Dinsdag 22/10/2019
Mark Elchardus. Beeld rv

Column Mark Elchardus

Waarom het einde van de opkomstplicht mij dwars blijft zitten

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen.

Bijna alles wat kan en moet worden gezegd over het afschaffen van de opkomstplicht, hebben we inmiddels gehoord. De nagenoeg zekere gevolgen: veruit het beste middel om democratische participatie te bevorderen wordt verlaten, de deelname van de sociaal zwakkeren en de laaggeschoolden wordt verder teruggeschroefd, Vlaams Belang en de Partij van de Arbeid worden gepest. De waarschijnlijke gevolgen: de kloof tussen laag- en hooggeschoolden wordt nog dieper, partijen worden nog meer exclusieve clubjes van hooggeschoolden. De mogelijke gevolgen: in de ogen van de mensen worden gemeenteraadsverkiezingen getrivialiseerd; dit is het begin van het einde van de opkomstplicht voor alle verkiezingen, de verwezenlijking van een liberale droom.

Wat is eigenlijk de verantwoording voor zo’n maatregel? Voor de liberalen die hem wilden, is dat vrijheid. John Stuart Mill heeft het hen ingefluisterd: “Over zichzelf, over zijn lichaam en geest is ieder mens zijn eigen meester.” Vandaar: geen opkomstplicht. Maar waarom dan niet meteen de belastingen afschaffen? Dat zou in liberale kringen waarschijnlijk op nog meer enthousiasme worden onthaald. En als dat toch allemaal kan in naam van de vrijheid, waarom dan bijvoorbeeld de slavenhandel niet weer invoeren, met respect voor de regels van de vrijhandel, uiteraard. Rachida Lamrabet, vroeger juriste bij Unia, is van oordeel dat de boerka moet kunnen in naam van vrijheid en zelfbeschikking.

Wat zeggen onze liberale vrijheidsstrijders daarop? Meestal antwoorden ze dat er een limiet zit op vrijheid: men is meester over eigen geest en lichaam zolang dat niemand kwaad berokkent. Dat lijkt me een stelregel afkomstig uit Ethiek voor minderbegaafden. Daarmee wordt immers alles in handen gegeven van degene die bepaalt wat kwaad is. Hebben de mensen die abortus gelijkstellen aan moord een meerderheid in het parlement, dan is de limiet van de vrijheid meteen bereikt.

Het probleem van vrijheid als grondslag van ethische en politieke keuzes is dat men er nogal vrijelijk kan mee omspringen. Het legt de beslissing in handen van de sterkste. Bij de onderhandelingen over het afschaffen van de opkomstplicht waren dat blijkbaar de liberalen en de N-VA, die de opkomstplicht al eerder in vraag stelden. CD&V verkocht zijn ziel, N-VA gaf die gratis weg.

In tegenstelling tot de liberalen zijn de nationalisten en de christendemocraten gemeenschapsdenkers. Zij staan in de politiek niet zozeer om individuen te bedienen, maar om een gemeenschap te dienen. Hoezeer zij ook individuele rechten verdedigen, zij doen dat steeds in het besef dat die rechten de vrucht zijn van de inspanningen en verwezenlijkingen van de collectiviteit of de gemeenschap. Precies daarom heeft die gemeenschap voor hen ook rechten, of anders gesteld, heeft het individu plichten ten opzichte van de gemeenschap. Daarom spreken die partijen van rechten én plichten. Vooral nationalisten zijn zich doorgaans scherp bewust van de collectieve grondslag van individuele rechten, vrijheden en mogelijkheden. Daarom maken zij zich zorgen over eigenheid en onderscheiden zij, zorgvuldiger dan de andere partijen, burgerrechten van mensenrechten.

Zich beroepen op rechten is makkelijker dan het vervullen van plichten. Daarom hebben politici een moeilijke pedagogische opdracht: hedendaagse mensen ertoe aanzetten wat minder snel op hun rechten te staan, iets meer aandacht te hebben voor hun plichten tegenover de anderen, de samenleving, de toekomstige generaties, de planeet… Is er nu een duidelijker, meer elementaire vorm van burgerplicht dan de plicht de eigen zorgen en wensen, angsten en dromen in te brengen als we allemaal gaan stemmen? Minstens bij die gelegenheid, via die stem, gemeenschap te vormen. Opkomstplicht staat symbool voor een denk- en gevoelswereld die onze banden tot elkaar niet herleidt tot rechten. Zij doet dat door de mondigheid van de burger te koppelen, niet alleen aan een recht, maar aan een plicht.

Die denk- en gevoelswereld leek de inspiratiebron van deze Vlaamse regering. De idee ‘voor wat hoort wat’, het besef dat een gemeenschap zich bindt door sociaal beleid én aandacht voor eigenheid, dat lidmaatschap en toegang tot die gemeenschap gewichtige aangelegenheden zijn... het was alsof we eindelijk een nieuw geluid zouden horen. En dan, nog voor het aantreden, die valse noot die alles uitholt. Bij de gemeenteraadsverkiezingen mag de burger nu een beetje “uit de staat te stappen” zoals Guy Verhofstadt (Open Vld) dat weleer in de burgermanifesten formuleerde. Op wat lijkt dat nu. Nieuwkomers krijgen het moeilijker om binnen te komen, terwijl het daarbinnen minder gemeenschap en meer een verzameling van losse individuen wordt. Het is alsof een mooi verhaal van de bladspiegel glijdt en de woorden in een arbitraire orde op de grond belanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234