Donderdag 27/06/2019

Opinie

Waar zijn de kiezers van sp.a? Wel, de ‘oude socialisten’ en de vrijzinnigen zijn afgeserveerd

Jan Vanriet. Beeld rv

Jan Vanriet (1948) is schilder en schrijver. Dit jaar publiceerde hij Radeloos geluk (Hollands Diep), autobiografische essays. 

Het was een prachtige, aangekondigde dood. De commentaren over het verschrompelen van de sp.a tijdens de gemeenteraadsverkiezingen klonken als geroezemoes bij de koffietafel na een stemmige begrafenis. Dat er van de aflijvige weinig viel te erven was algemeen geweten. Het patrimonium bleek opgesoupeerd. En al ligt er een kadaver, toch willen de weinige nabestaanden een poging tot reanimatie opstarten. De toe te passen methode: verjonging en nieuwe gezichten, sterker aanleunen bij andere partijen. Alsof het zomaar een kwestie is van generaties, ‘ouwe knarren overboord’ en klaar is kees. Alsof dat aanleunen niet inhoudt dat je je eigen identiteit opgeeft en je achteraf gretig wordt opgepeuzeld. Kortom: de kunst van jezelf overbodig te maken.

Dit lijkt op paniekvoetbal. Nauwelijks wordt er gesproken over de renovatie van het ideologische fundament. Nochtans zijn er signalen die dwingen zich dringend te bezinnen. Niet dat prietpraatje over communicerende vaten tussen socialisten en Groen maar fundamenteel: waar zijn die trouwe kiezers gebleven? Niet zij die zondag afhaakten, maar te beginnen met de tienduizenden die vanaf zwarte zondag in 1991 de overstap hebben gemaakt naar het Vlaams Belang, of later voor N-VA hebben gekozen.

Hoe verklaar je de leegloop van fiere rode burchten die opeens zwart en geel kleurden? Het kan niet anders dan dat de bewoners van ooit levendige volksbuurten zich in de steek gelaten voelden op het moment dat de immigratiestroom uit Noord-Afrika op gang kwam en ‘de partaai’ zich ging oriënteren op instromers met een electoraal potentieel en daarbij de loyale achterban uit het oog verloor.

Het conflict dat ontstond heeft slechts gedeeltelijk te maken met wat Paul De Grauwe (DM 16/10) omschrijft als bedreiging die de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ begon te ervaren; er zijn ook andere factoren. Het samenlevingsmodel dat bij die immigratie van de eerste generatie aanvankelijk geen al te grote problemen kende, begon te wankelen met de aanwas van volgende generaties die, zeer terecht, hogere maatschappelijke aspiraties gingen ontwikkelen. Maar spijtig genoeg, een deel van hen ontspoorde sociaal, wat op de buurten begon te wegen, zeker toen deze jongeren zich rancuneus gingen verschansen achter een religieus fundamentalistische opstelling, waarmee ze niet eens waren opgegroeid. De riedel dat dit derailleren te maken had met falend onderwijs en een schrijnende beperking aan kansen was ronduit beledigend voor ontelbare leerkrachten die zich dag in dag uit geweldig inzetten, en voor de overheden die alsmaar met extra werkingsmiddelen trachtten bij te springen.

Het vooropgestelde samenlevingsmodel kraakte. Arbeidersgezinnen sloegen de verloedering van hun biotoop gade. Uitwijken kon niet meer. Ze waren klemgereden om te verkopen, de waarde van het eigen huis was knap gekelderd, een toevlucht naar zo’n trendy project bleek onbetaalbaar. Ze voelden zich verdoemd en vervreemd. Ze werden bang. Binnen de stilaan veranderende partij werden hun grieven te gemakzuchtig weggewimpeld. Mopperaars werden er bekeken als zeuren die het allemaal niet begrepen. Ze werden gebrandmerkt én geïsoleerd als racist. Hardleers waren ze, ondankbaar bovendien. Had de gemeente niet geprobeerd hun buurt op te vrolijken met geverfde stoepranden, klimbeesten, een kaarterslokaal en arduinen zitbanken?

Toen kwam de rattenvanger die op zijn lokfluitje blies, en velen volgden hem gedwee. Zwarte zondag. De ‘partaai’ viel pardoes uit de lucht en het Volkshuis liep leeg.

Dat autochtone burgers zich niet meer in hun woonomgeving herkenden was voor sommige linkse politici een beklag van een afgelegen planeet. Velen orakelden ongestoord voort volgens verheven, edelmoedige principes. Ze dagdroomden liever over een ruimer wereldbeeld, lieten gewillig een oor hangen naar nieuwbakken verkondigers en zelfverklaarde ideologen; Mark Elchardus spreekt van ‘postkoloniale beoefenaars van nieuwe studies. (DM 13/10) In de samenleving werden allerlei fascinerende gevoeligheden ontdekt, onbekende thema’s die een eigen klankbord verdienden. Er bleken lange culturele tenen waar, uit respect, niet op getrapt mocht worden. Men werd kampioen in omzeilen.

Met enig dedain kon de ‘oude socialist’ worden afgeserveerd. Hij was niet leuk en niet meer nodig; er woekerde te groot ongenoegen in zijn gedachten, die het bestuur achterhaald vond. Tsjonge, dat zo iemand nog steeds vasthield aan een geseculariseerde maatschappij, aan de scheiding van kerk en staat, refereerde aan principes van de Verlichting en zich ergerde aan de onverwachte terugkeer van een dwingende God, een eeuwenoude fantast die hoofddoeken zichtbaar achter het loket eist en gescheiden zwemtijden voor mannen en vrouwen... In retrograad denken werd plots een emancipatoire onderstroom ontdekt. De klok mocht teruggezet. Zelfcensuur was verantwoord en heilzaam. Hoe kan je daar nu tegen zijn?

Antwerps partijvoorzitter Tom Meeuws deed er in de aanloop naar de stembus een schepje bovenop door zich ‘uitdrukkelijk te verexcuseren’ voor het hoofddoekenstandpunt van sp.a tijdens de vorige campagne, een ‘foute beslissing jaren geleden genomen’. Zijn mea culpa, onloochenbaar gericht tot één geloofsgemeenschap, zette kwaad bloed bij vrijzinnige sympathisanten die zich indertijd hadden uitgesloofd om de neutraliteitsidee in het bestuur met hand en tand te verdedigen. Die speech ervoeren ze als een ezelstamp typisch voor een draaikont. Op 14 oktober zegden er ‘salut en de kost’; verweesd, pissig, overtuigd van het bankroet van hun partijidealen.

Dit is geen kwestie die zich beperkt tot ‘de versleten coterie van oud links’. Er zijn ook linkse jongeren die zich niet herkennen in de filosofische uitgangspunten van Groen of  PvdA en van sp.a een flink levensbeschouwelijk standpunt verlangen. Consequent seculier en niet dit geschipper, waarbij zowel de Heilige Kool als de Geit der Voorzienigheid dienen gespaard.

Opmerkelijk, de doorgeslagen queeste om diversiteit op de lijstvorming heeft de Antwerpse socialisten vandaag, door groot stemmenverlies én door gedisciplineerd stemgedrag binnen de allochtone gemeenschap een schamel groepje van zes verkozenen opgeleverd waarvan de samenstelling absoluut geen afspiegeling is van de lokale bevolking: Jinnih Beels, Tom Meeuws, Güler Turan, Yasmine Kherbache, Karim Bachar, Hicham El Mzairh. Je kan je bedenkingen maken bij dit manoeuvre dat er in lukte beslagen politici of gevestigde waarden als Monica De Coninck, Kathleen Van Brempt en Jo Vermeulen buiten spel te zetten, of nieuwkomers als Karl Apers, Marc Swyngedouw en Tatjana Scheck afblokte. Niet écht het prachtige lappendeken dat het partijprogramma aanprijst.

Voorzitter John Crombez gaat het vernieuwingsproces versneld doorzetten. Het wordt roeien met gebroken spanen. Zijn bootje lekt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden