Donderdag 22/08/2019

Kernkabinet

Waarom doemdenken over privacy uit de tijd is

Facebook en Google vermalen onze privacy, zo lijkt het. Toch kunnen we dat wantrouwen maar beter afgooien, zegt economiefilosoof Rogier De Langhe. We hebben immers ook veel te winnen bij de digitale netwerkmaatschappij. "Online vormt zich een radicaal ander mensbeeld."

Economiefilosoof Rogier De Langhe (UGent) maakt deel uit van ons 'kernkabinet', een groep van vier jonge denkers die beurtelings een essay schrijven voor 'Zeno'. Beeld Franky Verdickt

We proppen ons huis vol sensoren en gooien onze data op straat. Toch blijven we met grote stelligheid lippendienst bewijzen aan privacy als basisrecht. Een mens zou haast vergeten dat het onderscheid tussen publiek en privaat pas enkele eeuwen oud is. Het ontstond ten tijde van de industriële revolutie, toen de moderne machts- en productie­ver­houdingen werden gevormd. Naar­mate het centrale gezag meer informatie had, zijn bevelen sneller kon communiceren en met krachtiger middelen kon afdwingen, ontstond de nood aan het begrenzen ervan. Bekeken als een machtsstrijd tussen publiek en privaat verschuift digitalisering die grens razend­snel. Het doembeeld is dat van een individu dat wordt verpletterd door een totalitair regime, zoals Dave Eggers beschreef in zijn orwelliaanse roman The Circle.

Naast een centralisatie van de macht werd de industriële tijd ook gekenmerkt door de economisering van onze leefwereld. In een wereld waarin alles koopwaar werd, werd ook onze eigen levenssfeer een afgebakend iets dat iemands persoonlijke bezit is. Ons leven werd een in uren uit te drukken productiefactor, verhandelbaar op een arbeidsmarkt. Competitie op die arbeidsmarkt werd de basis voor onze productieverhouding. Ook die verhouding wordt door digitalisering verstoord. Het doembeeld hier is dat van een leven in uitbuiting en slavernij. Bekeken als een sociale strijd tussen werkgevers en werknemers gaan digitale platformen lopen met de winsten van het werk dat hun gebruikers gratis voor hen doen.

Kortom, digitalisering veroorzaakt een fundamentele verstoring van enkele moeizaam verworven en nauwgezet bewaakte evenwichten die essentieel zijn voor hoe individuen zich hebben leren verhouden tot de moderne maatschappij, met markt en staat als centrale instituties.

Valkuil

Toch hoeft dat niet onze conclusie te zijn. Een typische valkuil bij het inschatten van de gevolgen van technologie, is dat al het overige gelijk blijft. Dat doet het niet, en de mate waarin het dat niet doet, bepaalt in hoeverre er sprake is van een ‘revolutie’. Dat lineaire denken, de neiging om al het overige als gelijk te be­schou­wen, zorgt ervoor dat we de waarschijnlijkheid van extreme gebeurtenissen onderschatten. Revoluties krijgen vaak pas na afloop een naam en worden zelden herkend terwijl ze nog bezig zijn.

Doemdenkers over digitalisering denken doorgaans lineair. Ze plakken oude machts- en productie­verhoudingen op een nieuwe wereld. Door lineair te denken over verandering, zien we enkel wat we verliezen. Maar wat als digitalisering geen evolutie is maar een revolutie, en ook machts- en productie­verhoudingen mee veranderen? Zo bekeken wordt het privacy­verhaal een stuk genuanceerder dan de angst voor totalitaire slavernij binnen het markt-en-staat­plaatje dat nog dateert uit de tijd van de verlichting.

Data als grondstof

Staten en fabrieken produceren (publieke) goederen. Informatie over klanten en kiezers kan daarbij handig zijn, maar is geen essentiële grondstof in dat productieproces. Kiezers, werknemers en consumenten zijn dan ook terecht terughoudend met het delen van informatie. Bij gebrek aan voordelen kan ze immers enkel in hun nadeel worden gebruikt, bijvoorbeeld voor marketing, chantage of oplichterij. Bij digitale platformen ligt dat anders. De digi­tale wereld is geen wereld van schaarste maar van overvloed. In een wereld van overvloed is de uitdaging niet om nog meer producten te ma­ken, maar om gebruikers te helpen door al die digitale bomen het bos te blijven zien.

Een inkijk in het Google Data Center. Google kan maar betekenis voor je creëren omdat het een idee heeft van wie je bent, stelt Rogier De Langhe. Beeld BELGAIMAGE

Plat­formen produceren geen goederen, maar betekenis. Het doel van Google is niet om zoveel mogelijk zoekresultaten te produceren, maar om uit miljarden mogelijke zoekresultaten die opties te selecteren die voor jou zo relevant mogelijk zijn. En persoonlijke data vormen daarbij een essentiële grondstof. Google kan maar betekenis voor je creëren omdat het een idee heeft van wie je bent. Hoe meer het over je weet, hoe betekenisvoller je zoekresultaten. En omgekeerd. Een surfer die droomt van volledige privacy op het internet, is zoals een duif die droomt sneller te kunnen vliegen zonder luchtweerstand.

Moeten we alles dan zomaar te grabbel gooien? Natuurlijk niet. De nadelen en mogelijke misbruiken van gedeelde data blijven bestaan. Alleen levert het in de digitale wereld ook grote voordelen op, zowel voor het individu als voor de maatschappij. Die nieuwe voordelen doen het onderscheid tussen publiek en privaat niet zozeer in ons nadeel verschuiven, zoals de doemdenkers be­weren, maar eerder vervagen. Zoals de digitalisering nog wel meer onderscheiden doet vervagen, zoals het onderscheid tussen producent en consument, bezit en gebruik, en werk en vrije tijd. Reden temeer om te geloven dat de digitalisering geen evolutie is, maar een revolutie.

Grenzen aftasten

Het vervagen van het onderscheid tussen publiek en privaat zet onze klassieke ideeën over hoe het individu zich tot de publieke sfeer verhoudt, op de helling. De afgelopen eeuwen zagen we onszelf als een atomair individu dat zichzelf bezit en vrijblijvend een relatie aangaat met de ander. Vanuit dat mensbeeld evolueerde een maatschappij die werd vermalen tot haar atomen, met markt en staat om die atoompjes hun plek in de wereld te wijzen, zodat ze vreedzaam en productief naast elkaar zouden samenleven. Online vormt zich een radicaal ander mensbeeld, dat fundamenteel sociaal en immaterieel is. Het gaat er niet om wat je hebt, maar om wie je kent. Je netwerken dus. Je wordt pas een digitaal persoon voor zover je participeert in die netwerken.

Uit de samenwerking tussen die digitale personen evolueert stilaan een nieuw soort maatschappij, een netwerkmaatschappij. Platformen geven mensen de middelen om die netwerken te bouwen. Het is daaraan dat ze hun macht ontlenen. Ze empoweren als het ware ons digitale zelf, en daardoor werden we van hen af­hankelijk. 

De grenzen van die rol zijn ook de grenzen van hun macht. Face­book heeft macht over hoe netwerken worden gevormd, maar niet over wat er op die netwerken gebeurt. Wan­neer het het waagt die grens over te steken, breekt massaal protest uit. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen Facebook in 2014 newsfeeds manipuleerde om de gemoedsgesteldheid van zijn gebruikers te veranderen. Zo achteloos als Face­boo­kers hun data te grabbel lijken te gooien, zo allergisch reageerden ze plots op het oversteken van die symbolische grens. Als in een hedendaagse versie van de scheiding der machten dwongen gebruikers een scheiding af tussen netwerk en platform.

Het illustreert hoe we tegenover platformen in een ander soort machts- en productie­verhouding staan dan tegenover markten of staten. Plat­formen zijn geen werkgevers, en hun gebruikers niet hun onderdanen. Ze controleren en alloceren niet, maar faciliteren en emanciperen. Hun relatie is niet competitief maar symbiotisch. Voor een digitaal persoon is het delen van data op platformen geen belemmering, maar een mogelijkheidsvoorwaarde voor een digitaal leven. Data zijn blind zonder platform, dus de platformen blijven leeg als je je data niet deelt.

Ander denkkader

De nieuwe uitdagingen rond privacy kunnen dus maar goed worden begrepen als we ook die nieuwe verhouding tussen individuen, netwerken en platformen beter leren begrijpen. Oude denkkaders die ons plat­formen doen wantrouwen, verhinderen dat. Paradoxaal genoeg is het net dat gebrek aan inzicht dat tech­spelers makkelijk kunnen exploiteren voor persoonlijk gewin. 

Willen we een maatschappij die meer is dan de som van de delen en ons niet re­duceert tot kiezer en productie­factor, een maatschappij waarin we niet eenzaam zijn maar verbonden met elkaar zodat werk, vrije tijd, bezit en gebruik een andere invulling kunnen krijgen, dan moeten we ook de privatisering van onze levens­sfeer in vraag durven te stellen. Enkel als we weigeren de nieuwe netwerken rondom ons te leren begrijpen, zullen we er de slaaf van blijven. Elke Revolutie verdient haar eigen Verlichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden