Maandag 18/11/2019

Opinie

Verstand op nul tegenover vleesindustrie: hoe lang nog?

Thomas Detombe Beeld rv

Thomas Detombe is journalist en dierenrechtenactivist. 

Opnieuw undercoverbeelden vol dierenleed, deze keer uit een kippenkwekerij. En opnieuw afschuw. Levende kuikens vliegen over en weer als springballen, ze worden verdronken en de nek omgewrongen.

Een discussie over wat kuikens daarbij voelen hoeven we vandaag gelukkig niet meer te voeren. Wetenschappers weten al lang dat dieren het verschil kennen tussen pijn en plezier, en dat ze vaak ook veel intelligenter en sociaal geraffineerder zijn dan we vermoeden. Dat inzicht krijgt wettelijk vorm: in Wallonië wil men dieren het statuut 'begaafde wezens met gevoelens' geven. Ook enkele Vlaamse partijen zijn dat idee genegen.

Bij vorige incidenten focuste het debat zich – terecht – op hoe dergelijke toestanden mogelijk zijn en wat we kunnen doen om ze in de toekomst te vermijden. Want als dieren gevoelens hebben, moeten we ze vriendelijk behandelen, toch?

Beelden van onnodig lijdende dieren zijn voor veel mensen onverdraaglijk. Hoe is het mogelijk dat bepaalde medewerkers die kuikens zo slecht behandelen? Iedereen die zich verlaagt tot dergelijke mishandeling moet eruit, onherroepelijk!

Trauma's

Zo eenvoudig is het jammer genoeg niet. Mensen in de industriële vleesindustrie werken onder grote druk en ontwikkelen niet zelden (psychische) problemen als gevolg van hun werkomstandigheden. In haar doctoraatsonderzoek over de ideologie achter vlees eten, spreekt onderzoekster en psychologe Melanie Joy over ‘acclimatisering’ als een persoonlijk afweermechanisme tegenover industrieel georganiseerd geweld. Medewerkers raken met andere woorden ‘gewoon’ aan bloederige acties die hen aanvankelijk schokten.

Volgens Joy verdragen mensen maar een bepaalde dosis geweld vooraleer ze bepaalde trauma's oplopen. Die trauma's kunnen op hun beurt ontaarden in groeiende agressie ten aanzien van dieren én mensen.

Timothy Pachirat, onderzoeker aan Yale, draaide zes maanden mee in een slachthuis in Nebraska. Hij wilde ervaren wat een dier doden precies betekent, hoe dat verloopt. Tot zeven maanden na zijn terreinonderzoek kampte hij met de psychologische gevolgen. Gedachten aan de geur en kreten in het abattoir maken hem nog steeds misselijk.

Ook ik draaide ooit mee in een vleesverwerkend bedrijf. Er was constant lawaai en de weeë geur van dood vlees. Het werktempo lag heel hoog. Ik stond twee weken ingepland maar hield het er amper drie dagen vol. Nochtans werd ik nooit direct geconfronteerd met (half)dode dieren, bloed of gekrijs. Het enige wat ik te zien kreeg was een niet aflatende stroom van roze smurrie die uit een grote stalen pijp kwam. Die brei ving ik samen met anderen op in metalen cilinders. Daarna ging alles in een oven. Na een uurtje kwam alles er opnieuw uit de oven als lange stronken paté, kippenwit en andere charcuterie.

Ik had niet de indruk dat mijn toenmalige collega’s aan veel werkvreugde toekwamen. Verstand op nul zetten en voortwerken bleek toen, voor mij althans, de strategie van de minste weerstand. Ik wil niet weten hoezeer ik ‘onder nul’ zou wegzinken als ik dagelijks met honderden levende, half levende of net geslachte dieren zou moeten werken.

Verbazing?

Waarom verbazen we ons telkens weer over ontsporingen in de industriële vleesindustrie? Werknemers doden er dieren aan de lopende band, en verwerken hen vervolgens tot een neutraal supermarktproduct. Hoe zet die machinale manier van werken ons aan tot een diervriendelijk verwerkingsbeleid, waarbij we gevoelens en identiteit van dieren (h)erkennen?

Lees opnieuw: ‘diervriendelijk verwerkingsbeleid'; en ga op zoek naar de tegenstelling. Spreekt er iemand ooit over een ‘klimaatvriendelijke vliegreis’ of een ‘mensvriendelijke beul’? Misschien kan het wel, maar evident is het allesbehalve, zeker niet in een industriële setting.

Nu er steeds vaker beelden opduiken uit onze fok- en slachtbedrijven, wordt duidelijk wat onze vleesconsumptie concreet betekent voor ontelbare dieren. Dat is geen goed nieuws voor de grootschalige vleesindustrie. Nog in haar doctoraatsonderzoek stelt Joy immers dat onzichtbaar dierenleed een van dé pijlers is van onze huidige vleesconsumptie. ‘Mochten alle slachthuizen glazen muren hebben, zou niemand nog vlees eten’, verwoordde dierenrechtenactiviste Linda McCartney het anders. Zullen we haar stelling onderwerpen aan een praktijktest?

Op 1 oktober 2017 is het opnieuw open bedrijvendag. Ik nodig alle industriële fokkerijen en slachthuizen uit om hun deuren te openen voor het grote publiek. Het is eens iets anders dan een kinderboerderij. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234