Zaterdag 20/07/2019

Jonathan Holslag

Vrede in Azië blijft een illusie

Chinese mariniers tijdens een oefening op de Zuid-Chinese Zee. Beeld ap

Jonathan Holslag doceert internationale politiek aan de VUB. Hij publiceerde onder meer 'Onmogelijke vrede. China's moeizame opmars in Azië'.

"Maar professor, u stelt dat al zo lang, dat er van de spanningen tussen China en de VS problemen kunnen komen, maar daar is nog altijd niet veel van te zien." De officier die me de vraag stelde, leek er gerust op: de vernietigingskracht van de kernwapenarsenalen van de twee mogendheden en de economische belangen tussen beide zijn zo groot, dat wapengekletter gewoon ondenkbaar is. En toch moeten we voorbereid zijn op geweld in Azië, zeker nu de Chinezen aankondigden het nakende vonnis van het internationale arbitragepanel over het grensconflict met de Filipijnen in de Zuid-Chinese Zee naast zich neer te zullen leggen.

Dat brengt ons meteen bij een eerste reden om voorzichtig te zijn: internationaal recht biedt weinig houvast in deze wereld en macht primeert bijna altijd. In het geval van de Filipijnen en China, voert Manilla aan dat de streepjeslijn die China om zowat de hele Zuid-Chinese Zee getrokken heeft onwettig is. Dat wordt nu zelfs door veel Chinezen informeel erkend, maar dan stelt zich meteen de vraag in welke mate China de tweehondermijlszone rondom een aantal eilanden kan controleren. Er bestaan tal van interpretaties. En zelfs als daar ooit een akkoord over zou bestaan, blijft het nog altijd een onuitgemaakte zaak wie de rechtmatige eigenaar van de eilanden is. Daar komt nog eens bij dat de meeste landen uitzonderingen hebben bedongen op het internationaal zeerecht en de Verenigde Staten er helemaal geen deel van uitmaken.

Maar wat dan met de economische belangen? China is de voorbije jaren uitgegroeid tot de belangrijkste economische partner van zowat alle landen rondom de Zuid-Chinese Zee. Net dat heeft er mee voor gezorgd dat veel mensen vrezen dat het land zijn economische macht zal omzetten in militaire macht. Belangrijk is ook dat de economie sputtert. In tijden van voorspoed is het relatief eenvoudig om vol te houden dat commerciële overwegingen voorrang moeten krijgen; in tijden van groeivertraging is dat veel minder evident. Dan loont het om met de spierballen te rollen. En hoewel geen enkele leider er wat voor voelt om een oorlog te starten, schept die houding een klimaat waarbinnen spanningen gemakkelijker escaleren.

Jonathan Holslag. Beeld Eric de Mildt

Aziatische hiërarchie

Ook militaire afschrikking is geen garantie dat gewapende conflicten uitblijven. Vooral China en de Verenigde Staten kunnen elkaar enorme schade berokkenen. Een bijkomende reden om terughoudend te zijn in het gebruik van geweld, is dat beide partijen in het ongewisse blijven over elkaars nieuwe wapensystemen. Zelfs voor de Amerikanen is het amper doenbaar om in te schatten hoezeer de Chinezen met bijvoorbeeld elektronische oorlogvoering, cyberaanvallen of het saboteren van satellieten de formidabele Zevende Vloot kunnen lamleggen. Omgekeerd heeft Peking vermoedelijk het raden naar de werkelijke capaciteit van de Amerikaanse F-22 om de Chinese luchtverdedigingssystemen te verschalken.

En toch: vele grootmachtenconflicten in het verleden braken uit omdat de protagonisten ervan uitgingen dat het bij kleinschalig geweld zou blijven. "Onze jongens zijn thuis voor Kerstmis", u kent die uitspraak aan de vooravond van Wereldoorlog I wel. Minstens even belangrijk is de rol van kleine landen. Die voelen zich vaak gesterkt door het verpletterende militaire overwicht van grote bondgenoten en gaan zich daardoor roekelozer gedragen. Er zijn doorheen de geschiedenis honderden grote conflicten uitgevochten, ondanks de dreiging van massavernietiging en vaak ook op een manier dat er echt massavernietiging van kwam.

Ik zou als laatste nog willen verwijzen naar een andere wijdverbreide assumptie: Aziaten zijn anders als wij. Veel collega's beargumenteerden dat Azië een hiërarchische strategische cultuur heeft in tegenstelling tot de zogenoemde westerse anarchie, waarbij alles draait om soevereiniteit en machtsbalansen. Enkele weken geleden herhaalde de Chinese topdiplomaat Dai Bingguo dat nog in Brussel en zijn publiek smulde van dat argument. Maar wat een onzin. Als er één regio vandaag bezeten is door soevereiniteit, grenzen en de militaire machtsbalans, dan is het Azië wel. China mag dan wel stellen dat zijn strategische cultuur doordrongen is van de harmonische waarden van Confucius, maar de Chinese geschiedenis is een even groot bloedbad als de geschiedenis van het Westen.

Kunnen we daarmee voorspellen of, wanneer en hoe een conflict in Azië uitbreekt? Uiteraard niet. Machtstransities zoals die tussen China en de Verenigde Staten spinnen zich vaak uit over ettelijke decennia. Eigenlijk staan we nog maar aan het begin. China blijft militair en economisch erg kwetsbaar. Voorlopig is het ook erg doeltreffend in het gebruiken van economische invloed als een alternatief voor harde militaire macht om zijn belangen door te drukken. Maar we moeten er rekening mee blijven houden dat het in Azië grondig kan mislopen. West-Europese landen zullen dus steeds één oog moeten houden op hun turbulente achtertuin en één op de enorme krachten die zich verder weg in Oost-Azië aan het opbouwen zijn. Dat is geen prettige boodschap, maar ze moet wel gebracht worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden