Dinsdag 10/12/2019
Paul De Grauwe. Beeld rv

Column Paul De Grauwe

Waarom een Nobelprijs slechts financiële kruimels waard is

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt tweewekelijks.

Het Nobelprijs-seizoen is weer voorbij. De prijzen zijn uitgedeeld aan mensen die buitengewone bijdragen hebben geleverd aan de maatschappij. In de geneeskunde aan onderzoekers die fundamentele inzichten mogelijk hebben gemaakt over de manier waarop cellen zich aanpassen aan veranderingen in het zuurstofniveau. Deze fundamentele inzichten zijn belangrijk gebleken, bijvoorbeeld, in de strijd tegen kanker.

In de scheikunde beloonde het Nobel-comité onderzoekers die de basis hebben gelegd voor de ontwikkeling van de lithium-ionbatterijen. Die zijn van onschatbare waarde voor de ontwikkeling van duurzame vormen van energievoorziening.

In de economie ten slotte werden onderzoekers beloond die nieuwe methoden hebben ontwikkeld om de strijd tegen de armoede aan te gaan, met groot succes trouwens.

Het prestige dat aan de Nobelprijs kleeft is enorm. De laureaten verkrijgen het statuut van halfgoden in de wetenschappen. De financiële beloning daarentegen – 800.000 euro te verdelen onder drie – is peanuts. Tenminste in vergelijking met wat topvoetbalspelers verdienen. Sommige van die jonge snaken verdienen in één week hetzelfde als de Nobelprijs-winnaars. CEO’s van grote ondernemingen verdienen het honderdvoud van wat topwetenschappers als inkomen hebben.

Dat leidt tot de vraag waarom de maatschappij slechts financiële kruimels toeschuift aan personen die door hun onderzoek een onschatbare bijdrage leveren aan de welvaart van miljoenen mensen. De financiële vergoedingen voor topwetenschappers verzinken in het niets wanneer we die vergelijken met wat topsporters of topmanagers verdienen. Zou het kunnen dat de bijdrage van topvoetballers en topmanagers aan de maatschappelijke welvaart een veelvoud is van die van de Nobel-laureaten? Dat lijkt mij onwaarschijnlijk. Het antwoord moet elders gezocht worden.

Marktmechanisme

Het verschil in vergoeding heeft alles te maken met het verschil tussen collectieve en private diensten. De wetenschappers die een Nobel-beloning hebben gekregen, doen fundamenteel onderzoek. Het essentiële kenmerk daarvan is dat zodra de resultaten ervan gekend zijn die ter beschikking komen van iedereen. Iedereen kan van die nieuwe inzichten profiteren en niemand kan een exclusief eigendomsrecht uitoefenen op de kennis die dankzij dit onderzoek is tot stand gekomen. Het is een kennis die niet gepatenteerd kan worden. De uitvinder verdient er geen cent aan.

Het verschil met voetbalspelers ligt hem precies daar. Het voetbalspel kan verpakt worden op zo een manier dat alleen diegenen die betalen het spel kunnen zien. Ofwel in stadions, ofwel op televisie, die nu in grote mate betalend is geworden. Globalisering heeft de massa mensen die bereid zijn te betalen op fabelachtige wijze doen stijgen met het gevolg dat een voetbalmatch van de Premier League door miljoenen betalende kijkers wordt gezien.

Kan zoiets dan ook niet in de wetenschappen? Ja, wanneer de fundamentele inzichten leiden tot praktische toepassingen, bijvoorbeeld een batterij die in een auto gestoken kan worden. De ondernemers die de inzichten van de fundamentele onderzoekers in producten kunnen gieten waarop ze een patent verwerven, verdienen dan het grof geld. Soms delen wetenschappers ook in de financiële return, maar heel dikwijls niet omdat er heel wat tijd is verlopen tussen het moment van inzichtverwerving en de praktische toepassing.

Zodra kennis verpakt kan worden, kan ze in individuele pakketjes verkocht worden. En de verpakker wordt rijk. Zo werkt het marktmechanisme. Fundamenteel onderzoek kan niet individueel verpakt worden. En dus wordt de fundamentele onderzoeker niet financieel beloond voor zijn inspanning. Tenzij de maatschappij andere vergoedingssystemen gebruikt. Maar die zijn bijzonder moeilijk in de praktijk om te zetten. Vermits de succesrijke wetenschappers een collectieve dienst leveren kunnen ze niet langs het marktsysteem vergoed worden. Ze moeten langs de politiek passeren. De politiek moet de vergoeding in een begroting inschrijven en daar een meerderheid voor vinden. Dat blijkt een onmogelijke hinderpaal om topwetenschappers hetzelfde inkomen te geven als topvoetballers.

Esther Duflo en haar echtgenoot Abhijit Banerjee wonnen samen met Michael Kremer de Nobelprijs voor Economie. Net als winnaars in andere domeinen moeten ze dus een prijs delen die al maar een fractie is van wat voetballers of managers verdienen. Beeld EPA

En dus zullen we verder moeten gaan met het geven van kruimels aan topwetenschappers in de hoop dat voldoende onder hen gemotiveerd zullen blijven door het pure plezier om wetenschappelijke ontdekkingen te doen, en in de hoop ooit een prestigieuze Nobelprijs te verwerven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234