Woensdag 18/09/2019
Hugo Camps. Beeld rv

Column

Waarom Arno mijn hart heeft: het ras van de protestsong dreigt uit te sterven

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps op donderdag.

Ik heb ooit het lege bierkratje gekocht waarop Ferre Grignard iedere avond in de Muze in Antwerpen zijn songs vertolkte. Een souvenir van een protestzanger betekende iets in de jaren 60. Met Ferre Grignard, Bob Dylan, Pete Seeger en Joan Baez was de identificatie voltooid. Zij waren de stemmen van mijn generatie. Nog steeds overtroeven de maatschappijkritische songs van Dylan als handvaten van protestcultuur het gelikte oeuvre van Oasis of Eminem, al zou hij later zich blauw ergeren aan de kwalificatie stem van een generatie.

Vandaag is de protestcultuur niet meer essentieel muzikaal. Rap en hiphop zoeken nog steeds hun weg in het protest. Zij zijn opgenomen in de amusementsimperiums van de popmuziek. Popmuziek als de generieke term van alle moderne songs, terwijl het aanvankelijk geduid werd als gebruiksmuziek. Muziek van het alledaagse.

Uitstervend ras

Het ras van de protestsong dreigt uit te sterven. Het zijn onverminderd de oudjes die het genre belichamen: Bruce Springsteen, Bono, onze Arno... Er is nog weinig muzikale tegencultuur. Mijn aandacht werd gevestigd op Kate Tempest, door vrienden omschreven als slam poet-heldin, rapper en woelwater. En ja, zij spuwt gal. In haar songs maakt ze van woede schoonheid. In ‘Europe Is Lost’ jaagt haar rauwe compositie de luisteraar uit het continent, naar landen met ander licht en verlossende wreedheid. Kate Tempest is de Bob Dylan van de 21ste eeuw, maar dan existentiëler.

De oude protestcultuur van jongeren plaatste de ouders in de beklaagdenbank, rekende af met racisme en koloniale oorlogen en greep terug op het verleden. Dylan werd geïnspireerd door Woody Guthrie en Martin Luther King. Hij was de “archeoloog” van oude country, blues en folksongs. Een politicus is hij nooit geworden.

Arno santeboetique Beeld RV

Het lijkt alsof de protestcultuur marginaal vegeteert, terwijl je zou denken dat er reden genoeg is voor maatschappijkritische crescendo’s. De klimaatmeisjes zorgen nog voor enige maatschappelijke reuring, maar een echte beweging is het nog niet. Natuurlijk verklaren Springsteen en Bono zich solidair met het overlevingsprotest, maar tot de kracht van een testament komen ze niet. En de formulering van hun aanklacht blijft aarzelend. Allicht mede door de politieke recuperatie.

Rocker Arno heeft mijn hart. Hij is net zeventig geworden en op zijn nieuwe plaat Santeboutique zingt hij dat we met zijn allen naar de kloten gaan. “Het volk is vergeten wat revolte is.” De protestcultuur zit diep bij Arno. Hij schoffeert met plezier Trump en Johnson en dichter bij huis de hele bourgeoisie. Hij klaagt ons allen aan met de bewering dat de fuck you-mentaliteit losgelaten is. Daarom leven we in een conservatief land en rechts Europa. Het is een diagnose die pijn doet.

Lijdensverhaal

Man van de barricades is hij nooit geweest. Zijn protest zit in het parlando. In de kunstwereld lopen veel halve politici rond. Mannen en vrouwen met een afgeborstelde overtuiging. Onderwerp van Arno’s protest is het leven zelf dat voortdurend schrijnt in vervreemding en fragmentatie. In een bijna narcistische individualisme. Arno is meer tegencultuur dan protestcultuur, maar zijn stem is waardevol. Zijn vermomming als slonzige poëet overtuigt niet. 

De Oostendse zanger lijdt aan maatschappelijk nihilisme en zingt dat ook met zoveel woorden. Het lijkt allemaal wat grappig, maar het is bloedserieus. Arno’s songs zijn primair een lijdensverhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234