Zaterdag 06/06/2020

OpinieFrank D’hanis

Voor wie graag vlees eet zijn elitaire carnivoren een grotere bedreiging dan vegetariërs

Frank D'hanisBeeld rv

Frank D’hanis (°1983) is filosoof en vegetariër.

In de op Canvas uitgezonden documentaire Vlees en wat het met de planeet doet , zien we hoe bioloog Liz Bonnin met groeiende ontzetting de gevolgen van de massaconsumptie van vlees ontdekt. Mest die de bodem vergift, methaan die het klimaat opwarmt, ontbossing, diversiteitsverlies op het land en zelfs in de oceaan: de enige bewuste wezens die de gigantische schade aangericht door de vleesindustrie momenteel nog niet begrijpen zijn wellicht de koeien, varkens en kippen zelf. 

Op het einde van de documentaire wordt er gekeken naar oplossingen, wetenschappelijke innovaties zoals labovlees worden door Bonnin met skepsis aanschouwd en uiteindelijk verworpen. Ze zou eigenlijk liever hebben dat er gebeurt wat die vervelende landbouwwetenschapper en vleeslobbyist zegt dat er niet kan, namelijk dat we met zijn allen gewoon minder vlees eten. De documentaire eindigt op een bucolische boerderij waar men aan landbouw doet zoals honderd jaar geleden en, hoewel ze even terugdeinst als er een kip geslacht wordt, deze vorm van landbouwen draagt duidelijk haar voorkeur weg. Minder vlees, voor minder mensen. Ecologischer maar een stuk duurder. Het is vlees als een eliteproduct, de toekomstvisie van een groeiende groep mensen.

In 2013 was ik op een evenement van de Faculteit Bio-ingenieurswetenschappen van de Universiteit van Gent over de toekomst van vlees. De organisatoren probeerden een brede groep sprekers uit te nodigen, maar de interessantste vond ik Jack Van Messel, een importeur van kwaliteitsvlees uit Uruguay. En ‘kwaliteit’ is daar essentieel, Van Messel slaagt erin om vlees te kopen van koeien die een zo natuurlijk mogelijk leven leiden, grazend over weilanden, niet gevoed met mais of soja, maar voornamelijk met gras. Klinkt natuurlijk mooi, maar het vraagt erg veel land en tijd om op die manier koeien te gaan kweken, en dat drijft de prijs van het vlees de hoogte in. Van Messel zag dan ook maar één mogelijke toekomst voor vlees, het zou een luxeproduct worden, niet betaalbaar voor de massa, of slechts zeer sporadisch.

In de twintigste eeuw was het natuurlijk net omgekeerd. Voor het eerst was vlees zo goedkoop geworden dat bijna iedereen, hoe arm ook, het kon betalen. Gehakt werd goedkoper dan sommige groente, en de consumptie van kip bij de industrie-arbeider in België vernegentienvoudigde (!) na Wereldoorlog II in zo’n dertig jaar tijd. Vegetarisme en veganisme waren tot begin jaren 2000 totaal verwaarloosbare marginale bewegingen, een niche van vooral hoogopgeleide idealisten, die vanuit een elitair discours ijverden voor een vleesloze wereld. Begin jaren 2000 begon dat, zowel in België als wereldwijd, te veranderen, er kwamen brede initiatieven als Donderdag Veggiedag van EVA en sinds 2005 loopt de verkoop van vlees gestaag achteruit. Het vegetarische gedachtegoed wordt steeds meer mainstream, tot recent zelfs klassieke vleespromotoren als McDonalds, Burger King en Unilever op de vegetarische markt doken, verleid door het vooruitzicht op nog grotere winstmarges.

Raw Carnivores

Voor de derde keer slaat de slinger nu naar de andere kant, was vlees eerst alleen voor de aristocratie, werd het vervolgens een democratisch goed voor iedereen, nu proberen elites vlees weer op te eisen als hun privilege. Dat kan in de nogal extreem avantgarde vorm van de ‘Raw Carnivores’, een beweging van ex-vegans die ervan genieten om ook in mainstream vegetarische tijden zo edgy en controversieel mogelijk te blijven, zijn maar ook in gematigdere vormen. Zo verscheen er een aantal maanden geleden in de New York Times een artikel over ex-veganisten die slager waren geworden. De redenen die deze mensen geven voor hun terugkeer naar vlees zijn divers, maar ze geloven allemaal dat ze door in te zetten op exact het soort van landbouw die vleesboer Jack Van Messel vooropstaat meer bijdragen aan een ecologisch voorspoedige wereld dan door zelf veganist te zijn. Het vlees wordt dan meer dan twee keer zo duur, maar dat is iets dat deze nieuwe slagers normaal vinden. Vlees als luxeproduct voor enkelingen is weer een nieuw facet van het consuminderen. Dat er mensen, die de hogere prijs niet kunnen betalen, willens nillens uit de boot kunnen vallen is een vraag die niet wordt gesteld.

Maar wat is het verschil tussen deze elitaire vleeseters en de zelfbenoemde flexitariërs die je sinds een aantal jaren ook her en der ziet opduiken. Flexitarisme is zoals de naam het zegt, een verzamelnaam voor iedereen met een flexibel dieet. Een ander algemeen kenmerk is dat voor een flexitariër elke vorm van vleesermindering oké is. Als je in plaats van zes keer per week vlees naar drie keer gaat, ook al is dat dan goedkoop vlees uit een fabrieksboerderij, dan is dat voor een flexitariër vooruitgang. Flexitarisme is dus een vegetarisme light, met zeer losse criteria over hoe je een aantal zeer los gedefinieerde doelen (‘vleesvermindering, ‘iets’ doen voor het milieu) bereikt. De elitaire carnivoren die we in de vorige paragraaf beschreven definiëren alles een stuk strakker, ze hebben een ideaal waarbij je alleen nog maar producten kan eten die duurzaam gekweekt, ecologisch (en dus duur) zijn. In die zin is het eerder een erfenis van de nogal elitaire, rationele vegetarische beweging van de jaren ‘70 en ‘80 (met filosoof Peter Singer als hoofdman), al is het criterium voor correct handelen bij de afstammeling duidelijk verschoven van dierenleed naar ecologie en kan je een tekort van zelfdiscipline afkopen. Als je elke dag kwaliteitssteak kan en wil betalen is daar geen bezwaar tegen.

Herlegitimering van vlees?

Maar is deze nieuwe eetfilosofie (als je het zo mag noemen) dan een tussenstap naar een vleesloze wereld waarin we dieren niet meer laten lijden voor ons voedsel, of is het een herlegitimering van vlees? Neem de Facebook-aankondiging van Bar Pilar waarin ze meldden dat ze overgaan tot een Vrijdag Vleesdag in plaats van Donderdag Veggiedag. De uitbater van Pilar noemt het initiatief in een post “pragmatisch en resultaatsgericht, voor een maximale collectieve vermindering van vleesconsumptie”. Het idee is dan om één keer per week vlees aan te bieden (vooralsnog tegen ‘normale’ prijzen), en de rest van de tijd iedereen voornamelijk veggiegerechten voor te schotelen. Zeker een goedbedoeld initiatief, dat er zeker ook kan voor zorgen dat er minder vlees geconsumeerd wordt op de campus. Maar als je dan toch al deze stap neemt, je de keuze van de consument tijdens het grootste deel van de week gaat beperken, waarom dan niet volledig de overstap naar vegetarisch maken? Met Vrijdag Vleesdag maak je van vlees eten een haast ceremoniële gebeurtenis, een zeldzaam feest waarop het geweten kan zwijgen, en legitimeer je vlees eten eigenlijk meer dan wanneer je het gewoon elke dag op je kaart aanbiedt.

In Vlaanderen springen trendy landbouwinitiatieven zoals het door ex-NVA-medewerker Bram Bombeek gerebrande familiebedrijf Wildebeek volop op de kar van deze nieuwe “ecologisch, duurzaam, vlees”-beweging. Het traditionele hoofddoel van de vegetarische beweging, het niet meer doden van dieren, wordt in zulke bedrijven totaal irrelevant gemaakt. De dieren hebben een beter leven, de gronderosie en andere ecologische vervuiling wordt beperkt en vlees wordt een eliteproduct. Het is het neoliberale antwoord op elke nieuwe markttrend, voor het probleem van de dalende vraag is een duurder aanbod de enige oplossing. Niet het vlees zelf, maar vooral de artificiële schaarste is een lekkernij voor de elitaire, ecologisch bewuste vleesconsument. Voor de traditionelere vleesboer die wel democratisch een groot publiek wil bereiken is duurder vlees vooralsnog geen positieve zaak, maar desalniettemin ook onontkoombaar. Witblauwkweker Eric Coheur wil bijvoorbeeld dat vlees één euro duurder wordt om het betaalbaar te houden. Dat de verzuchtingen van deze man verschijnen in een afgeschermd gedeelte voor abonnees van het gespecialiseerde magazine Landbouwleven en Bombeek in drie nationale kranten kwam met zijn overstap naar het landbouwleven is veelzeggend voor hoe de trend naar luxevlees zich aan het ontwikkelen is. Het is de survival of the hippest daarbuiten.

Guiltfree food was jarenlang een soort van veganistisch motto, maar deze nieuwe beweging suggereert dat je ook een goed geweten kan hebben als je wel vlees eet, zolang je maar bereid bent om er veel voor te betalen. Voor wie (niet rijk is en) graag veel vlees eet, lijken de trendy nieuwe carnivoren een grotere bedreiging te worden dan de nu al duffe oude vegetariërs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234