toen ik hoorde dat Ben Carson zich kandidaat stelde, was ik gelijk verkocht”, zegt Ann met een brede glimlach wanneer ik vraag naar wie hun initiële voorkeur uitging. Robert ging in beginsel voor Kasich en Rubio. Ik ben verbaasd als ze uitleggen vooral achter Carson te staan omdat hij constitutionalist is, iemand die de grondwet letterlijk neemt, in de geest van weer diezelfde founding fathers. Waarom waren ze dan niet voor Cruz, een conservatieve senator uit Texas, en uitgesproken constitutionalist? Ann: “Hij filibustert te veel en speelt te ruw in de zandbak.”

Trump was dus duidelijk niet de eerste keuze. Hij stond zelfs niet in Roberts top drie. Hebben ze dan uiteindelijk vooral vóór Trump, of tégen Hillary gestemd? Voor Robert was het vanaf dag één duidelijk: “Iedereen behalve Hillary”. Ann twijfelt langer: “Ik moet zeggen dat het idee van een vrouw als president me wel enthousiast maakte. Maar uiteindelijk heeft me dat niet verblind om naar haar te kijken zoals ik elke politicus probeer te beoordelen.” 

Ann is een van de ondertussen roemruchte ‘college educated white women’. Clintons campagne rekende op massale steun voor haar onder die groep, die het verlies onder de arbeidersklasse moest compenseren. Op 8 november zagen we met z’n allen dat dat niet het geval was. Ook Ann was dus niet overtuigd, met een gebrek aan vertrouwen als grootste redenen. Waar komen die afgunst en dat wantrouwen toch vandaan?

Schandalen

Hier liggen Europeanen en Amerikanen het verst uit elkaar. Wij zijn de jaren 90 al weer vergeten, maar zij overduidelijk nog niet. Het Whitewater-schandaal, en de manier waarop Hillary reageerde op en omging met de vrouwen waarmee Bill vreemd zou zijn gegaan, of zelfs zou hebben aangerand, komen in élk gesprek over haar geloofwaardigheid weer naar voren. “Je moet begrijpen, Wouter,” zegt Robert, “wij leven al 30 jaar met de Clintons. Clinton heeft alle vrouwen met wie Bill is vreemdgegaan, of erger, achtervolgd en zwart gemaakt. Ook al in Arkansas. En dan beweren dat je voor vrouwenrechten opkomt.” 

De kernwoorden in hun betoog zijn ‘hypocriet’ en ‘leugens’. Klinkt precies als een politicus, lijkt me. Liegt ze meer dan gemiddeld? “Véél meer!” klinkt het in koor. “Ik kan de hypocrisie echt niet uitstaan bij haar,” zegt Ann fel. Ik herinner me een verhaal dat ze me afgelopen zomer vertelde, over het aantal mensen dat met Clinton samenwerkte, uit de gratie viel, en verdween. Ze verwijst naar Dinesh D'Souza, een notoir complotdenker en oud-adviseur van Reagan.

Ik weet dat ze hun nieuws enkel consumeren via FoxNews, de conservatieve tv- en radiozender, en dat ze vaak artikelen van conservatieve Facebookpagina’s delen. Goed, ik heb nog geen Breitbart of Drudge Report langs zien komen, maar het was me al duidelijk dat ook zij in een bubbel leven. Het heeft hen ervan doordrongen dat het niet alleen de actoren zijn die moeten veranderen, maar het hele systeem.

Change

Het feit dat hij een outsider is, onbesmet door het systeem, speelt bij beiden een belangrijke rol. “Hij heeft het geld en de macht niet nodig. Ik denk dat hij zag wat er misging in dit land, en dat hij niet anders kon dan in de ring stappen en de boel proberen op te lossen.” 

Wederom komen de founding fathers ter sprake: “Zij vonden het maar niets dat mensen politiek als carrière gingen zien. Mannen als McCain, die zitten al meer dan 35 jaar in de politiek. Ted Kennedy, nog zo’n voorbeeld. Je moet je privézaken on hold zetten, je inzetten voor de publieke zaak, en weer verder gaan. Dat is wat Trump nu doet.”

Als je een outsider moet zijn, dan maakte Clinton natuurlijk geen schijn van kans. Tien jaar als activistische first lady in Arkansas, acht jaar eerste vrouw in Washington D.C., acht jaar senator voor New York, en vier jaar minister van Buitenlandse Zaken. Dan staat ‘insider’ op je voorhoofd getatoeëerd, of ‘gevestigde elite’, als ze een hoofd in de maat van Trump had gehad. 

Elite

Is Trump dan de verandering die ze zochten? Meer nog dan een verandering van beleid: een verandering van systeem, en de personen die het systeem vormgeven? Iemand die ongerept de politiek in stapt? “Het is een elite, eentje die niets meer ziet van de realiteit. Die niet bezig is met alledaagse problemen”, legt Robert uit. “Er heerst een arrogantie onder politici van beide partijen. Er is in geen twaalf jaar meer naar de mensen geluisterd, en dinsdag hebben de mensen laten horen wat ze daarvan vinden.”

Toch nog even over Obama dan, want dat was toch ook een outsider die verandering beloofde? Uiteindelijk was hij te veel zoals de rest, aldus Ann en Robert. Veel praatjes, weinig daden, en doorspekt met partijpolitiek. Voor de grap noem ik Cory Booker, posterboy voor de democraten, oud-burgemeester van Newark en sinds twee jaar democratische senator voor New Jersey, en vraag of ze dat dan iets zouden vinden.

Tot mijn grote verbazing reageren ze beide positief. “Ja, hij is wat glad, maar hij heeft serieus zijn best gedaan om samen te werken met de andere kant”, aldus Ann. Robert knikt instemmend en vult aan: “Hij heeft veel goed werk gedaan voor de mensen die hij vertegenwoordigde”, doelend op zijn tijd als burgemeester van Newark. “Ik zou overwegen op hem te stemmen,” voegt Ann als klap op de vuurpijl toe. Ik sta even met m’n mond vol tanden. Dit is een van de hipste, liberaalste democraten waar we het nu over hebben. 

Hoe belangrijk was de verstarring en stilstand in D.C. voor hun stem op Trump? “Groot,” antwoorden ze beide simultaan. Er is volgens hen in twaalf jaar niks meer gebeurd, op Obamacare en een paar andere zaken in de eerste twee jaar van zijn eerste termijn na. “We gaan in alle lijstjes achteruit als land,” aldus Ann. “Als we willen dat we weer terug op het juiste pad komen moet er iets gebeuren.”

Fatsoenlijk

Goed: beleid en het idee van een outsider stuwde Robert richting Trump, en trok Ann weg van Clinton. Maar er zijn genoeg Republikeinen die zich alsnog hebben afgezet tegen Trump, simpelweg door zijn gedrag. Georg H.W. en George W. Bush bijvoorbeeld, om maar twee willekeurige Amerikanen te noemen. Al was Ann altijd fel tegen Obama’s beleid, wat ze wel consequent opmerkte was dat hij een goed mens was. Hij is een nette familieman, en dat waardeert ze. 

Stoot de taal van Trump haar dan niet tegen de borst? “Natuurlijk vind ik het smakeloos wat hij soms heeft geroepen. Maar dat was elf jaar geleden!” Ze vervolgt met een aantal argumenten die me maar al te bekend zijn vanuit de conservatieve media: het is “kleedkamertaal”, en Democraten “omringen zich met artiesten die nog veel vunzigere taal uitslaan”. Robert gaat het er uiteindelijk niet om of hij er presidentieel uitziet, of zich presidentieel gedraagt. “Hij moet problemen op kunnen lossen. Zo’n Clinton, met haar dertig jaar in de politiek, heeft geen verstand meer van de praktijk. Trump heeft dingen gebouwd. Ja, is meermaals failliet gegaan, maar ook altijd op z’n pootjes terecht gekomen.”

KKK

Ik weet niet of ze hier een knap staaltje cognitieve dissonantie laten zien, of dat ze het écht niet zo belangrijk vinden. Het feit dat ze gestemd hebben op een kandidaat die wordt gesteund door de KKK, dat moet toch steken? Maar ook dat lachen ze weg: “Hij heeft niets met die organisatie te maken, is er nooit aan verbonden geweest en die groep zal geen invloed hebben in zijn beleid. Zo simpel is het. Het is alleen maar uitgelicht door de Democraten om hem aan te vallen.” 

Wederom komt het woord cognitieve dissonantie in me naar boven. Dit zijn de meest pro-Israël mensen die je je kan bedenken, ze walgen van alles wat naar racisme ruikt, en toch doen ze hier zo luchtig over. Ik kan niet anders dan concluderen dat andere elementen die hij belichaamde dusdanig veel belangrijker waren, dat ze er dit op de koop toe hebben bijgenomen. 

Dus, waarom dan precies?

Ik had me voor niks opgemaakt voor een ongemakkelijk gesprek. De thema’s die Trump in het politieke mainstreamdebat heeft binnengebracht zijn niet mals, en die openlijk bespreken kan soms pijnlijk zijn. Maar ik had beter moeten weten. Doorheen de jaren heb ik Ann en Robert immers leren kennen als bovenal redelijke, intelligente mensen, die liever een goed gesprek voeren dan perse hun gelijk willen halen.

Einde van de polarisering

Het is makkelijk om te stellen dat Robert en Ann op Trump hebben gestemd omdat ze nu eenmaal Republikeinen zijn, of ‘evangelical conservatives’. Maar ondanks hun duidelijk conservatieve standpunten lijken Ann en Robert - paradoxaal genoeg - te snakken naar een einde van de polarisering, en naar meer samenwerking tussen de politieke partijen. Hun afkeer van Hillary en de Clintons woog daarbij sterk door. In hun ogen belichaamde ze willens nillens de carrièrepoliticus: uit op macht, geld en niet op zoek naar vooruitgang of oplossingen. Het was vooral de roep om iets anders, meer dan hun eigen beleidsvoorkeuren. 

Dat ze me aan het begin van het gesprek verbeteren wanneer ik hen ‘evangelical republicans’ noem, en er ‘evangelical conservatives’ van maken, verklaart veel. Ze bevestigen goeddeels de idee dat Trump eigenlijk een onafhankelijke kandidaat is, die onder de hoede van de Republikeinse partij het presidentschap heeft gezocht.

Een insider kan het vastgelopen systeem niet terug op de rails krijgen. Niet voor niets bekritiseren ze McCain (kopstuk binnen de Republikeinse partij) voor het vasthouden aan z’n macht, vinden ze Cruz (conservatief Republikein) maar niks omdat die pertinent alle samenwerking met de Democraten blokkeert, en loven ze Booker (liberaal Democraat) juist voor het zoeken naar mogelijkheden voor samenwerking.

Samenwerking. Met al hun uitgesproken, soms zelfs extreme opvattingen, zijn ze vooral op zoek naar samenwerking. “Mensen zijn tegenwoordig feller en passioneler dan ze vroeger waren over de politiek. Aan beide kanten. Ze praten niet meer met elkaar.” Dan hoor ik iets van een krak in Anns stem: “Als we niet oppassen verwoesten we onszelf van binnenuit.”

Voor samenwerking heb je iemand nodig die deals kan maken. Die gok hebben ze gewaagd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234