Vrijdag 23/04/2021
null Beeld DM
Beeld DM

ColumnDe gebeten hond

Veel dichter bij een hippie­commune uit Woodstock zijn ze in de Kempen nooit geraakt

Mark Coenen gaat op wandel met de week.

Toen mijn vader in een rolstoel op zijn laatste benen liep, brachten we hem na ampel beraad naar een ­rusthuis, voor allen die daar wonen de aanleg­steiger waarop je aanschuift voor de laatste oversteek.

Iedereen weet het, niemand die het zegt.

Rusthuis is een rare naam voor een ­verblijf waarin de meeste bewoners al dertig jaar aan het rusten zijn, maar kom. Een gezellige en rommelige plek in de Antwerpse rand, gelegen in het groen, waar hij een kamer met uitzicht op de parking betrok.

Zo voelde hij zich ook: geparkeerd.

Het was geen rusthuis voor hem, het was een onrusthuis, waar hij zich niet thuis voelde, ondanks de goede zorgen van het overwerkte en meestal Nederlands­onkundige personeel, maar dat donderde niet want hij was toch ­ongeveer doof en met gebaren gaat ook.

Ik maakte kennis met zijn buren van wie mij, als misantroop in de wie­g ­gelegd, de levens­lust en vrolijkheid ­opvielen, die detoneerden met mijn verweesde verwekker.

Ik mocht van de krant een weekend­stuk maken over die mensen in hun laatste kamers en dwaalde, als ik op ­bezoek was en mijn vader sliep, door de gangen, op zoek naar gespreks­partners.

Hij sliep ongeveer altijd.

Op een van mijn tochten ontmoette ik een geest uit mijn jeugd: de oude maar nog krasse pater Versteylen, poort­wachter van de brouwerij in Viersel. Waar ik als verloren gelopen en met zichzelf geen blijf wetende puber menig weekend had doorgebracht.

Als ik eraan terugdenk is dat alleen met warmte. Veel dichter bij een hippie­commune uit Woodstock zijn ze in de Kempen nooit geraakt: een brouwerij waar drank verboden was, samen ­geleefd en gekookt en gerookt werd en de belangrijkste gesprekken in stilte ­verliepen.

Dat gebeurde in het Bakhuis – de ­hoofdletter mag blijven staan – waar men ­elkaar aan de haard in een ­indruk­wekkende gewijde stilte briefjes ­doorgaf.

Mediteren op kladblokjes, al schreef ik vooral liefdes­brieven aan aanminnige meisjes die van hun ouders ook naar Viersel mochten.

Daarna werd er gezoend in de tuin, want samen slapen mocht niet van de pater en zijn vrouw.

Tinder aan de haard, met teenagers op teen­sletsen.

Ik denk ook dat ik mijn afkeer van ­tuinieren heb opgedaan door het ­dagelijkse werken in die grote tuin, maar dit terzijde.

Het warrige pad van de pater later heb ik maar van ver en ten dele gevolgd, niet altijd, maar soms toch echt grote ogen trekkend.

In mijn herinnering was hij de Vlaamse versie van Franciscus van Assisi, geen rattenvanger van Hamelen: nooit ­gedacht dat hij wel eens andere ­bedoelingen kon hebben.

Ik wilde hem graag wat vragen stellen, ook daarover, maar hij reageerde schuw en schichtig: hij had spreek­verbod gekregen van zijn oversten. Ook een foto kon niet.

Hij beloofde een bezoekje te brengen aan mijn vader.

Of dat gebeurd is weet ik niet, maar ik hoop het wel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234