Dinsdag 22/10/2019

Eierencrisis

Waarom de stempels op de eitjes bewondering verdienen

Beeld alexander d'hiet

Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel en opiniemaker bij De Morgen.

Plots leken ze bedreigend, die zes eieren. Militair opgesteld, in het gelid, twee rijen van drie, boven in de deur van de koelkast. Het was me nooit eerder opgevallen. Maar inderdaad, je weet niet wat onder die schaal schuilgaat. Smijt ik ze weg? Weten die Nederlanders iets dat ons wordt verzwegen? Wat krijg je van fipronil? Bij sommigen vreet het de geloofwaardigheid aan. Wat doet het met de rest van ons? Hoe betrouwbaar zijn die cijfers op het ei?

Trouwens, wat voor een strak gecontroleerde samenleving zijn wij toch. Elk eitje krijgt een code opgestempeld. Vraag is wat die controle dan ­precies inhoudt. Wie controleert de controleurs? Hoeveel vertrouwen kunnen we ­stellen in die stempels, hoeveel geloof kunnen we hechten aan wat de ministers van landbouw en van volks­gezondheid vertellen? Angst is niet vrijblijvend. Zijn eerste slachtoffer is het vertrouwen.

De eieren staan niet alleen. Er zit plastic in de mosselen. Via mosselen met friet wordt een deel van de plasticsoep, die de oceanen ontsiert, naar onze maag overgeheveld. Van de eurosceptische frieten krijg je kanker. Ondertussen rukt de malariamug op naar Europa, bedreigen gevaarlijke algen onze kust en ademen we fijn stof. De kwallen die komen aandrijven kunnen dodelijk zijn. Popcorn die in de magnetron wordt gepoft, ­vernielt je gewrichten. Steeds meer insecten ontwikkelen immuniteit tegen insecticide. Dat goedje komt steeds meer in ons lichaam terecht. We stapelen insecticide in onze vezels. Softdrinks met suiker zijn heel ongezond; die zonder suiker nog ongezonder. Smoothies uit het rekje geven je de indruk dat je gezond fruit drinkt, maar in feite bouw je aan jouw diabetes. De ergste suikers zijn de kunstmatige die je neemt om suiker te vermijden. Hoed je ook voor in plastic verpakte sandwiches. Beter enkel de plastic opeten. Er komt geen einde aan de gevaren die we drinken, eten en inademen.

Waarschijnlijk schuilen tussen de echte ­gevaren vele valse dreigingen. De enige zekerheid is dat onze media er gretig aandacht aan besteden, zodat wij het gevoel hebben dat het gevaar ­alsmaar toeneemt. De dioxinecrisis, de aan de ­hormonenzwendel verbonden moord op inspecteur Van Noppen, kwam in de jaren 90 als een schok in een samenleving die vrij gerust was in de ­veiligheid van haar voedsel. Nu worden we haast elke week op de hoogte gebracht van de ene of andere dreiging. De redacteurs en journalisten doen dat, omdat zij vermoeden dat daar vraag naar is, dat hun publiek daar belangstelling voor heeft. Van waar komt die belangstelling?

Angsthazen

Ik kwam twee boeiende theorieën tegen, die samen een plausibele verklaring geven voor die belangstelling. De eerste geeft aan de redacteurs en de journalisten een actieve rol. Zij voelen een ongerustheid in de samenleving en spelen daar bewust of onbewust op in. In de eerste plaats ­willen zij hun publiek informeren en verwittigen. Zij steunen noodgedwongen op experts die het niet altijd onderling eens zijn en die – dat siert hen overigens – ook weleens van mening veranderen, wanneer er nieuwe evidentie beschikbaar is.

De journalisten verspreiden wat die experts op een gegeven moment zeggen. Door dat te doen, vertellen zij hun publiek meteen dat het goede redenen heeft om ongerust te zijn. Kijk eens wat wij allemaal binnenkrijgen! Mensen horen dat graag, want in feite wordt hen gezegd: jullie zijn niet ten onrechte ongerust, jullie zijn geen angsthazen. Op die manier wordt hun gevoel bedreigd te zijn verder aangezwengeld, samen met de vraag naar meer van dergelijk nieuws.

Die dialoog tussen een stemming die zich van de mensen meester maakt en de media die zich tot die gevoelens richten, is er onder de ene of andere vorm altijd geweest. Ook de film vervult die rol. Tijden van onrust werpen de vraag op waarom die aandacht voor de onrust zo hoog is. De filmmakers die zich daar effectief op weten te richten, maken succesrijke films. Een klassiek moment van die dialoog tussen maatschappelijke onrust en de filmische vertaling ervan, biedt de Duitse Weimarrepubliek (1919-1933). De verloren oorlog, de armoede, de galloperende inflatie en economische ontreddering, de verdeeldheid van de samenleving en de opkomst van het nationaal-socialisme … mensen wilden hun onrust voor­gesteld en bevestigd zien. Films als Das Cabinet des Dr. Caligari, Nosferatu, Dr. Mabuse, der Spieler, Metropolis … boden hen dat.

Die dialoog tussen een ongeruste bevolking en de media die zich tot die ongerustheid richten, wordt door de nieuwsmedia anders gevoerd dan door een kunstgenre als de film. De nachtmerrie die je beleeft in een donkere zaal, is doorgaans erger dan de maatschappelijke realiteit waarop de film zich entte. Film spreekt bestaande gevoelens aan en maakt het mogelijk die intens te beleven. Niet zelden met het gevolg dat men de ­werkelijkheid toch weer iets minder erg gaat ­vinden. Er gebeurt iets onbegrijpelijks waardoor ik mijn job dreig te verliezen, wel, op het witte doek bestaat de kans dat kingkong uit de nevel opduikt, mijn stad vernielt en mij verplettert. Dan valt de realiteit toch beter mee!

Nieuwsmedia daarentegen beantwoorden de onrust met feiten, eventueel met wat aangedikte feiten of onzekerheid over de feiten. Maar zeker niet met iets dat als fantasie wordt voorgesteld. Daardoor wordt de onrust niet afgeleid, maar bevestigd. Waarschijnlijk is dat een van de ­redenen waarom zoveel mensen zich vandaag bedreigd voelen door wat ze eten, drinken en ­inademen. Opvallend dat zoveel van het alarmerende nieuws betrekking heeft op dingen die het lichaam binnendringen.

Lichaamsgrens

De antropologe Mary Douglas (1921-2007) had daar een verklaring voor. In de samenlevingen die zij bestudeerde trof het haar dat veel rituelen het lichaam gebruiken als metafoor voor de samenleving. Daarom, stelde zij, is het lichaam, en vooral de grens van het lichaam, zo bijzonder. In veel culturen, waaronder de onze, geldt een bijzondere houding ten opzichte van de substanties die de lichaamsgrens overschrijden: speeksel, bloed, zweet, feces, urine, moedermelk en sperma. Als de samenleving zich bedreigd voelt, als de grenzen van de samenleving onder druk staan, zo meende Douglas, worden de voorschriften betreffende de omgang met het lichaam en vooral met de ­substanties die de grens van het lichaam ­overschrijden, in- en uitgaan, veel strenger, en problematisch. 

Mary Douglas zou dus zeggen dat onze grote zorg over wat we eten, drinken en inademen, een gevolg is van de globalisering die de grenzen van onze samenleving test, van ons vermogen om in die gemondialiseerde wereld onze manier van leven te borgen. Dat het een vorm is om over die maatschappelijke uitdagingen te spreken. 

Dat heb je met dergelijke theorieën. Zij kunnen spitsvondig, overtuigend en innemend zijn, maar ze ­helpen je niet altijd vooruit. Behalve dan dit. Dat onze angst over wat we eten, drinken en ­inademen misschien wel wat overdreven is, dat we rustiger zouden leven als we greep krijgen op de voedselketen die onze gezondheid raakt, op de markten waar onze bestaanszekerheid en goed werk van afhankelijk zijn, en op de vluchtelingen- en ­migratiestromen die van invloed zijn op ons samenlevingsproject.

Het komt altijd daarop neer, op greep krijgen. De stempels op de eitjes verdienen daarom bewondering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234