Zaterdag 16/11/2019
Beeld Bob Van Mol

Column

Via een niet geheel geslaagde pirouette kwam ik terecht in de vier uitgestrekte armen van twee grijzende dames

Marc Didden houdt niet van de zomer en schrijft hem dan maar van zich af.

De Aubisque! De Tourmalet! De Galibier! Het zijn namen die klinken als klokken en voor de gediplomeerden onder ons zeg ik er graag bij dat het hier om bergreuzen gaat die door mensen die bij de Tour De France werken bijna jaarlijks bestegen dienen te worden, wat écht geen kattenpis is.

Zelf beklim ik ook wel eens een berg, die passend De Kunstberg genoemd wordt. Er zijn daar twee routes voorzien om met succes de top te halen. De ene leidt vanaf de buitenkant van het Brusselse Centraal Station tot aan het majestatische Koningsplein, dwars door dat propere parkje heen dat tegen de Koninklijke Bibliotheek aanhangt.

De andere optie is moeilijker, maar biedt het voordeel dat ze helemaal ­overdekt is, en dan nog wel aangelegd in de ondertussen weer hip geworden fifties-stijl.

Ik heb het hier over de bij veel pendelaars overbekende Ravensteingalerij, een vreemdsoortige pijpenla die eindigt bij een indoorfontein waarboven een wonderlijk glazen plafond hangt. Je had er vroeger speciaalzaken waar je bijzondere boeken en dito platen kon kopen. Nu is er nog wat schmutzig snackbarwezen aanwezig en gedijen er verder tot in de late uurtjes ook nog een stuk of wat dubieuze cafés waar eenzame papierkrabbers brabbelend hun wazige liefde verklaren aan dellen van diensters.

Ambtshalve heb ik de verdomde trappen van die Ravensteingalerij een keer of vijftig bestegen, het afgelopen anderhalve jaar. Dat was omdat ik daar helemaal boven, waar een kunstpaleis staat, wat te doen had. Iedere keer als ik de bovenstad bereikte, hing mijn tong als een sjaal te waaien in de wind, kraakten mijn knieën als de beesten en overwoog ik de aankoop van een flukse rollator, het liefst voorzien van enig Italiaans design.

Op een van zo’n dagen gleed ik uit op die marmeren trappen van Ravenstein en via een niet geheel geslaagde pirouette kwam ik zo drie treden lager terecht in de vier uitgestrekte armen van twee grijzende dames.

Het betrof duidelijke believers van het saffische geloof. Ik weet niet meer precies waarom ik dat dacht, al waren de mannenhorloges die ze droegen en de zelfgerolde sigaretten waar ze gretig aan lurkten achteraf bekeken misschien wel weggevers.

Ook treffend was het feit dat de oudste van de twee – ik schat dat ze een uitstekende lerares Latijn was in de buurt van Lier – mij aansprak met de vanaf nu werkelijk historische woorden: “Kust Na Men Kloete! De Marc Didden!”

De twee alleraardigste vrouwen outten zich daarop allebei als onversneden fans van mijn leven en werk. Ze waren niet zuinig met lof. De weinige keren dat mij zoiets overkomt, weet ik in het geheel niet hoe dat moet, een compliment incasseren. Ik play het dan maar zo gauw mogelijk helemaal down. En ik zeg dan dat het allemaal niets voorstelt, dat luizenleven van mij, met die paar halve filmpjes en die driekwartboeken die ik ooit voortbracht. Dat ik eigenlijk helemaal niets kan.

Ik hoop dan dat de mensen zeggen: “Nee, nee, Marc. Integendeel, alles wat je doet is helemaal fantastisch.” Maar dat hoor ik dus zelden. Ook die dag in Ravenstein niet.

“Wij vinden u alle twee toch zo’n plezante!” zei de vrouw die nog niet aan het woord was geweest. Ik kreeg twee kussen. Toen moesten de vrolijke vriendinnen weg om tijdig hun trein te halen. Ik hoorde de eerste vrouw nog eens herhalen: “Kust Na Men Kloete!

Even overwoog ik dat ook te doen, maar toen sloeg de rede toe en dacht ik: hier op de Kunstberg?

Jamais!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234