Woensdag 23/10/2019

Opinie

Waarom de elektriciteitsprijs soms wat hoger mag

Hoogspanningskabels aan de Stevin-site in Zeebrugge. 'Voor iedere partij heeft stroom een andere financiële waarde.' Beeld BELGA

Ruben Baetens en Antoon Soete zijn senior consultant bij 3E, een advies- en technologiebedrijf.

Het eerste gebod van de economie is schaarste: er is nooit genoeg om al degenen die het willen volledig te bevredigen. Het eerste gebod van de politiek is het negeren van het eerste gebod van de economie." De beroemde uitspraak van de Amerikaanse econoom Thomas Sowell staat symbool voor het huidige debat over bevoorradingszekerheid en de stijgende marktprijzen.

Zonnepanelen, windturbines en investeren in gas. Veel gas. Het is het klassieke en steeds herhaalde recept om onze bevoorrading te verzekeren, tijdens en na een kernuitstap. Want gascentrales zijn flexibel en kunnen zo snel de variabiliteit in wind en zon opvangen om op elk moment aan de vraag te voldoen. Aanbod volgt vraag, het is het aloude credo waar men zo graag van af wil telkens als iemand het woord 'slim' in de mond neemt.

In de zoektocht naar elke megawatt vergeten we al eens: het concept bevoorradingszekerheid is relatief, de waarde van elektriciteit is subjectief en beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Volgens de wet

Bevoorradingszekerheid is een relatief begrip. Onze eigen elektriciteitswet stelt dat ons energiesysteem zodanig moet ontworpen worden dat gemiddeld gedurende maximaal drie uur per jaar de gevraagde stroom niet door eigen productie en import kan worden gedekt. Het afschakelen van afnemers in een koude wintermaand zou dus niet enkel wettelijk zijn, het zou exact zijn waarvoor het systeem ontworpen is. Bevoorradingszekerheid wordt echter te vaak als absoluut aanzien. "De Belg betaalt een hoge prijs voor zijn stroom, en voor deze prijs verdient hij absolute zekerheid", luidt de klassieke boodschap.

Ruben Baetens. Beeld rv

Schaarste is het eerste gebod van de economie. Maar in elk debat gaat men ervan uit dat er altijd, overal en zoveel als nodig elektriciteit moet kunnen worden geleverd tegen een vaste en bij voorkeur lage elektriciteitsprijs. Alleen geeft het overwegen om over te gaan tot afschakelplannen een indicatie dat stroom te goedkoop is.

Burgers, kmo's, industrie: voor iedere partij heeft stroom een andere financiële waarde, en dus is ook de prijs die ieder voor stroom en bevoorradingszekerheid wil betalen verschillend. Bevoorradingszekerheid is dus ook subjectief.

Als een partij als Elia actief tot een afschakelplan moet overgaan, betekent dit dat de huidige prijsmechanismen niet goed werken: op momenten van opperste schaarste en hoge marktprijzen is het prijssignaal onvoldoende sterk om tot een evenwicht tussen vraag en aanbod te komen. De reden hiervoor is dat er voor te veel partijen vandaag geen structuren bestaan om hen te laten inspelen op de variabele marktprijzen of hen te laten participeren in reservemarkten.

Vroeger hadden we 's nachts een teveel aan nucleaire stroom en werd een nachttarief in het leven geroepen met hetzelfde doel; onze snelwegen werden toen zo goed verlicht dat ze vanuit de ruimte te bewonderen waren. Het dag- en nachttarief bleven behouden, maar het energiesysteem dat ze representeerden bestaat allang niet meer.

In een wereld met een meer variabele productie hebben we nood aan nieuwe mechanismen die bouwen op hetzelfde principe. Maar, bij gebrek aan digitale meters en aangepaste diensten zijn we niet in staat om een correcte marktwerking verder uit te bouwen. Alleen al bij de burgers zit vandaag haast evenveel vermogen aan flexibiliteit als bij de strategische reserve, flexibiliteit die we vandaag amper tot niet kunnen aanwenden.

Het continue pleiten voor absolute bevoorradingszekerheid en een lage elektriciteitsprijs zijn dogma's die de uitwerking van een efficiënt energiesysteem tegenhouden. Bevoorradingszekerheid en prijzen zijn niet enkel beleidskeuzes, maar ook keuzes die toebehoren aan de individuele eindgebruiker.

Elke afnemer zou de keuze moeten hebben om in te spelen op variabele prijzen en in te gaan op moderne energiediensten. Maar bij gebrek aan de mogelijkheid om zich te profileren op diensten zitten leveranciers vast in een race to the bottom. En bij gebrek aan prijssignalen blijft de vraag naar elektriciteit te hoog voor de beschikbare capaciteit.

Antoon Soete. Beeld rv

Capaciteitsvergoeding

Laat prijzen doen waarvoor ze gemaakt zijn: aangeven of er wel of geen schaarste is, en de beperkte beschikbare middelen gebruiken daar waar ze hun kosten waard zijn. De genomen stap naar een capaciteitsvergoeding verandert hierin weinig. Het verandert het vocabularium, maar verandert niets aan de inhoud van het debat want het weerhoudt de markt ervan correcte prijssignalen te geven.

In de strijd voor elke megawatt steken we al onze tijd in het negeren van het eerste gebod van de economie: er is nooit genoeg om ieders vraag op elk moment te bevredigen. Als we na deze winter geleerd hebben dat het concept bevoorradingszekerheid relatief is, dat prijzen subjectief zijn en dat beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zal de winter geslaagd zijn. Eén winter maakt de lente niet, maar laten we er tenminste iets uit leren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234