Dinsdag 16/07/2019

Opinie Pedro De Bruyckere

Waarom de volgende onderwijsminister maar beter stevig in de schoenen staat

Hilde Crevits (CD&V) was Vlaams minister van Onderwijs in de vorige legislatuur. Beeld Tim Dirven

Pedro De Bruyckere is pedagoog aan de Arteveldehogeschool en de Universiteit Leiden.

De verkiezingen zijn voorbij, coalities moeten worden gevormd en uiteindelijk wordt bepaald wie wat gaat doen. Enkele partijen gaven al voor de verkiezingen aan dat ze de volgende minister van Onderwijs wilden leveren. Ik wens wie het ook zal worden nu al veel succes. Dat het niet simpel zal worden, is een understatement. Wat volgt is een bloemlezing, zonder de pretentie volledig te zijn.

Minister Crevits (CD&V) kreeg bij het begin van haar legislatuur een niet zo fraai cadeau van haar voorganger Smet (sp.a) in de vorm van een M-decreet dat met onvoldoende omkadering en financiering kort na de verkiezingen werd ingevoerd. Dit ‘presentje’ was vooral erg voor de leraren, kinderen en ouders. Dit kwam samen met de federale beslissing van de pensioenhervorming, waar minister Crevits als Vlaams minister weinig impact op had. Beide beslissingen hebben haar legislatuur mee getekend. Het M-decreet werd ondertussen grondig aangepakt, maar is volgens veel betrokkenen nog steeds niet optimaal geregeld. Ook de gevolgen van die pensioenhervorming zullen de volgende minister nog parten spelen. En er is meer.

Eindtermen

Zo is er de opstart van een in aller haast uitgevoerde modernisering van het secundair onderwijs met nieuwe eindtermen, wat zeker zal gepaard gaan met kinderziekten. De top van het katholiek onderwijs vroeg niet voor niets enige piëteit van de onderwijsinspectie tijdens de eerste twee jaar. Ondertussen zal het alle hens aan denk zijn om op tijd klaar te raken met de nieuwe eindtermen voor de tweede en derde graad. De eindtermentrein vertrekt namelijk wel op tijd, op 1 september 2019 in het eerste jaar van het secundair onderwijs, en dat betekent dat twee jaar later er nieuwe eindtermen én leerplannen én handboeken nodig zijn voor het derde jaar van het secundair onderwijs.

Tijdens deze legislatuur zal ook het effect van de modernisering zichtbaar worden, maar dat is wellicht pas voor het einde van de regeerperiode. Al is er afgesproken in het het masterplan secundair onderwijs dat er op het einde van de eerste graad moet nagegaan worden hoe de scholen voor de eindtermen presteren via gestandaardiseerde testen. Het katholiek onderwijs kondigde al dergelijke tests aan, maar een dergelijke ontwikkeling kost ook veel tijd en energie om deze valide en betrouwbaar te maken. Deze tests zijn vooralsnog geen taak van de minister, maar dit kan nog veranderen. Ondertussen zal er wellicht vooral een robbertje gevochten worden rond de eindtermen basisonderwijs, waarbij de vraag centraal zal staan wat al dan niet basis is.

Leerlingen in het katholiek onderwijs, Geel. Beeld Tine Schoemaker

Deze discussies – zeker deze over de eindtermen basisonderwijs - zullen stormachtiger worden als er nog slechte resultaten over ons onderwijs bekendgemaakt worden, iets wat niet ondenkbaar is. De voorbije maanden bleken zowel lagere schoolkinderen als hogeschooldocenten slechter te scoren voor begrijpend lezen. Op 3 december komen de nieuwe PISA-cijfers uit over onder andere de leesvaardigheid van onze 15-jarigen.

Hierbij zal steeds vaker naar de lerarenopleiding gekeken worden. Ik hoorde de voorbije tijd politici al in stilte dromen van eindtermen voor toekomstige leraren die verdergaan dan de vrij algemeen geformuleerde basiscompetenties. Over de (onder)financiering van het hoger onderwijs werd er tijdens de voorbije verkiezingen nauwelijks gesproken. In het slechtste geval zal dit zo blijven.

Nijpend lerarentekort

Nu we het toch over de leraren hebben. In juni komt ook nog het Talis-rapport waarin de OESO het beroep van leraar en directeur vergelijkt in de verschillende deelnemende landen. Crevits kon onder andere door de pensioenhervorming geen loopbaanpactakkoord bereiken. Talis en vooral het steeds meer nijpende lerarentekort zullen de noodzaak voor een dergelijk akkoord nog acuter maken. En dat in een wereld waar er stilaan van elk beroep een tekort is. Het lerarentekort komt trouwens in combinatie met plaatstekort in het secundair onderwijs in de steden, de enorme budgetten die blijvend nodig zijn voor de schoolgebouwen…

Dit alles zal nog gekruid worden naargelang de gezindte van de minister, met de nodige discussies met koepels en netten enerzijds en vakbonden en ouderverenigingen anderzijds. Wacht, even naar adem happen.

Dit stuk is niet bedoeld om ervoor te zorgen dat niemand nog minister van Onderwijs wil worden. Wel is het een oproep aan de verschillende partijen om alleen aan echt sterke figuren te denken voor deze positie. Sterke figuren (m/v/x) die ook nog eens beseffen dat ze de vruchten van hun harde werk wellicht pas geplukt zien worden door in het beste geval hun opvolger, omdat het effect van onderwijsbeleid nu eenmaal zeer traag gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden