Woensdag 07/12/2022

OpinieGeert De Vriese

Waarom de iconische hete zomer van 1976 niet gek veel verschilt van deze

Kinderen zoeken verkoeling in de extreem warme zomer van 1976. Beeld Getty Images
Kinderen zoeken verkoeling in de extreem warme zomer van 1976.Beeld Getty Images

Geert De Vriese is journalist en auteur. Hij schreef onder meer 1976. De zomer van ons leven

Geert De Vriese

De waterbevoorrading komt in het gedrang, landbouwers zijn ten einde raad, een klimaatwetenschapper luidt nog maar eens de alarmklok en een Belg domineerde in juli zowel de bloedhete Ronde van Frankrijk als de oververhitte voorpagina’s. Nee, we hebben het niet over de huidige zomer en zijn alomtegenwoordige Wout van Aert. Zelfs niet over deze eeuw, en dat is misschien nog het meest frappante. Dat je je bij het teruglezen slag om slinger afvraagt: was het nu ’76 of ’22?

Hoe warm was die iconische hete zomer van 1976 en Tour-winnaar Lucien Van Impe nu eigenlijk concreet? Kort samengevat: niet warmer dan bijvoorbeeld die van vorig jaar – de temperatuurpiek lag op slechts 35,4 graden – maar voorlopig wel langer met in totaal 17 dagen met 30 graden of meer. Zeer geconcentreerd ook, vat Frank Deboosere het later samen: “Op 29 juni 1976 haalde het kwik slechts 29,2 graden. Anders hadden we veertien opeenvolgende dagen gehad met temperaturen van 30 graden of meer.” In heel Europa is het ook bijna een halve eeuw geleden – om in het vaste vocabulaire van Deboosere te blijven – bakken en braden. Waterrantsoeneringen en vissterfte, bosbranden, alarmerend lage waterpeilen in stromen en rivieren, noem maar op.

Opmerkelijk is wel dat de kerk een en ander urgenter inschat dan de wetenschap. Charles-Marie Himmer, de bisschop van Doornik, wijst in een herderlijk schrijven op iets wat volgens hem dringend en noodzakelijk is: “Een strijd tegen de verspilling en de pollutie van de natuurlijke reserves die de mens bedreigen met een werkelijk watertekort.” Ach, valt allemaal wel mee, sust de Leuvense klimatoloog Hugo Poppe. Natuurlijk is de warmtepiek abnormaal, geeft hij toe, en uiteraard is de bijhorende droogte een ramp voor de landbouw. “Maar puur klimatologisch is het allemaal niet zo alarmerend. Wetenschappelijk bekeken behoren zulke seizoenen met extreme weersomstandigheden tot de regels van het spel. Net zoals men bij het dobbelen rekenkundig evenveel kans maakt op twee keer een zes als op een twee en een drie.” Poppe voegt er nog kwansuis aan toe dat de mensen vroeger beter bestand waren tegen extreme temperaturen – “Ik heb in mijn jonge jaren nooit een boer gezien met een zonnebril op” – en besluit met deze sneer: “En de trammelant die de massamedia erover maken… Die draagt er alleen maar toe bij dat de mensen de indruk hebben dat we een volstrekt unieke situatie meemaken.”

Een intussen lang bijgestelde en breed doorgedrongen inschattingsfout? “A long time ago in a galaxy far, far away…”, om de openingslijn te citeren uit de eerste Star Wars-film waaraan George Lucas in de tropenzomer van 1976 de laatste hand legt? Mwa. Deze titel stond eerder deze week in deze krant: ‘Spaanse complotdenkers trekken weerkaarten in twijfel: ‘Zomers waren altijd heet’.’

Mad scientist

Klimatoloog Michail Budyko moet zich in 1976 in elk geval bijzonder eenzaam hebben gevoeld, voor zover hij zichzelf al niet weggezet ziet als een karikaturale Sovjet-Russische mad scientist. Hij hamert dan namelijk al twee jáár op dezelfde spijker: “De aarde is aan het opwarmen, als gevolg van het ongecontroleerd gebruik van fossiele brandstoffen.” Vandaag geldt Budyko als een van de belangrijkste pioniers op het vlak van de klimaatveranderingen, in 1976 vallen zijn waarschuwingen op een koude steen. Broeikaseffect? En welke laag? De ozonlaag? Nooit van gehoord, laat staan dat wetenschappelijke leken nog maar vermoeden dat er blijkbaar een gat in zit. Niet dat we in 1976 niet worden aangemaand om goed te smeren vóór het zonnebaden. Alleen, de redenen waarom… ‘Hoe vlugger u bruin wordt, hoe beter uw huid beschermd wordt, zelfs als u roodharig bent!’ toetert een producent van zonnemelk. Een concurrerend merk worstelt merkbaar meer met het Nederlands en spaties dan met de dermatologie: ‘De zonne stralen worden gefiltreerd en dank zij de vitaminen inhoud van die crème bronzeert u vlugger en dieper. U bronzeert twee maal vlugger dank zij de vitaminen van dit melk.’

Enkele jongens spelen in een publieke fontein in Oostende. Beeld Photo News
Enkele jongens spelen in een publieke fontein in Oostende.Beeld Photo News

Het is niet meteen de eerste besogne van de veehouders en landbouwers, al dan niet met zonnebril. Net zoals vandaag ziet niemand in 1976 de gevolgen van de aanhoudende droogte van dichterbij en voor weinig mensen is het zo’n directe financiële bedreiging. Het zou ook dan bijgevolg groot en rood alarm moeten zijn bij de christendemocratische partij, dan nog de CVP, die het departement Landbouw claimt als haar politiek leengoed. Bevoegd minister van Albert Lavens, een zoon uit een West-Vlaamse boerenfamilie, heeft bij het begin van de zomer al ongewenst bezoek gekregen. Dertig boze en wanhopige veehouders, alla. Spandoeken met daarop ‘Onze weiden zijn verschroeid, wij hebben geen voedsel meer’, tot daaraan toe. Maar het is wel in alle opzichten confronterend dat die over de graatmagere lijven hangen van twee meegebrachte uitgemergelde koeien. Midden juli bezoekt Lavens een Limburgs melkveebedrijf om zich – en wij citeren – “persoonlijk van de ernst van de toestand te vergewissen”. Hij wordt opgewacht door een rist plaatselijke mandatarissen die een jeremiade afsteken over de droogte. Waarna de vrouw des huizes ook iets mag zeggen. “Och ja, als we maar gezond mogen blijven, meneer de minister.”

Tomaat

Sommige oorzaken zijn dezelfde als vandaag en andere niet, maar ook in de zomer van 1976 schiet de levensduurte pijlsnel de hoogte in. De consumenten moeten echter vooral niet te veel zeuren over de hoge prijzen van groenten en fruit, meldt Lavens’ woordvoerder. Bepaald doorwrocht en doordacht is zijn argumentering niet meteen: “De prijs van sigaretten weerhoudt rokers er toch ook niet van er soms tot twee pakjes per dag door te jagen?” Een dag later bakt Lavens – no pun intended – het nog bruiner. Hij geeft de consumenten vanop zijn ministeriële kansel doodleuk de schuld voor de hoge prijzen van voedingsproducten, want “tijdens deze warme dagen worden enorm veel tomaten gekocht. Natuurlijk zijn de tomaten dan duur!”

Met die tomaten is in 1976 trouwens iets merkwaardigs aan de hand. Vóór iemand het goed en wel beseft, zijn ze afwisselend een bliksemafleider voor en een katalysator van de algehele zomerellende in de Stationsstraat en de Wetstraat. De tomaat als nationale obsessie, zeg maar. Midden juli zitten de regering, de vakbonden, de middenstand en de werkgevers samen over de index. Ernstig en langdurig punt van discussie: het al dan niet verrekenen van – jawel – de prijs van de tomaten. Minister van Economische Zaken Fernand Herman kondigt in het kielzog hiervan als bij toverslag aan dat hij de consumenten “wil helpen bij hun aankopen”. Met een dagelijks aan te passen lijst met maximumprijzen voor groenten en fruit, met name. Iedereen heeft door dat het in werkelijkheid gaat om het in bedwang houden van de op hol slaande index, en de tomaat wordt een symbool en speerpunt van de frustraties van én de consumenten, én de grootwarenhuizen, én de kleinhandel… Kortom, van iedereen. Ja maar, reageert de adjunct-kabinetschef “dat zijn richtprijzen, hetgeen betekent dat hier en daar wel een iets hogere prijs mag gevraagd worden. Het begrip ‘normale prijs’ laat de verbruiker evenwel toe vast te stellen of een handelaar schromelijk overdrijft of niet.” Het beter sifonnenwerk verraadt al enigszins om wie het gaat. Beleidsloodgieter in opleiding Jean-Luc Dehaene (39).

Verzuring

Doet de regering ook iets aan de droogte? Ja, maar daarover zo meteen meer. Of minder, het is maar hoe u het bekijkt. Zijn maatregelen nodig in 1976? Nogal evident. Maar ligt dat alleen aan de temperaturen? Nee. Op de Damse Vaart drijven duizenden dode vissen als gevolg van het incidentele zuurstoftekort maar ook van de structurele vervuiling. Het debiet van de Maas is op 5 juli al met de helft gedaald, dat klopt. Maar dat komt ook omdat onder meer staalfabriek Cockerill water wegpompt. “We pompen het na gebruik terug, dus dat is geen probleem”, klinkt het doodgemoedereerd in Luik. Het waterpeil van de Dender is al even vroeg in de zomer eveneens gezakt, met 12 tot 15 centimeter. Door de hitte, maar ook omdat boeren hier en daar stiekem gaten hebben gemaakt in dijken om hun vee aan drinken te helpen.

Het is niet het enige voorbeeld van een crisissituatie die het lelijkste in de mens naar boven haalt. Ook in 1976 kondigen overheden allerlei sproei- en andere verboden af. ‘Verzuring’ is op dat moment nog niet meer dan een weliswaar bijzonder toepasselijke wetenschappelijke term voor een gevolg van de uitstoot van vervuilende gassen, maar het latere Zwarte Zondagen-vliegwiel tekent zich toch al af. Een van de neveneffecten van de maatregelen is een soms stuitend gebrek aan solidariteit en acceptatie. Mensen in de stad verklikken een buur die volgens hen water verspilt, bij boeren worden ’s nachts balen stro gestolen, zo goed als zeker door andere landbouwers, en hier en daar verdwijnt zelfs een waterpomp. In Antwerpen worden dan weer woordspelletjes gespeeld. De gouverneur heeft beslist dat het niet toegelaten is tuinen te besproeien. Al snel blijkt dat privétennisvelden onbestraft nat worden gehouden. Reactie van het provinciebestuur: “Er is een verschil tussen besproeien – wat niet mag – en bevochtigen, wat niet verboden is.”

Niet alle richtlijnen getuigen sowieso van veel diepgang, inzicht en efficiëntie. Zo roept minister van Volksgezondheid Jos De Saeger de bevolking op om vuil badwater te gebruiken om de groenten in de moestuin te begieten. Toegegeven, de regering richt vroeg in de zomer een zogenoemd Ministerieel Droogtecomité op. Maar om nu te zeggen dat de aanbevelingen daarvan cruciaal soelaas zullen brengen… “Om een glas fris water te drinken: de kraan niet opendraaien tot er koud water uit vloeit, maar flessen met drinkwater in de ijskast zetten.” Pas op 21 augustus komt de Wetstraat met overkoepelende wettelijke maatregelen. Een aanpassing van een besluitwet uit nota bene 1945, en goed een week later is het allemaal niet eens meer nodig. Op 30 augustus is de roemruchte zomer van 1976 namelijk voorbij, ook wat de hitte betreft. Eind deze maand zullen we 16.801 dagen de tijd hebben gehad om er lessen uit te trekken.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234