Donderdag 29/07/2021
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnAlain Gerlache

Voor het eerst gaan de politieke botsingen niet meer over de pandemie

Journalist Alain Gerlache overschouwt de politieke actualiteit. Hij doet dat afwisselend met oud-journalist Walter Zinzen en oud-journalist en -politicus Siegfried Bracke.

Veertig jaar geleden, op 10 mei 1981, werd François Mitterrand verkozen tot president van de Franse Republiek. Een historische overwinning. Na 23 jaar kwam links eindelijk weer aan de macht. De Parti Socialiste werd de dominante kracht en liet de ooit almachtige communisten achter zich.

Zoals altijd werd de presidentsverkiezing aandachtig gevolgd in Wallonië en Brussel. Veel socialisten keken met afgunst naar die briljante figuur en die moderne partij, die beloofde “hier en nu het leven te veranderen”, zoals de hymne van de Franse PS op een melodie van Mikis Theodorakis verklaarde. Het wekte allemaal veel meer enthousiasme dan de doordeweekse Belgische politiek, haar politici zonder visie, haar debatten zonder bevlogenheid en de eeuwige compromissen die de socialisten in hun coalities met rechts Vlaanderen moesten aanvaarden.

Maar illusies duren nooit lang. Twee jaar later moest Frans links buigen voor de economische realiteit en de internationale machtsverhoudingen. De Franse socialisten werden sociaaldemocraten – een woord waar ze een hekel aan hadden – en de communisten stapten uit de regering. In 1986 kwam rechts in Frankrijk weer aan de macht. Bij ons waren de socialistische kaders niet echt ontevreden dat hun arrogante Franse collega’s op hun nummer werden gezet. De Waalse PS bleef vrolijk meer dan 40 procent van de stemmen scoren en was een van de machtigste socialistische partijen van Europa. In de Keizerslaan maakte niemand zich zorgen.

In 2012 koos Frankrijk opnieuw een socialistische president, weer een François. Hollande deed het zo slecht dat hij vijf jaar later geen kandidaat kon zijn.

Emmanuel Macron, de man van de ‘sociaal-liberale’ lijn, won de verkiezing van 2017. De kandidaat van de PS haalde slechts 6 procent, ver achter Jean-Luc Mélenchon, de kandidaat van het radicaal linkse France Insoumise.

Ook aan deze kant van de grens kwamen de socialisten in de problemen. In de verkiezingen van 2014 zakte de PS onder de 30 procent en belandde ze in de federale oppositie, terwijl de PTB-PVDA voor het eerst twee Kamerzetels won. Na een nieuwe nederlaag in 2019, een forse doorbraak van radicaal links, nieuwe schandalen en peilingen die amper meer dan 20 procent voor de PS voorspelden, begonnen ze in de Keizerslaan nerveus te worden. Wat als het Franse scenario zich hier zou herhalen?

Woorden en daden

Vandaag zit de PS weer in de regering en moet ze opboksen tegen de onophoudelijke aanvallen van de PTB-PVDA, die zich als ‘authentiek links’ voorstelt. Paul Magnette en de andere kopstukken van de PS hebben het daar duidelijk erg moeilijk mee en voeren sinds enkele weken een tegenoffensief. “De PTB maakt veel kabaal en drukte, wij werken en krijgen resultaten.” Maar welke resultaten?

De afgelopen dagen heeft de discussie over de lonen de sociaal-economische vraagstukken weer op de voorgrond gebracht. De druk van de pandemie begint af te nemen en een mate van terugkeer naar de normaliteit lijkt mogelijk.

Voor het eerst gaan de politieke en mediatieke botsingen binnen de Vivaldi-coalitie niet meer over de pandemie, maar maakt de goede oude tegenstelling tussen links en rechts haar comeback. Op 1 mei spraken de socialistische leiders stoute taal over de dividenden en de lonen van de werkgevers, maar een paar dagen later kwam er een voorstel uit de bus dat door de liberalen en het patronaat werd toegejuicht en door niet alleen de PTB-PVDA maar ook de vakbonden, met de ABVV-FTGB op kop, werd afgeschoten.

Gedurfde woorden, maar schrale resultaten: net wat de PS de PTB verwijt. De situatie is nog pijnlijker voor de Parti Socialiste omdat ze op de voorstelling van het relanceplan rekende om een ‘Joe Biden-effect’ te scheppen. Maar voor de vakbondsbasis zijn plannen leuk maar lonen beter.

De strategie van Georges-Louis Bouchez maakt het voor Paul Magnette nog ingewikkelder. Wanneer een coalitiepartner problemen met zijn basis heeft, houden de andere partijen zich meestal gedeisd. Maar dat is niets voor de voorzitter van de MR. Integendeel, hij probeert de leiding te nemen van een anticommunistisch front tegen de PTB-PvdA en debatteert zelf op de RTBF met de voorzitter van de ABVV-FTGB. Zijn doel: de PS marginaliseren en in de volgende verkiezingen verslaan, de noodzakelijke voorwaarde om ooit zelf premier te worden.

Zijn de perikelen van deze week maar een tegenslag of wijzen ze op grotere moeilijkheden voor de PS? De uitslag van het Britse Labour en de cijfers van de peilingen voor de Duitse SPD zijn hoe dan ook weinig geruststellend voor de Keizerslaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234