Vrijdag 24/01/2020

Oostenrijk

Verlies kan winst worden voor extreemrechts in Oostenrijk

Norbert Hofer verloor maandag uiterst nipt van zijn tegenstrever, Alexander Van der Bellen Beeld epa

Florian Bieber is professor Zuidoost-Europese Geschiedenis en Politiek aan de universiteit van Graz en gastdocent aan het Remarque Institute van New York University.

Vorige maandag kenden we de uitslag van een van de aandachtigst gevolgde verkiezingen van de afgelopen jaren: Alexander Van der Bellen, een voormalige leider van de Groenen, werd de nieuwe president van Oostenrijk, na een nek-aan-nekrace met Norbert Hofer, de kandidaat van de extreemrechtse Vrijheidspartij.

Veel scheelde het niet of Hofer was het eerste extreemrechtse staatshoofd in Europa geworden sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar voor de Vrijheidspartij was de nederlaag ook een beetje een overwinning. De partij haalde moeiteloos de tweede ronde van de verkiezing, met een flinke voorsprong op de centrumrechtse en centrumlinkse kandidaten, en het eindresultaat was een dubbeltje op zijn kant.

Zondagavond, voor de briefstemmen waren geteld, had Hofer nog een voorsprong. Toen hij maandagmiddag op Facebook zijn verlies erkende, schreef hij: 'Het werk voor deze campagne was geen verloren moeite maar een investering in de toekomst'.

Norbert Hofers bijna-overwinning is in feite slechts de laatste episode in de opkomst van xenofobisch rechts in Europa. Het is geen verrassing dat dit in Oostenrijk gebeurde. Na de Tweede Wereldoorlog deed het land zich voor als het eerste slachtoffer van Hitler, een handige mythe waarmee het zijn eigen centrale rol in het nazisme uit de weg kon gaan. Het debat over het oorlogsverleden werd gesmoord in een duf centrisme van 'grote coalities' waarin links en rechts min of meer harmonieus samen regeerden.

Pas in de jaren 1980 begon Oostenrijk zijn verleden onder ogen te zien, toen Kurt Waldheim kandidaat werd voor het presidentschap. Ondanks onthullingen dat hij in Griekenland als officier van de nazi-inlichtingendienst had gediend, won hij de verkiezing met een ruime voorsprong. Het werd het begin van een decennium van gewetensonderzoek voor het Oostenrijkse establishment.

Extreemrechts is sinds lang institutioneel thuis in de Oostenrijkse politiek. De Vrijheidspartij van Hofer werd in de jaren 1950 voor een stuk gesticht als onderdak voor gewezen nazi's. De partij speelde in op een oude en ouderwetse Oostenrijkse traditie: de nationalistische Burschenschaften, studentengenootschappen die een geïdealiseerde herinnering aan een zuiver Teutoons verleden verheerlijken, gekruid met antisemitisme en nazinostalgie.

Hofer heeft die genootschappen ijverig het hof gemaakt, onder meer door te verklaren dat de Duitstalige Italiaanse regio Zuid-Tirol de kans zou moeten krijgen om zich bij Oostenrijk aan te sluiten (een belangrijke nationalistische ambitie). Toen hij als ondervoorzitter van het nationale parlement werd ingehuldigd, droeg hij een korenbloem, een nazisymbool uit de jaren 1930.

Toch werd de Vrijheidspartij pas in de jaren 1990 een nationale macht, toen Jörg Haider de partij moderniseerde rond een populistisch, anti-immigratiebetoog, in een Oostenrijk dat uitgekeken was op het krachteloze centrisme van de coalitiepolitiek. In 1999 stapte de partij onder Haiders leiding in een regeringscoalitie met centrumrechts, waarna bleek dat ze haar bombastische beloften niet kon waarmaken. Haider kwam in 2008 in een auto-ongeval om het leven en liet extreemrechts stuurloos achter.

Misschien was het slechts een kwestie van tijd voor een nieuwe, meer gewiekste generatie van partijleiders, gecombineerd met een verzwakt politiek establishment en een toenemende xenofobie, weer een centrale rol zou spelen in de Oostenrijkse politiek. Maar Hofers succes is niet alleen relevant voor de politiek in Wenen maar ook voor de andere extreemrechtse partijen in Europa.

Want hoewel Oostenrijk in sommige opzichten op een unieke manier kwetsbaar is voor extreemrechts, past het niet echt in het model: de werkloosheid ligt op het gemiddelde van de EU en de politiek is consensusgericht, huiverig voor risico's en in de grond conservatief. Als de tegen het establishment en tegen de immigranten gerichte boodschap van Vrijheidspartij in Oostenrijk kan aanslaan, kan ze dat overal.

Hoewel Hofer en extreemrechts deze keer verloren hebben, zal hun sterke resultaat de meer gematigde partijen in de verleiding brengen om hun boodschap over te nemen. Ongeacht wie welke verkiezing wint, staan de Oostenrijkse en de Europese politiek op het punt om een onrustwekkende bocht naar rechts te maken.

En de Vrijheidspartij is niet uitgespeeld. In 2018 houdt Oostenrijk parlementsverkiezingen en zal Heinz-Christian Strache, de leider van de partij, op het kanselierschap mikken (een functie met veel meer macht dan die van de president). In afwachting geeft de nipte nederlaag van Hofer de Vrijheidspartij de kans om te klagen dat ze ondanks een grote populaire steun wordt uitgesloten van de macht, als slachtoffer van een vijandig systeem. Zoals Hofer zondagavond zelf zei: 'Ofwel ben ik morgen president, ofwel is Heinz-Christian Strache over twee jaar kanselier van Oostenrijk'.

Copyright The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234