Dinsdag 15/10/2019

Opinie

Vrees bij CD&V om tegen tijdgeest in te gaan leidt tot verwarring en verwatering

In de discussie over onverdoofd slachten had CD&V radicaal een uitzondering moeten bepleiten voor ritueel slachten, zegt Jan De Volder. Beeld Tim Dirven

Jan De Volder is historicus, verbonden aan de KU Leuven. Bij de gemeenteraadsverkiezingen stond hij op de Antwerpse lijst voor CD&V. 

Is de christendemocratie, zoals velen voorspellen, gedoemd te verdwijnen? Dat kan. In één klap, zoals destijds in Italië. Of langzaam als in Wallonië, waar de ‘C’ van ‘Centre’ de afkalving niet verhindert. Of blijft ze een baken van stabiliteit, zoals in Duitsland? Of kan ze zelfs een nieuw publiek aanspreken, zoals blijkbaar in Oostenrijk?

De ‘twaalf apostelen’ stellen dat de communicatie snediger mag. Zeker. Maar mag het ook over inhoud gaan? De voorstellen die ik hier op papier zet, breng ik als sociaal geëngageerd christen die het politieke bedrijf en de christendemocratie al lang volgt, welwillend maar niet onkritisch. Bij de dubbele verkiezingsronde van het voorbije jaar besloot ik me toch eens politiek te engageren. 

Jan De Volder. Beeld rv

Ik maakte daarbij even kennis met de partijwerking. Daarbij ervoer ik dat CD&V niet alleen over ervaren en kundige bestuurders beschikt, maar ook over harde werkers, competente mannen en vrouwen, met heel wat in hun mars. Niet het minst onder de jongeren. Tot daar het goede nieuws.

Ik merkte wel een angst om standpunten te vertolken waarvan je op voorhand weet dat ze vandaag minder goed in de markt liggen. Die vrees om tegen de tijdgeest in te gaan resulteert in verwarring en verwatering. Dat eindigt dan met wellicht duurbetaalde campagneslogans als ‘Levenskwaliteit’. Fantastisch. Maar wie overtuig je daarmee?

De ‘C’ is een troef

Het ontbrak CD&V wel degelijk aan USP’s (unique selling propositions): voorstellen en onderdelen van je verhaal waarmee je duidelijk het verschil maakt met andere politieke formaties. Een corebusiness die je consistent verdedigt en nooit verloochent.

Ik stip enkele aspecten aan, waar de partij in mijn ogen beter kan.

De ‘C’ moet niet worden verdrongen, maar geaccentueerd. Ze is geen handicap, maar een troef. Ze maakt CD&V tot enige partij die het levensbeschouwelijke in de kern van haar gedachtegoed draagt. Terwijl andere formaties nationalistisch of materialistisch van inslag zijn, heeft zij oog voor de meerwaarde van spiritualiteit en godsdienst. De partij moet dringend haar complex hierover overboord gooien. De dynamiek en traditie waar christendom voor staat, zijn niets om je voor te schamen. 

Christenen en hun organisaties maakten ons land mee tot een plek waar het uitstekend leven is. Dat geldt alvast voor onderwijs, gezondheidszorg en sociale zekerheid. Op al die gebieden biedt onze samenleving nog steeds excellentie tegen democratische voorwaarden. Die verwezenlijkingen zijn daarom voor christendemocraten het verdedigen waard, met openheid voor de nodige hervormingen, maar zonder aan de kern te laten raken. Dat veronderstelt respect voor én dialoog met oude en nieuwe vormen van middenveld, op een moment dat anderen daar tabula rasa willen maken.

Ritueel slachten

Sociaal-economisch staat de christendemocratie zowel voor vrij ondernemerschap als voor herverdeling en sociale rechten. Ondernemingen hebben zuurstof nodig, én werknemers hebben recht op hun fair share. Dat vergt enig enerzijds-anderzijds, maar de mensen snappen heus wel dat de zaken complex zijn. Een meer rechtvaardige fiscaliteit moet een christendemocratische prioriteit zijn. In die zin is de schrapping van de woonbonus hoogst problematisch: ze treft vooral jongvolwassenen midscheeps. Die woonbonus maakt voor velen het verschil tussen al dan niet een woning kunnen verwerven, al dan niet iets ‘terugkrijgen’ van de fiscus.

Godsdienstvrijheid moet consistent worden verdedigd, als essentieel onderdeel van de democratische rechtsstaat. Dat geldt evenzeer voor niet-christelijke religieuze symbolen en handelingen. Mijn Antwerpse ervaring leert me hoe CD&V hier vooral kansen laat liggen in de steden, waar globalisering en migratie voor desecularisatie zorgen. In de discussie over onverdoofd slachten had ze radicaal een uitzondering moeten bepleiten voor ritueel slachten, wezenlijk voor moslims én joden. Zelfs seculier Frankrijk doet dat. Aan de antimoslimhetze moeten christendemocraten niet meedoen.

Op ecologisch vlak levert het gedachtegoed van het ‘rentmeesterschap’ een uitstekend kader om de leefbaarheid van de planeet voor volgende generaties te vrijwaren. Er mag meer oog zijn voor de urgentie en de terechte ongerustheid van de jongeren. Tegelijk hoeft men niet toe te geven aan de natuuridolatrie die soms in mensenhaat verglijdt, maar moet men actiever de zoektocht ondersteunen naar nieuwe vormen van landbouw, veeteelt en economische bedrijvigheid die compatibel zijn met de ecologische uitdagingen.

In het migratievraagstuk moet de christendemocratie zich hoeden voor de identitaire reflex die nu ook onder christelijke vlag opgeld doet. Vluchtelingen die in acute nood verkeren, moeten worden opgevangen: deels ook in Europa. Wat migratie om economische redenen betreft, kunnen realistischer mechanismen in het leven worden geroepen, die quota van (tijdelijke) arbeidsmigratie mogelijk maken. Het bewaken van de toegang en een terugkeerbeleid met respect voor de mensenrechten zijn ongetwijfeld nodig als men geen ‘open grenzen’ wil. Maar voor mensen zonder geldige verblijfspapieren die bewijzen van integratie voorleggen, moet regularisatie van hun verblijfssituatie mogelijk blijven.

Barmhartig

Sowieso moet een C-partij een voorkeurshouding voor armen en zwakken huldigen, zowel tegenover nieuwkomers als tegenover Belgen die het moeilijk hebben. Rechten en plichten, voor wat hoort wat, responsabilisering en activering: allemaal goed en wel, maar voor de zwakste bevolkingsgroepen mogen christendemocraten naast structurele solidariteit nooit het aspect ‘barmhartigheid’ uit het oog verliezen. Aan een ‘straf de armen’-beleid mogen christendemocraten niet meewerken. Op dat punt bevat het Vlaams regeerakkoord aspecten die tegen de limiet aan zitten van wat nog buvable is.  

Nu we toch aan de gevoelige punten zitten: op ethische thema’s mag de christendemocratie gerust een meer behoudende koers varen. Zo moet de euthanasiewet kritisch bevraagd en desnoods worden bijgestuurd. Ook in het modieuze genderdiscours hoeven ze niet voorop te lopen. Ik maakte het mee dat het verkiezingsvoorstel voor ‘genderneutrale communicatie’ door de overheid geen tien seconden discussie waard was. Waanzin.

Niemand betwist de historische verdienste van de christendemocratie bij de emancipatie van Vlaanderen. Op het communautaire thema wordt het evenwel tijd het verschil met de separatisten duidelijker te benadrukken. Een sterk Vlaanderen heeft baat bij een België dat werkt. Bevoegdheidsverdelingen kunnen en moeten beter, maar dat moet ook (her)federalisering kunnen inhouden. Op het internationale vlak moet een C-partij strijden voor eerlijker verhoudingen, solidariteit en stabiliteit. 

Met zo’n inhoud, consistent en duidelijk gebracht, heeft de christendemocratie in mijn ogen wel toekomst. Ze zal niet de helft van de mensen aanspreken, maar misschien wel een kwart. En dat lijkt me in de gegeven omstandigheden al heel wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234