Woensdag 28/10/2020

Opinie

‘Vive la République! Merde pour les flamingants!’

Vincent Stuer.Beeld DM

Vincent Stuer is schrijver en theatermaker. Hij werkte als woordvoerder in het Europees Parlement. Hij schrijft tweewekelijks voor deze krant, afwisselend met Mark Elchardus.

Als ik oud ben, word ik onuitstaanbaar, beloofde Jacques Brel in de jaren 60. “J’habiterai une quelconque Belgique, qui m’insultera tout autant que maintenant quand je lui chanterai: Vive la République! Vive les Belgiens! Merde pour les flamingants!”

Dat oud worden is er niet van gekomen – ‘par arrêt de l’arbitre’ – maar de rest van de voorspelling is uitgekomen: België is politiek een boeltje gebleven, perfect op maat van zijn onbestemde bevolking en verenigd rond een koningshuis dat met tegenzin onbetwist blijft.

Ik heb het altijd vreemd gevonden dat ons land nauwelijks een republikeinse beweging gekend heeft – toch niet sinds de koningskwestie, waarvan de zeventigste verjaardag dit jaar onopgemerkt is gebleven. Dat is te danken aan algemene onverschilligheid en aangeleerde onderdanigheid. Het is ook een teken van een gebrek aan verbeelding. En een gemiste kans voor politiek België.

Wijzer dan wij

De idee van een erfelijk koningschap is een democratie onwaardig, een soort verlengde minderjarigheid. “Een erfelijke koning is even absurd als een erfelijke wiskundige, en even bespottelijk als een erfelijke dichter des vaderlands”, schreef Thomas Paine, de aanstoker van eerst de Amerikaanse en dan de Franse Revolutie. Zelfs al zouden de genen meezitten, generatie na generatie, dan nog blijft het een tegenstrijdige positie: een koning moet boven het volk verheven blijven maar wordt geacht er onlosmakelijk mee verbonden te zijn, hij moet het kennen als geen ander, zonder ertussen te leven. Paines eerste opzienbare pamflet (uit 1776) heette Common Sense – dat een volwassen volk geen koning meer nodig had, was niet meer dan gezond verstand.

De voorhoede van Belgische revolutionairen zag het in 1830 ook zo, blijkt uit het jongste boek van Els Witte, Belgische republikeinen. Waarom zouden zij hun staatshoofd mogen kiezen maar hun kinderen en kleinkinderen die keuze onthouden? Ze vormden het meest actieve en aantrekkelijke deel van de Belgische opstand maar bleven steken tussen twee revoluties: de Belgische onafhankelijkheid kwam er, met een voor die tijd vooruitstrevend liberale grondwet, maar doorduwen tot een echt progressieve democratie werd hen onmogelijk gemaakt.

De charme lag in hun idealen. De republikeinse gedachte gaat helemaal niet over die koning, maar over wat vrijkomt als hij niet meer in de weg staat: een vrij volk van gelijkwaardige burgers die zelf, samen, een onderling contract afsluiten. De res publica, de publieke zaak, laat zich niet bepalen van bovenaf en niet vastleggen voor de eeuwigheid, maar wordt steeds opnieuw bediscussieerd, besloten en bijgestuurd door dat publiek zelf. Een volk van broeders laat zich niet overerven van vader op zoon.

Onverantwoorde onverantwoordelijkheid

De volksraadpleging over de terugkeer van Leopold III in maart 1950 vormde een laatste stuiptrekking. De Vlamingen drukten de koning aan de borst nadat hij hen afgenomen dreigde te worden, de Walen legden zich erbij neer. Alsof de eenheid van het land van de Coburgs afhangt. Alsof een verkozen staatshoofd die functie niet beter zou vervullen.

Ons koningshuis wordt erkend omdát het een absurditeit is. Het past bij ons beeld van België als een land waar geen mensen wonen maar gemeenschappen, die verwikkeld zijn in een allesoverheersend gevecht om dominantie. Het past bij ons zelfbeeld, waarin alle successen onze eigen verdienste zijn en al onze tekortkomingen op de politiek afgeschoven kunnen worden – wij worden overheerst, mijnheer, het is altijd al zo geweest en het zal altijd zo zijn. Een politiek puberale gedachte, waarin de oude Belgen aan weerszijden van de taalgrens zich al te graag wentelen.

Vandaag botsen we op de grenzen van die absurditeit. Het respect voor de publieke zaak is zo diep gezakt dat zelfs na anderhalf jaar niemand schijnt te vinden dat België een vorm van democratische regering nodig heeft – alsof dat niet onze eigen regering is. Het probleem is niet dat ‘er geen Belgen zijn’. Het probleem is dat er geen Belgische politici zijn, mensen die verplicht zijn over de taalgrens te kijken en rekening te houden met de res publica. Dat zoiets onwerkbaar is, is common sense.

Hoe mooi zou het zijn, als Belgen niet alleen standbeelden omver zouden werpen om afstand te nemen van oude vormen en gedachten, maar de idee van koningschap op zich zouden verwerpen? Hoe hoopvol zou het zijn, om als 21ste eeuwse maatschappij de republikeinse waarden te omarmen en de verantwoordelijkheid terug te vorderen: wij maken onze politiek zelf, samen, op maat van onze eigen tijd en onze eigen ambities. Hoe volwassen, om als hedendaagse democratie, met Thomas Paine, te zeggen: “Er was een tijd dat het gepast was, en er is een gepaste tijd om er afstand van te nemen.” Van hieraf kunnen we het zelf wel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234