Donderdag 29/09/2022

OpinieFien De Meyer

Waarom de Amerikaanse abortuscontroverse ook voor België en Europa van belang is

Een betoger spreekt zich uit voor het recht op abortus, tijdens een demonstratie in New York City. Beeld AFP
Een betoger spreekt zich uit voor het recht op abortus, tijdens een demonstratie in New York City.Beeld AFP

Fien De Meyer voert doctoraatsonderzoek uit naar abortuswetgeving aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Antwerpen.

Redactie

Een mens zou haast niet meer opkijken bij een zoveelste krantenkop over de extreme tendensen in het Amerikaanse abortuslandschap. Ondanks de ongelooflijke stigmatisering van vrouwen en abortus die spreekt uit wetsinitiatieven van Amerikaanse staten die het recht op abortus willen inperken, hoefden we juridisch niet meteen te panikeren. Toch niet zolang Roe v Wade, de uitspraak die in 1973 een grondwettelijk recht op abortus verankerde, overeind bleef.

Op 16 mei 2019 schreef ik in deze kolommen, met een collega: “Vooreerst worden de omstreden wetten (tot inperking van abortus, red.) bijna automatisch aangevochten en ongrondwettelijk verklaard door de lagere rechtbanken, en treden ze dus niet in werking. (…) De dreiging is dus vooral theoretisch van aard en heeft voorlopig geen weerslag op de effectieve toegang tot abortus.”

De krantenkoppen die deze week het nieuws haalden zijn juist daarom zo anders dan de vorige. Als de gelekte opinie van het Amerikaanse Hooggerechtshof effectief bevestigd wordt in de finale uitspraak, worden de omstreden wetten uit oerconservatieve staten wél dagelijkse realiteit.

Maar waarover gaat de gelekte opinie in de zaak Dobbs v Jackson Women’s Health Organization nu juist? In 2018 nam de conservatieve staat Mississippi een wet aan waarin abortus verboden werd na 15 weken. Meteen daarop werd de wet aangevochten door de enige overblijvende abortuskliniek in de staat, die stelde dat de 15-weken ban ongrondwettelijk zou zijn. Nadat de abortuskliniek gelijk kreeg van de lagere rechtbanken, ging de staat Mississippi in beroep bij het Hooggerechtshof.

Dat Hof moet zich nu buigen over één vraag: zijn alle beperkingen op abortus voor levensvatbaarheid (geschat op 24 weken) ongrondwettelijk? Deze vraag werd eigenlijk al beantwoord door datzelfde Hooggerechtshof in 1992. In de zaak Planned Parenthood v Casey, het ‘jongere zusje’ van Roe v Wade, verduidelijkte het Hooggerechtshof dat statelijke wetten geen substantieel obstakel (‘undue burden’) mogen opleggen aan vrouwen die een abortus wensen voordat de vrucht levensvatbaar is, wat wordt gesitueerd op 24 weken. Na die levensvatbaarheidsgrens worden ingrijpende restricties op de toegang tot abortus wel toegelaten.

Miskennen van eigen precedenten

Deze zaak gaat dus niet enkel over het principiële recht op abortus, maar ook over de timing van abortus. Hoewel een verbod op abortus na 15 weken op het eerste gezicht niet oerconservatief lijkt (vergelijk met de Belgische abortusgrens van 14 weken), zou het volgens de precedenten van het Amerikaans Hooggerechtshof méér dan een substantieel obstakel vormen en dus ongrondwettelijk zijn. Het is haast onmogelijk om hier juridisch anders over te oordelen, tenzij de essentiële rechtspraak van Roe en Casey volledig op de schop gaat. En dat is exact wat gebeurt in de nu circulerende draft-opinie van een meerderheid van conservatieve rechters in het Hooggerechtshof: het miskennen van een lange traditie van haar eigen precedenten.

Over de vraag van timing van een abortus gaat het al lang niet meer uitsluitend. Toch blijft ze relevant, ook voor België en Europa. Wanneer vormt een abortusverbod een substantieel obstakel voor vrouwen? Is een tijdslimiet überhaupt verdedigbaar? In België woedt al langer de discussie om de huidige 14-wekentermijn op te trekken. Voorstanders van de termijnverlenging geven aan dat die grens een undue burden vormt voor de 500 vrouwen die zich jaarlijks wagen aan abortustoerisme naar Nederland.

In Europa heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich nog niet durven uitspreken over timing van, of de principiële nood aan een recht op abortus. Het Europees Hof hanteert hierbij eigenlijk eenzelfde mechanisme als nu voorgesteld wordt in de circulerende draft-opinie van het Amerikaanse Hooggerechtshof: leg de beslissing bij de staten en hun volksvertegenwoordigers, zelfs als ze kiezen om abortus integraal te verbieden.

De vraag is hierbij al gerezen of het Europees Hof geen basisrecht op veilige abortus moet vastleggen, maar dat heeft het tot dusver niet gedaan. Het goede nieuws is dat de meeste Europese staten abortus ondertussen mogelijk hebben gemaakt, minstens in het eerste trimester. Een andere realiteit staat de Amerikaanse staten te wachten. In elk geval lijkt de achterliggende vraag in Dobbs v Jackson Women’s Health Organization helemaal niet zo veraf te liggen van de vraagstukken die zich stellen dichter bij huis.

Of de circulerende draft ook de eindopinie wordt wanneer het verdict wordt geveld in juni of juli, is moeilijk te voorspellen. In plaats van het grondwettelijk recht op abortus volledig te verwerpen, zou de conservatieve meerderheid alternatief ook nog kunnen sleutelen aan de bestaande 24-weken grens of de undue burden-test, al lijkt deze opdracht – ook bij ons – aartsmoeilijk. Hoe dan ook, voor vele vrouwen in de VS zal zowel een uitholling als een resolute verwerping van het recht op abortus dramatische gevolgen kennen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234