Maandag 14/10/2019

Essay

Waarom een leven onder Google niet eens zo gek is

Beeld Pieter Van Eenoge

Nationaliseer machtige digitale platforms als Google en Facebook opdat ze het algemeen belang zouden dienen, stelt een opiniestuk in The Guardian. Economiefilosoof Rogier De Langhe ziet eerder het omgekeerde gebeuren: dat de digitale platforms de natiestaten vervangen. ‘De overheid van de toekomst lijkt meer op Google dan op België, en dat is niet per se een slechte evolutie.’

We worden ons steeds bewuster van de kracht van digitale platforms. En de gevaren: ze hebben een eigen agenda, het zijn natuurlijke monopolies, ze verzamelen onze data, ze creëren bubbels... Platforms zijn echter niet nieuw. Platforms brengen mensen samen en geven hen de middelen om samen dingen te doen. Tot voor kort waren natiestaten zelf het beste voorbeeld van een platform. Zo creëren natiestaten bijvoorbeeld de spelregels van onze maatschappij zoals eigendomsrechten en verkeersregels, waarna spelers zoals burgers en bedrijven het spel kunnen spelen.

Het is daarom geen toeval dat alle bezorgd­heden die nu over de grote digitale platforms worden geuit, evengoed van toepassing zijn op de natiestaat. Ook natiestaten hebben een lange geschiedenis van het opleggen, verdedigen en zelfs uitbreiden van hun monopolie, hetzij op de uitgifte van geld, het openen of afsluiten van markten, het uitoefenen van geweld en het maken van wetten. Homogene bubbels creëerden ze niet door passief te filteren maar nog veel agressiever, door zelf homogeniteit op te leggen via media en onderwijs. We maken ons zorgen over onze privacy die we op het internet te grabbel gooien, maar staan onze data gedachteloos af aan de natiestaat. Waarom vertrouwen we natiestaten wel en digitale platforms niet?

Omdat die platforms kapitalistische bedrijven zijn, stelt Nick Srnicek in The Guardian. Een democratische natiestaat die het algemeen belang dient, is verkieslijk. De platforms moeten daarom worden genationaliseerd, net zoals andere monopolistische bedrijven zoals de spoorwegen.

Ik betwijfel of dat mogelijk is. Zelf zie ik de Belgische staat nog niet zo snel Facebook runnen. Het omgekeerde lijkt me veel waarschijnlijker. En misschien zelfs wenselijker.

Ruimteprogramma

Het reguleren of zelfs nationaliseren van digitale platforms door de natiestaat onderschat de macht van digitale platforms. Digitale platforms zijn niet zomaar bedrijven. Zoals de Amerikaanse econoom Arun Sundararajan uitlegt in zijn boek The Sharing Economy, zijn digitale platforms hybride instituties die de kenmerken van over­heden en bedrijven combineren. We zijn gewend om te denken vanuit het onderscheid tussen markt en staat, tussen diegenen die het spel spelen en diegenen die de spelregels bepalen. Digitale platforms zijn zowel scheppers als spelers van hun eigen spel.

Wat een digitaal platform als Facebook of Google onderscheidt van een klassiek spoorwegbedrijf, is dat het dus deels een echte concurrent is voor de natiestaat. De platforms zorgen zelf voor organisatie, waardoor ze de natiestaat kunnen passeren en rechtstreeks contact maken met de burgers zelf. Daarvoor hebben ze tot nader order wel nog nationale communicatie-infrastructuur nodig. Het is daarom erg opvallend dat elk groot platform tegenwoordig een ruimteprogram­ma ontwikkelt.

Zo heeft Facebook zich als doel gesteld om iedereen op de planeet vanuit de lucht rechtstreeks van internet te voorzien. Lees: het is maar een kwestie van tijd of natiestaten kunnen zelfs de stekker niet meer uit het internet trekken. Macht heeft uiteindelijk diegene die erin slaagt een groep mensen te organiseren. Waar zullen natiestaten de macht vandaan halen om platforms te verhinderen dat te doen?

Ik zou de platforms dan ook niet zozeer bekijken als kapitalistische bedrijven die de overheid willen kapen, zoals Srnicek doet, maar als potentiële overheden vermomd als beursgenoteerde ondernemingen. Onder het mom van het vergroten van aandeelhouderswaarde zijn ze bezig aan een stille revolutie, waarbij de macht van de klassieke natiestaat niet zozeer rechtstreeks wordt gecontesteerd, maar geleidelijk ingekapseld. Dat brengt ons bij de vraag of deze evolutie, hoe onvermijdelijk ze ook lijkt, wel wenselijk is.

Misschien is ze dat wel meer dan we voor onszelf op het eerste gezicht durven toegeven. Bestuurlijke complexiteit is een van de belangrijkste oorzaken van maatschappelijke ongelijkheid, omdat diegenen met de meeste middelen er het best hun weg in zullen vinden. Kleinere structuren en kortere ketens zouden een revolutie ontketenen in administratieve vereenvoudiging.

Doemscenario?

Een van de grootste hotelketens ter wereld, Marriott, biedt wereldwijd 1 miljoen slaapplaatsen aan en heeft daarvoor 250.000 personeels­leden nodig. Airbnb biedt evenveel slaapplaatsen aan, maar heeft daarvoor honderd keer (!) minder mensen nodig. Beeld je in dat er morgen een platform opstaat dat overtuigend kan aantonen dat het België kan runnen met honderd keer minder personeel. Of omgekeerd, een honderd keer betere dienstverlening kan bieden voor hetzelfde geld. Verdient die mogelijkheid dan niet tenminste een maatschappelijk debat?

Digitale platforms hebben ook een heel andere aanpak voor het creëren van de symbolische gemeenschappen waaruit maatschappijen zijn opgebouwd. Natie­staten probeerden homogeniteit actief te forceren door verovering, manipulatie en controle. Digitale platforms selecteren ze eerder passief. In plaats van homogeniteit te creëren, maximaliseren ze de homogeniteit die er al is, bijvoorbeeld in de structuur van sociale netwerken of patronen in voorkeuren of andere data. Op die manier worden de gemeenschappen die er al zijn versterkt, in plaats van kunstmatige gemeenschappen gecreëerd – met alle gevolgen van dien.

Ze zijn dan wel ongelooflijk krachtige organisatiemechanismen, maar wat hebben natiestaten dat de platforms niet hebben? Op een of andere manier hebben natiestaten ons ervan overtuigd dat ze ons belang dienen. Democratische legitimiteit, zeg maar. Welnu, mijn stelling is dat het veel makkelijker is voor digitale platforms om zulke democratische legitimiteit te verwerven, dan voor klassieke natiestaten om plots te transformeren in een digitaal platform.

Het is moeilijk te geloven dat een natiestaat met een schuldenberg waarmee een normaal bedrijf allang failliet zou zijn, en een beslissingsstructuur die zelfs kleine maatregelen die ze zelf creëerde niet kan afschaffen – zoals de ecocheque – erin zou slagen om het soort revolutionaire transformatie van verticale hiërarchie naar horizontaal platform te maken. Zelfs heel rijke en efficiënte bedrijven hebben het zeer moeilijk met digitale transformatie en verliezen het van platforms die van onderuit in het nieuwe paradigma zijn opgebouwd, zoals Facebook en Google in de mediasector of Amazon in de distributie.

Omgekeerd: niets doet vermoeden dat ook in het verwerven van die democratische legitimiteit platforms niet superieur kunnen zijn. Het potentieel van digitale platforms voor het verwerven van democratische legitimiteit is veel groter dan momenteel al wordt benut.

Facebook heeft op maandelijkse basis via een multifunctioneel digitaal platform contact met twee miljard mensen, evenveel als de wereld­bevolking in 1927 en alvast meer volk dan eender welke natiestaat ooit heeft kunnen verenigen; natiestaten laten je om de vier jaar een bolletje kleuren... met een potlood. Het is maar een kwestie van tijd voor de kracht ervan wordt gebruikt om macht te verwerven in plaats van louter om geld te verdienen.

Het idee van een digitaal platform als de overheid van de toekomst is voor velen een doem­scenario. Maar als we ooit op een punt komen waarop een van die platforms de taken van de overheid niet alleen veel efficiënter weet uit te voeren, maar dat ook op een veel transparantere en legitiemere manier kan doen dan de natiestaat, wat anders dan de macht van de gewoonte blijft er dan nog over om te blijven vasthouden aan de oude instituties?

De kracht van uitvindingen

Het is sowieso maar een kwestie van tijd vooraleer de digitale disruptiegolf ook onze bestuurlijke instituties aantast. Volgens sommigen is ze zelfs al bezig, met de fragmentatie van de publieke opinie en het ineenstorten van het klassieke politieke en journalistieke businessmodellen. Er is alvast geen reden waarom de gevolgen van de digitale disruptie beperkt zouden blijven tot enkele nieuwe businessmodelletjes zoals Uber en Airbnb. Ook de industriële disruptie bleef niet beperkt tot een paar fabrieken, maar heeft de manier waarop we onze maatschappij organiseerden als geheel veranderd.

Technologie heeft altijd een zeer belangrijke rol gespeeld in de structuren die mensen zijn beginnen te bouwen om zichzelf te organiseren. Het schrift droeg bij tot de vorming van de eerste beschavingen. Het organiseren van grote groepen mensen creëert informatiestromen die al snel niet meer te overzien zijn, en het schrift liet toe om die complexiteit te overwinnen. Het vormde als het ware een extern geheugen waarin kennis kon worden opgeslagen, rechtsregels konden worden geobjectiveerd en economische stromen te boek worden gesteld. Zo was de grootte van een samenleving niet langer beperkt door de mentale capaciteiten van haar leden.

De moderne natiestaat, met een schaal en controle waar de eerste beschavingen alleen maar van konden dromen, was maar mogelijk door nieuwe technologieën zoals de geautomatiseerde drukpers, waardoor kranten en dus een nationale publieke opinie konden ontstaan om de symbolische gemeenschap te creëren die een natiestaat uiteindelijk is. Samen met andere uitvindingen, zoals de trein, werd het mogelijk om ongezien grote, afgebakende geografische gebieden te organiseren.

De laatste decennia creëert de digitale revolutie informatiestromen van een nieuwe orde, waar klassieke natiestaten gebouwd rond papieren administraties en geografische beperkingen zichtbaar mee worstelen. Kranten worden socialemediastromen, treinen worden serverparken, de relatief homogene publieke opinie fragmenteert tot filterbubbels.

Minister of zoekrobot

Het was geen natiestaat, maar een privaat bedrijf genaamd Google dat de complexiteit van het internet wist te temmen door het algoritme te bedenken dat toeliet om spelden in die massieve hooiberg te vinden. Facebook deed in essentie hetzelfde, maar in plaats van een algoritme om het internet relevantie te geven, gebruikte het je eigen sociale netwerk.

Beide zijn krachtige voorbeelden van datgene waaraan platforms al millennia hun macht ontlenen, een waarheid zo oud als de beschaving zelf: de macht gaat naar diegene die de sleutel in handen heeft tot het reduceren van de complexiteit in de maatschappij, waardoor betekenisvolle interactie tussen mensen mogelijk wordt. Of je dat nu doet door een hobbesiaanse Leviathan te worden, een democratisch verkozen minister of een zoek­robot.

Kortom, de observatie over de toenemende macht van platforms is terecht. Alleen is het niet vanzelfsprekend dat dit een slechte evolutie is. Het is veel waarschijnlijker dat platforms democratische legitimiteit verwerven dan dat natie­staten zich plotsklaps kunnen omturnen tot de wendbare, transnationale en fundamenteel anders gestructureerde instituties die de grote digitale platforms van vandaag zijn. Wie vindt dat die platforms te veel macht hebben, bekijkt de zaak nog vanuit het oude paradigma. De platforms hebben niet te veel macht, zij zijn hoe macht eruitziet in een digitale wereld. Terwijl de natiestaat een platform is dat verankerd was in land als dominante productiefactor van zijn tijd, zijn digitale platforms verankerd in de dominante productiefactor van onze tijd: digitale data.

De overheid van de toekomst lijkt daarom wellicht meer op Google dan op België. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234