Zondag 07/03/2021

OpinieBart Somers

Vrijheid van vrouwen om zichzelf te zijn aan banden leggen: willen we dat anno 2021?

Bart Somers. Beeld Photo News
Bart Somers.Beeld Photo News

Bart Somers (Open Vld) is Vlaams viceminister-president, en minister van gelijke kansen.

“Gelet op de specifieke natuur van de vrouw, de eisen en beperkingen van het moederschap, haar plaats in het beheer van het huishouden, geloven wij niet dat dit verenigbaar is met de vrije tijd, kracht en vaardigheden die nodig zijn voor de advocatuur.”

Met die uitspraak werd Marie Popelin, de eerste Belgische vrouwelijke doctor in de rechten, de toegang tot het beroep van advocaat aan de balie van Brussel ontzegd. Van een vrouw werd verwacht dat ze huismoeder werd. Moeder zijn én werken, dat kon niet. Marie Popelin ging de strijd aan met “wat er verwacht werd van haar”, eiste haar recht op om in alle vrijheid haar eigen keuzes te maken en werd zo een voorvechter voor vrouwenrechten. Er volgden nog 34 lange jaar strijd, onrecht en discriminatie tot in 1922 vrouwen voor het eerst toegelaten werden tot de advocatuur.

Het is dankzij de vele moedige vrouwen - en ook mannen - zoals Marie Popelin dat we vandaag meer gendergelijkheid kennen. En meer vrijheid voor ons allen. Met hun protestacties, klein en groot, verlegden zij generatie na generatie de heersende maatschappelijke normen en waarden en daarmee hun remmende kracht op de keuzevrijheid van vrouwen. Maar ondanks die ongelooflijke vooruitgang, zijn we er nog niet. Meer nog: de strijd tegen discriminatie en voor vrijheid en gendergelijkheid vraagt een blijvende inzet en waakzaamheid. De uitspraak van de Raad van Beroep van de Psychologencommisie ten aanzien van Kaat Bollen is daarvan een schrijnend bewijs.

Dit tuchtorgaan - dat waakt over de deontologie van psychologen - geeft mevrouw Bollen een waarschuwing omdat “het plaatsen van kunstzinnige naaktfoto’s” en “burlesque shows” het professioneel profiel van haar beroep zou schaden. Kaat Bollen zou niet “de nodige waardigheid en reserveringen aan de dag hebben gelegd”.

Het antwoord van Kaat Bollen op deze beschuldiging is even duidelijk als moedig: ze leverde haar titel van psychologe in. Ze weigert op die manier de achterkamers van een tuchtraad de macht te geven om de grenzen van haar persoonlijke vrijheid in te perken. Niemand, zeker geen tuchtraad die slechts een fractie van haar beroepsgroep vertegenwoordigd, hoeft over haar schouder mee te kijken en te oordelen over de keuzes zij maakt in haar privéleven. Al helemaal niet wanneer de definitie van “waardigheid” achterhinkt op de waarden en normen die in de brede samenleving gelden.

Is het dan ook niet tijd om dat begrip “waardigheid” achter ons te laten, zeker wanneer het betrekking heeft op de manier waarop mensen hun individualiteit beleven? Want ook al reageert mevrouw Bollen hier strijdbaar op, het idee dat je voor naaktfoto’s anno 2021 een beroepsverbod en dus broodroof riskeert, is toch vernederend en hemeltergend tegelijk? Wat moeten we daarmee als samenleving ? Welk signaal geven we aan vrouwen - en bij uitbreiding aan alle mensen- wanneer ze ‘s morgens voor de kleerkast staan? Is die blouse te burlesque? Mijn rok te kort? Of net te lang? Want ook al wordt de vrijheid van mannen soms ook ingesnoerd, al te vaak stoelt de afweging wat waardig is of niet op een seksistisch en paternalistisch vrouwbeeld. Waarbij de vrouwelijke lichamelijkheid als bedreigend wordt gezien. En de vrijheid van vrouwen om zichzelf te zijn bijgevolg aan banden moet worden gelegd. Willen we dat anno 2021?

Er is trouwens nog een tweede problematische dimensie aan de uitspraak van de beroepskamer. Ze ontzegt Kaat Bollen een strikte scheiding tussen haar privaat en publiek leven. Haar keuzes in de privésfeer worden meegewogen bij het beoordelen of ze zich als psycholoog waardig genoeg gedraagt. Ook hier worstelen de tuchtinstanties met een archaïsch denkpatroon. Of we het nu graag hebben of niet: de sociale media hebben dat onderscheid vervaagd. We hebben nu meer inkijk in wat vroeger tot de strikte privésfeer behoorde. Van mensen die vandaag op de arbeidsmarkt actief zijn kan je zo een strikt onderscheid niet meer vragen. Er dringt zich een grondig maatschappelijk debat op in welke mate ons privéleven - vaak gedeeld of (deels) ontsloten op sociale media - ons professioneel nog kan worden aangerekend.

Om al deze redenen sprak ook ik mij uit tegen de beslissing van de tuchtraad en de beroepskamer voor psychologen, en ging ik vervolgens met hen in dialoog. Als minister van gelijke kansen nodigde ik hen uit om hun verantwoordelijkheid te nemen. Ik wees hen erop dat de uitspraak pijnlijk is vanuit het licht van een decennialange emancipatiestrijd voor gendergelijkheid. Ik moedigde hen aan om hun deontologie te moderniseren door de definitie van waardigheid veel beperkter en concreter te maken - als men dat begrip vandaag überhaupt nog nodig acht in een deontologische code. Ik vroeg hen om de notie waardigheid niet te misbruiken om de mensen hun recht op vrijheid en zelfexpressie te ontzeggen. En om een duidelijke scheiding te maken tussen werk en privé, waarbij de persoonlijke keuzes die een vrouw maakt exact dat zijn: privé.

Lees ook: 

Van Big Brother tot Kaat Bollen: wanneer houdt dat oordelen over vrouwenlijven nu eens op?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234