Maandag 21/10/2019
De Moving Ceiling van Pol Bury in het metrostation Beurs. Beeld Tim Dirven

Column

Vanaf dag één vond ik het eigenlijk maar een beetje een tamme ijzerwinkel

Marc Didden is columnist en filmmaker. Onder de noemer R-E-S-P-E-C-T schrijft hij wekelijks over wie en wat hem heeft ontroerd.

Een goed halfjaar geleden schreef ik ongeveer op deze plek hoezeer mijn hart bloedde bij de aanblik van de binnenkant van het Brusselse premetrostation Beurs.

Een slechte journalist reageerde toen dat ik een stuk sjaggerijn was en insinueerde dat wanneer je voortdurend op zoek gaat naar lelijkheid, je die natuurlijk en uiteindelijk ook wel altijd vindt.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

Nu, ik had me nog ingehouden. Omdat ik het wat gezellig wilde houden, ook al omdat ik nog altijd wel van mijn hometown houd. En ik ben sindsdien nog terug geweest op de plaats delict om er eenvoudige besognes te verrichten, zoals bijvoorbeeld de premetro nemen. De plek is nog altijd niet te verwarren met de Spiegelzaal in het kasteel van Versailles, maar dankzij de inspanningen van de bevoegde instanties voelt het daar vandaag de dag toch al iets rianter aan dan in de binnenkant van een toiletpot.

Merci daarvoor.

Toen ik in 1976 voor de eerste keer in datzelfde ondergrondse station kwam, klonken buiten de eerste punkgeluiden en was mijn film van het jaar, net als ieder ander jaar sindsdien, Taxi Driver van Martin Scorsese. In metro Beurs/Bourse rook het naar rubber, vanwege de elegante Pirelli-vloerbekleding die daar door de verantwoordelijken van de Maatschappij voor Inter­communaal Verkeer van Brussel was aangebracht, en wie zijn ogen niet in zijn zakken had zitten, kon er ook nog kunst bekijken.

Nos vieux Trams Bruxellois, het met veel olieverf en nog veel meer nostalgie geschilderde gigantische doek van Paul Delvaux, hangt er boven de sporen. En boven de lokettenzaal – er zijn geen loketten meer, nu – valt het uitgebreide kunstwerk Moving Ceiling te bewonderen, dat goed benoemd werd omdat het in wezen niets anders is dan een bewegend plafond. Ik ben er nooit verliefd op geweest, op die 75 traag bewegende cilinders van roestvrij staal. Vanaf dag één vond ik het eigenlijk maar een beetje een tamme ijzerwinkel. Een vondst. Een spel met vormen. Maar niets dat me iets vertelt over love and death and the whole damn thing, het minste wat we toch van een beetje kunstenaar zouden mogen verwachten.

Ik heb altijd wel de naam van de kunstenaar onthouden, omdat ik nu eenmaal gezegend ben met een belachelijk goed geheugen. Hij heette Pol Bury en zo heet hij nog altijd, ook al is hij al meer dan tien jaar geleden overleden.

Omdat ik me behoorlijk verveelde, heb ik afgelopen zaterdag in mijn dooie eentje de Kunstberg beklommen en heb ik daar ter hoogte van Bozar een stijlvol broodje gegeten in Café Victor, met daarbij een glas lenterig aandoende en niet al té roze rosé. Op een monitor in het café zag ik de naam van Pol Bury staan, en daarbij wat vertrouwd aandoende ijzeren bollen. Omdat mijn verveling intussen omgeslagen was in een matig soort joie de vivre, besloot ik mij toegang te verschaffen tot de retrospectieve tentoonstelling Tijd in beweging, die op dit ogenblik in het Brusselse kunstpaleis gewijd wordt aan het werk van de Waalse artiest in kwestie.

Ik betrad er een wereld die niet de mijne is. Ik kom uit de narratieve sector en bovendien lach ik al eens graag, dus in de buurt van de abstracten laat mijn verbeelding mij, meer dan goed is, al eens in de steek. Strepen en bollen. Eenkleu­righeid. Kegels en kastjes. Ze tasten me zelden daar waar ik dat zou willen.

Maar terwijl ik door de zalen kuier op weg naar de monumentale fontein die het sluitstuk vormt van deze show, kom ik tekeningen en schilderijen en diverse plans mobiles tegen die me wel vervullen met respect voor het parcours dat deze landgenoot aflegde tijdens een groot deel van de vorige eeuw. Ik herinnerde me ook de woorden van een oude bezoekster van het Film­museum, die op mijn vraag waarom ze daar toch iedere avond zat, antwoordde dat werkelijk alles haar interesseerde, “als het maar beweegt”.

Geen slecht argument, toch?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234