Zondag 25/07/2021
Walter Zinzen. Beeld rv
Walter Zinzen.Beeld rv

ColumnWalter Zinzen

Vier partijvoorzitters die ruzie maken over regeringsbeleid: met welk recht doen ze dat?

Oud-journalist Walter Zinzen overschouwt de politieke actualiteit. Hij doet dat afwisselend met oud-politicus Siegfried Bracke en journalist Alain Gerlache.

De afgelopen week waren er twee keer wijze politieke woorden te horen. De eerste keer was dat in de Kamer van Volksvertegenwoordigers toen ex-minister Muylle (CD&V) uitriep dat de partijvoorzitters zich niet met het debat moesten moeien. De tweede keer zorgde premier De Croo (Open Vld) voor de wijsheid: “We mogen ons niet laten opjutten”, zo sprak hij.

De dame en de heer hadden het over hetzelfde: het spektakel dat vier van de zeven Vivaldi-partijvoorzitters ten beste gaven in verband met de mislukking van het overleg tussen de sociale partners. Inzet was een loonsverhoging die groter is dan 0,4 procent boven op de indexaanpassing. Door die mislukking is het dossier nu op de regeringstafel beland. Vrijwel onmiddellijk stonden vier partijvoorzitters klaar om elkaar vliegen af te vangen. De twee socialisten dreigden ermee de uitbetaling van dividenden stop te zetten als er geen substantiële loonsverhoging voor de werknemers in zit, hun liberale ambtgenoten zetten dat weg als populisme. De krantenkoppen logen er niet om: liberalen en socialisten op ramkoers, barsten in de Vivaldi-coalitie, nieuw kibbelkabinet, regeringscrisis in de maak, het kon niet op. Maar behalve mevrouw Muylle vroeg niemand zich af tegen welke windmolens deze 21ste-eeuwse Don Quichots eigenlijk vochten. Vier partijvoorzitters die ruzie maken over regeringsbeleid: met welk recht doen ze dat? En vooral: met welk mandaat?

In een parlementaire democratie regeert de regering en controleert het parlement of ze het goed doet. Behalve Egbert Lachaert (Open Vld) zit geen enkele voorzitter in de Kamer. Dat is nochtans de plaats waar dit soort dossiers behandeld dient te worden. Een discussie op tv is best mogelijk, maar dan wel met de betrokken ministers en leden van de oppositie.

Het getetter erover in de media door partijvoorzitters is niet alleen misplaatst, maar ook misleidend. Omdat het publiek – de kiezer dus – de indruk krijgt dat het beleidsmakers bezig ziet. Dat zijn de voorzitters niet. En dat horen ze ook niet te zijn.

Waarom de media hun medewerking verlenen aan dit schijngevecht ontgaat me volkomen. Het gespin over een mogelijke crisis in de regering sloeg nergens op. In De Afspraak op Vrijdag verscheen – eindelijk! – de bevoegde staatssecretaris Thomas Dermine (PS). Hij schilderde er de contouren van een mogelijk akkoord en bevestigde terloops dat de samenwerking tussen socialistische en liberale ministers goed was. Een leugentje om bestwil? Open VLD-voorzitter Lachaert had al net hetzelfde gezegd…

Van gekibbel in het openbaar door regeringsleden was hoe dan ook op geen enkel ogenblik sprake. Waarom dan al dat gespeculeer? Het mediaspektakel van de partijvoorzitters was niets anders dan de zoveelste manifestatie van de perfide particratie. Pogingen om naar aanleiding van 1 mei de achterban te bedienen met het oog op 2024, verkiezingsjaar, waardoor ze het regeringswerk van hun eigen ministers extra bemoeilijkten. Partijbelang boven landsbelang, nog maar eens.

Niet toevallig viel dat circus te bewonderen in een periode dat de drie traditionele partijen (christen-democraten, socialisten en liberalen) een nieuwe adem zoeken omdat ze electorale lilliputters geworden zijn. Of ze daarin zullen slagen is twijfelachtig. Veel meer dan marketing (om de 20 jaar een nieuwe naam bijvoorbeeld) is er alleszins niet van te merken. Het lijkt er eerder op dat ze alleen maar het stervensproces verlengen.

De Ierse politicoloog Peter Mair voorspelde al begin deze eeuw dat we een tijdperk zonder partijen tegemoet gaan. Tot die conclusie was hij gekomen na grondig onderzoek van de partijen in alle toen bestaande democratieën. Overal stelde hij hetzelfde vast: de partijen hebben nog alleen maar contact met de kiezer op verkiezingsdag, leden hebben ze haast niet meer, een aantrekkelijke boodschap al evenmin. Jos Geysels, een van de beste politici uit onze naoorlogse geschiedenis , is het daar niet mee eens. In een democratie, zo oordeelt hij, zullen er altijd partijen zijn omdat er altijd mensen zullen zijn die met een gemeenschappelijk programma naar de kiezer willen trekken.

Wie gelijk heeft weet ik niet. Maar als het Geysels is, zullen onze partijen, en dan vooral hun voorzitters, uit een ander vaatje moeten tappen.

PS: Een van de merkwaardigste gevolgen van de coronacrisis is dat Franstalige politici weer de weg vinden naar Vlaamse tv-studio’s. Waar is de gelukzalige tijd dat we als inwoners van Brussel-Halle-Vilvoorde ook voor Franstaligen konden stemmen? Dat men ons dat democratisch voorrecht heeft afgepakt, blijf ik een schande vinden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234