Donderdag 14/11/2019

Planeten

Waarom de Trappisten enthousiasme verdienen

Vincent Van Eylen. Beeld rv

Dr. Vincent Van Eylen is wetenschapper aan de sterrenwacht van de Universiteit Leiden en ontdekker van negen exoplaneten.

Andere werelden? Dat fascinerende idee dat buitenaards leven heet? Het spreekt zo tot de verbeelding dat de TRAPPIST-planeten meteen wereldberoemd op aarde werden (DM 23/2). Vernoemd naar de Transiting Planets and Planetesimals Small Telescope, maar uiteraard ook een knipoog naar onze Belgische trots – het is immers de Luikse sterrenkundige Michaël Gillon die het onderzoek leidde. Voorlopig heten ze nog TRAPPIST-1b, c, d, e, f, g en h, maar misschien kunnen we ze herdopen, opperde hij op de persconferentie. Achel, Chimay, Orval, Rochefort, Westmalle, Westvleteren zijn dan een evidentie – en mogen onze noorderburen met La Trappe ook een planeetje meepikken? Maar ook los van de nomenclatuur verdienen de planeten heel wat enthousiasme.

Even terug in de tijd. De eerste exoplaneet werd pas halverwege de jaren 90 ontdekt. Tot dan kenden we enkel de acht planeten in ons zonnestelsel – al telde Pluto toen nog mee als negende exemplaar. Ondertussen staan er duizenden op de teller. In tegenstelling tot enkele jaren geleden, halen de meeste daarvan vandaag amper het nieuws. De exoplaneetzoektocht richt zich vaak op sterren die lijken op onze zon, maar de TRAPPIST-telescoop gooide het over een andere boeg en focust op de kleinste en koelste sterren. Daar zijn meerdere goede redenen voor.

Vloeibaar water

Deze planeten worden immers ontdekt met de transitmethode. Dat wil zeggen dat de verduistering van de ster wordt opgemeten wanneer de planeet zich voor de ster beweegt. Planeten zijn echter erg klein: zo blokkeert een exo-aarde tijdens een transit slechts een fractie van 1 op 10.000 van het licht van een exo-zon. Geen sinecure om dat op te meten. Ultrakoele sterren zoals TRAPPIST-1 zijn echter tien keer kleiner dan de zon, zodat planeten ter grootte van de aarde hier een helderheidsafname van meer dan 1 op 150 veroorzaken. Nog steeds niet eenvoudig, maar heel wat veelbelovender.

Deze grafische voorstelling van de exoplaneten verscheen op de cover van het vakblad Nature. Beeld Photo News

Dat voordeel is echter nog veel belangrijker wanneer we de planeten niet enkel willen ontdekken maar ook in detail bestuderen. Het opmeten van een transit in een ruim spectrum van verschillende kleuren geeft immers informatie over de atmosfeer van de planeet, omdat een deel van het sterlicht doorheen de planeetatmosfeer passeert en daarbij de spectra van de moleculen in die atmosfeer overneemt. Dit soort metingen zijn een bijzondere technische uitdaging en worden vandaag enkel bij grotere exoplaneten uitgevoerd, omdat hun relatieve signaal het sterkst is. Maar omdat TRAPPIST-1 zo’n kleine ster is, leveren ook de kleinere, aardachtige planeten een eenvoudiger te meten transitsignaal op. Zo kunnen de planeten die er ronddraaien mogelijk de eerste aardachtige planeten worden waarvan de atmosfeer in detail kan worden bestudeerd.

Nog een meevaller: ultrakoele sterren komen erg veel voor, zodat de ontdekking van niet minder dan zeven planeten rond TRAPPIST-1 nog veel meer aardachtige planeten mag doen verhopen. Aangezien de ster zo koel is, kunnen de planeten allemaal vloeibaar water bevatten, ondanks hun erg korte omlooptijden – tussen anderhalve dag en twintig dagen, zodat eventuele bewoners er wel erg vaak jarig zijn. 

Algemeen wordt aangenomen dat vloeibaar water een noodzakelijke voorwaarde is voor de aanwezigheid van leven. TRAPPIST-1 biedt alvast zeven laboratoria. Of die planeten ook echt leven hebben? Dat weten we nog niet, maar mogelijk komen we er op een dag achter. Dat kan bijvoorbeeld als we zuurstof in hun atmosfeer vinden, wat zou kunnen wijzen op biologische in plaats van zuiver chemische processen.

Nog dit: waar de zon een levensverwachting van enkele miljarden jaren heeft, blijven ultrakoele sterren zoals TRAPPIST-1 nog enkele honderden keren langer ‘jong’. Heel wat tijd om tot leven te komen dus. Of toch niet? Speculeren mag. Enthousiast worden ook.

Het oppervlak van een van de planeten van TRAPPIST-1. Beeld AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234