Woensdag 16/10/2019

Opinie

Vlaamse regering is duidelijk over wat ze wil afbouwen, niet over wat ze wil opbouwen

Beeld BELGA

Frank Vandenbroucke is hoogleraar aan de KU Leuven en UAntwerpen en co-auteur van 'Reconciling Work and Poverty Reduction. How Successful Are European Welfare States?'

De staatshervorming creëert een batterij mogelijkheden om beleid te voeren op maat van Vlaamse werkzoekenden. Allerlei instrumenten om laaggeschoolden, langdurige werklozen en ouderen aan het werk te helpen, worden Vlaamse bevoegdheid: kortingen op sociale bijdragen, maatregelen die OCMW's toelaten om leefloners te activeren, de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen (PWA's),... Zo kan het Vlaamse beleid versterkt worden. Want er bestaat al heel wat in Vlaanderen, zoals leerwerkbedrijven (waarmee langdurige werklozen opnieuw ingeschakeld worden), een premie voor wie werkloze 50-plussers in dienst neemt en nog veel meer.

Het Vlaamse Regeerakkoord kondigt aan dat men zal 'wieden in het doelgroepenbeleid' door het te beperken tot jongeren, 55-plussers en personen met een arbeidshandicap. Men belooft ook een nieuw kader voor 'tijdelijke werkervaring', waarin de leerwerkbedrijven, de instrumenten van de OCMW's en de PWA's geïntegreerd zullen worden.

Het departement Werk en Sociale Economie publiceert cijfers over de 'kans op werk', die tonen dat doelgroepenbeleid geen luxe is. Het gaat om een ruwe maatstaf voor de kans om als werkzoekende weer aan de slag te gaan: men deelt het aantal mensen die tijdens een bepaalde maand een job gevonden hebben door het totaal aantal werklozen bij het begin van diezelfde maand. Zo bekeken ligt de 'kans op werk' vandaag in Vlaanderen niet hoog: ze bedraagt plusminus 9 procent.

Voor werkzoekenden tussen 50 en 64 jaar ligt ze, met iets meer dan 3 procent, dramatisch laag. Dat cijfer is de voorbije jaren bijna onveranderd gebleven, maar er is een verschuiving gaande binnen de oudere groep: de kans op werk voor de groep tussen 50 en 54 lijkt toegenomen. Voor laaggeschoolde werklozen bedraagt de kans op werk iets meer dan 4 procent, een cijfer dat ook onveranderd gebleven is. In vergelijking daarmee blijft de kans op werk, ondanks de crisis, gunstiger voor jongeren (15 procent) en voor hooggeschoolden (25 procent). Er is dus geen reden om de ondersteuning voor oudere of laaggeschoolde werkzoekenden af te bouwen. Ze kan verbeterd worden: de staatshervorming biedt kansen.

Nu is de Vlaamse regering vooral duidelijk over wat ze wil afbouwen en onduidelijk over wat ze wil opbouwen. De tewerkstellingspremie voor werkzoekenden tussen 50 en 54 jaar schaft ze af. Het argument is dat men zich wil concentreren op de 55-plussers. Om te overtuigen, moeten twee gegevens op tafel komen: enerzijds cijfers waaruit blijkt dat de kans op werk voor werkloze 50- tot 54-jarigen aanzienlijk verhoogd is en hoog zal blijven ook wanneer het ondersteuningsinstrument wegvalt (ik ben altijd bereid me te laten overtuigen), anderzijds een concreet voorstel om de steun voor 55-plussers significant te versterken (ik ben altijd bereid na te denken over iets dat concreet is).

Voorlopig varen we echter in de mist. Deze mist is het resultaat van drie factoren: gebrek aan voorbereiding met betrekking tot de toepassing van de staatshervorming in Vlaanderen; besparingen die men snel wil doorvoeren en een dosis ideologische vooringenomenheid over het wat en hoe van doelgroepenbeleid.

De mist is zeer dicht wat de toekomst van de leerwerkbedrijven betreft (denk aan het Leerwerkbedrijf Oost-Brabant en partners als Wonen en werken, Spit, Velo of De Vlaspit), die de facto met een afbouwscenario geconfronteerd werden en vorige week ten einde raad in actie gingen. Ideologische vooringenomenheid heeft hier van de mist echte smog gemaakt.

Leerwerkbedrijven organiseren werkervaring voor ongeveer 2.500 kwetsbare werkzoekenden (haast altijd mensen die langdurig werkloos zijn; bijna twee derde van de groep is bovendien laaggeschoold). Iedereen erkent dat de doorstroming naar werk in gewone bedrijven vanuit deze trajecten, die veelal twaalf maanden duren, vrij behoorlijk is. De concrete ervaring op de werkvloer is essentieel in het succes, maar ook een twistpunt. UNIZO en Voka nemen aanstoot aan het feit dat er ook werkvloeren zijn in productieve sectoren waarin ook reguliere bedrijven actief zijn. Ze zien dat als concurrentievervalsing.

In zijn reactie op het protest van de sector, stelt minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) nu dat hij jaarlijks niet 2.500 maar 5.000 langdurig werkzoekenden wil helpen. Deze mooie ambitie is echter verweven met een ideologisch uitgangspunt dat alles overheerst. De minister gelooft dat wat leerwerkbedrijven vandaag doen 'vermarkt' kan worden. Een tender, ofte een aanbesteding in de markt, moet private spelers aantrekken.

Ik ben niet tegen tenders in het arbeidsmarktbeleid; in een vorig leven heb ik dat zelf gelanceerd. Ik sta wel sceptisch tegenover de mogelijkheid om de doelgroep die nu geholpen wordt in de leerwerkbedrijven 'in de markt te plaatsen'. Overschat men niet wat markten met succes kunnen? Opnieuw ben ik bereid om me te laten overtuigen: de minister zou een tender kunnen lanceren voor 2.500 extra plaatsen; intussen zouden de bestaande leerwerkbedrijven kunnen doorwerken (desnoods met aanpassingen: ik wil, zonder enthousiasme, instappen in de redenering van de minister dat ze voor de overheid goedkoper worden als ze niet langer met volwaardige werknemersstatuten werken).

De expertise van de leerwerkbedrijven zou dan niet verloren gaan. Men kan dan inderdaad mikken op 5.000 plaatsen, zonder risico dat het schip intussen kapseist. Door de huidige regeling te vergelijken met de resultaten van een aanbesteding zouden we kunnen oordelen wat het beste werkt: evidentie in plaats van ideologie.

Intussen kan men werk maken van goede voornemens, zoals het op punt stellen van een omvattend kader voor tijdelijke werkervaring (met de integratie van de instrumenten die de OCMW's gebruiken en de PWA's); tegelijk moet de uitvoering van het 'maatwerk'-decreet een nieuwe toekomst geven aan de sector van de sociale economie.

Als de mist rond het Vlaamse tewerkstellingsbeleid optrekt, kunnen we de hand aan de ploeg slaan. Werkgevers die zich zorgen maken over concurrentievervalsing zouden een engagement kunnen aangaan om in hun eigen bedrijven werkvloeren aan te bieden die passen in werkervaringsprojecten: is de federale regering niet op zoek naar concrete engagementen van werkgevers, in ruil voor de lastenverlaging?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234