Zaterdag 18/01/2020

Opinie

Vlaanderen en Nederland, laten we opnieuw schaamteloos van elkaar profiteren

Matthijs van Nieuwkerk en Marc-Marie Huijbregts tijdens de opnames van de speciale jubileumeditie van De Wereld Draait Door (DWDD). Beeld ANP

Piet Menu is artistiek directeur van het Zuidelijk Toneel en was voorheen werkzaam als programmeur en daarna directeur van het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond. Deze column kwam tot stand naar aanleiding van het slotfeest van het BesteBuren-jaar, dit weekend in de deSingel.

Afgelopen zondag nam ik deel aan het Cultuurparlement van de Lage Landen. Dit initiatief van het Vlaamse cultuurtijdschrift Rekto:Verso en het Nederlandse Transitiebureau trok 60 Vlaams-Nederlandse cultuurprofessionals naar een onbekende locatie op de grens om er prikkelende pistes voor een nieuw cultuurveld uit te denken.

Deze middag bevestigde dat er in het afgelopen decennium iets fundamenteels veranderd is in de Vlaams-Nederlandse samenwerking. Toen ik in 2000 als stagiair aantrad bij het Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond kwam ik terecht in een huis op een knooppunt van verandering. Surfend op de Vlaamse theatergolf van de jaren '80 had het huis zichzelf als taak gesteld om de schoonheid van de Vlaamse kunsten aan een Nederlands publiek te etaleren.

Piet Menu. Beeld kos

In 1999 was daar verandering in gekomen en moest de werking als springplank dienen voor die kunstenaars die nog niet bekend waren in Nederland. De Vlaamse golf ebde weg. De progressieve Nederlander zocht elders zijn gading en wat overbleef was een ietwat ouder Nederlands publiek dat verliefd op taal, gastronomie en gemoedelijkheid het Vlaamse huis bezocht om zich, naast het kijken naar Canvas, ook eventjes écht in Vlaanderen te wanen en zich over te leveren aan het bier van hoge gisting en de in ossenvet gebakken frieten. De Amsterdamse Vlaming kwam niet in de Brakke Grond want zij waren ooit het verstikkende katholieke Vlaanderen ontvlucht en hadden geen enkele last van nostalgie.

Ik kon er aan de slag als theaterprogrammeur en zocht mijn weg om oud en nieuw met elkaar te verzoenen. Ik sprak een generatie theatermakers die starend in hun glas mijmerden over de tijd toen ze nog moeiteloos 60 keer in Nederland speelden en me vragend aankeken of ik dat weer voor elkaar zou kunnen krijgen. Ik zag een Nederlands publiek dat me aansprak over vernieuwing in de kunsten maar eigenlijk op zoek was naar de opwinding van een tijd die was verdwenen. De gemiddelde kennis over Vlaanderen stopte bij Urbanus en Clouseau. Ik herinner me de vruchteloze pogingen om een keer een ander soort Vlaming in een of andere talkshow te krijgen. De redactie begreep mijn wens niet. Ik was drieëntwintig en werkte braaf door aan mijn missionariswerk voor de Vlaamse kunsten.

Langzaamaan werd het opnieuw lente. Nieuwe groepjes Vlamingen kwamen in de stad studeren of werken en sprongen binnen in de Brakke Grond op zoek naar andere Vlamingen om eens een babbeltje te slaan. Ze hadden geen vooroordelen of uitgebreide kennis over Nederland. Ze kozen doelbewust voor een bepaald studiegebied waarin andere kennis te rapen viel, of voor die unieke job. De ongemakken bleven beperkt tot de huurprijzen of parkeertarieven en de dagelijkse aanwezige cultuurverschillen. Langs Nederlandse kant gebeurde net hetzelfde. Er kwamen steeds meer vragen over de mogelijkheid tot wonen en verblijven in Vlaanderen. Over Brussel hing plots het aura van Berlijn, waar kunstenaars vrijspel hebben.

Daar bleef het niet bij. De Nederlandse media raakte weer geïnteresseerd in Vlaanderen. De aanwezigheid van mensen als Peter Vandermeersch, Ivo van Hove, Jan Raes, Ann Demeester, ... deden de blikken kantelen. De Wereld Draait Door was eindelijk overstag. Vandaag is het weer normaal om op alle zenders een Vlaming als gast uit te nodigen. Net zo in Vlaanderen, al blijft het zoeken naar Nederlanders op leidinggevende plekken in Vlaanderen. De kennis over elkaar blijft uiteraard beperkt, veel te beperkt, maar de nieuwsgierigheid is er weer.

Zeker zo bij de jonge generatie. Overal om me heen zie ik jonge kunstenaars die wars van cultuurverschillen op zoek gaan naar de plek die het beste bij hen past. Ze kijken rond en gebruiken de kennis die ze nodig hebben, zoeken de ontmoetingen op die ze kunnen gebruiken en denken samen na over de uitdagingen die de wereld hen stelt.

De Lage Landen zijn een boeiende biotoop voor kunstenaars, creatievelingen, beleidsmakers, ondernemers, enzovoort. Studies rond cultuurverschillen stellen dat er geen twee naast elkaarliggende gebieden zijn met mensen die dezelfde taal spreken die meer verschillen van elkaar dan Vlaanderen en Nederland. Meer dan Canada en de Verenigde Staten, of Duitsland en Oostenrijk.

Verschillen gaan dan o.a. over het risicovermijdende gedrag van de Vlaming of de non-hiërarchische houding van de Nederlander. De grote verschillen in aanpak van uitdagingen, in combinatie met dezelfde taal en de nabijheid, leiden tot interessante mogelijkheden om elkaars kennis en vaardigheden te versterken. Of dat nu op het terrein van zorg, wetenschap, kunst of duurzaamheid is, we kunnen profiteren van de voorsprong van de ander, en leren van elkaars fouten en successen.

Dat maakt dat er nu de mogelijkheid is om de Lage Landen als proeftuin binnen Europa te zien. Een plek waar het verschil zegeviert waardoor we gezamenlijk tot betere kennis komen om de uitdagingen die de toekomst ons stelt het hoofd te bieden. We hoeven het niet als wens uit te drukken want het proces is al in gezet, een nieuwe generatie neemt het zonder romantisch-nostalgische gevoelens over. BesteBuren was een mooie start. Het waren geen grote budgetten. En achteraf gezien was dat eigenlijk ook niet zo erg. Er is feitelijk niet veel meer nodig dan een goed werkende treinverbinding en een lijfelijke ontmoeting om een Vlaming en een Nederlander tot een volgend gesprek en eventuele planvorming aan te zetten.

Het vrijwillig opgezette Cultuurparlement bewijst het. In zes uur tijd hebben we ons gebogen over onderwerpen als cultuurparticipatie, de positie van de kunstenaar en het vinden van publiek. We zijn niet oeverloos in gegaan op de verschillen die bestaan in beleid en cultuur maar hebben ze gebruikt, omgedraaid en positief ingezet om bijvoorbeeld diepgaand na te denken over hoe we samen om kunnen gaan met de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt, ook die van de kunstenaar. De problematieken zijn dezelfde. De aanpakken zijn verschillend en beide ontoereikend. In een bundeling van de krachten zit de mogelijkheid om dichter bij een oplossing te komen.

Laten we vooral in de komende periode schaamteloos van elkaar profiteren. En laat het beleid als een perpetuum mobile steeds weer op die ontmoeting inzetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234