Woensdag 26/06/2019

Column

Van twee dingen begreep Herman de Coninck helemaal niets: rock-’n-roll en Brussel

Marc Didden is columnist en filmmaker. Onder de noemer R-E-S-P-E-C-T schrijft hij wekelijks over wie en wat hem heeft ontroerd.

Herman de Coninck. ‘Toen 20 jaar geleden zijn grote hart brak, was dat ook een soort ­contractbreuk tussen hem, de poëet, en ons, zijn lezers.’ Beeld rv

Ja, het is waar. De dichter is al twintig jaar dood. En ook waar: ik kan het nog altijd niet geloven. En ik keur het ook niet goed. Want toen zijn grote hart brak, was dat toch ook een soort ­contractbreuk tussen hem, de poëet, en ons, zijn lezers. We hadden tenslotte nog veel gedichten van hem tegoed. En dan nog het liefst in de definitieve versie die hij er vaak en op eenvoudig verzoek via zijn wonderbaarlijke warme stem van leverde.

Toen ik vorige week als decor bij het Canvas-programma Culture Club een meer dan levensgrote foto van Herman de Coninck zag verschijnen, schoot mijn gemoed helemaal vol. Omdat die eeuwige jongensogen van hem me nog altijd van mijn à propos brengen. Ik zie er liefde en milde spot in. Alsook humor en verstand. Allemaal kwaliteiten waarover niet alle grote schrijvers beschikken, geloof me vrij.

Marc Didden. Beeld Johan Jacobs

Ik heb zes jaar lang in die ogen van Herman mogen kijken toen ik tegenover hem zat aan die grote tafel in dat rovershol aan de Livornostraat, waar wij de seventies hard lachend en hard schrijvend beleefden en zo net genoeg geld verdienden om ons avondlijke drankverbruik te subsidiëren.

Het is de afgelopen dagen te weinig gezegd dat deze grote dode dichter ook een bijzonder belangrijk en getalenteerd journalist geweest is, vele jaren lang. Zowel bij het toenmalige als omroepblad vermomde paard van Troje dat Humo heette, daarna bij het literair-historisch steeds belangrijker wordende NWT.

En ook bij de cultuurpagina’s van deze eigenste krant speelde hij voortdurend op Champions League-niveau.

Ik las Herman de Conincks journalistieke werk erg graag, maar nog liever zag ik hem eraan werken. De tong wat uit de mond, een potlood achter het oor, een steeds zeldzamer wordende haarlok nog even voor zijn oog en dan maar rammen op zijn oude Olympia Monica. In een waar moordtempo joeg hij er op die schrijfmachine honderden van die sneeuwwitte A4’tjes door.

En mooi hoe hij onderwijl nog een klets koffie achteroversloeg, een sigaret van een vuurtje voorzag, een telefoon beantwoordde met de hoorn tussen zijn nek en wang geklemd en vervolgens de flauwste mop ter wereld vertelde die hij de nacht ervoor aan de toog van een Leuvens café gehoord had.

Iemand vroeg me laatst wat ik Hermans beste bundel vond. Ik antwoordde, zonder aarzeling of ironie: “Woe is woe in de nedderlens.” Omdat ik écht denk dat die compilatie van interviews, begin jaren 70 afgenomen door Her­man en zijn collega Piet Piryns, tot het summum hoort van wat het onderschatte genre­ der professionele vragenstellerij kan betekenen, omdat die ge­sprekken nog steeds zeer leesbaar en leerzaam zijn, en niks minder dan de basis vormden voor een nieuw soort journalistiek, hier. Woe is woe was en is de enige matrix voor wie een mo­dern persgesprek wilde leren voeren.

Van twee dingen begreep Herman de Coninck echter helemaal niets: rock-’n- roll en Brussel, toevallig twee vakgebieden die mij nogal nauw aan het hart lagen, maar ik maalde daar niet om en ik gunde mijn vrienden hun afwijkingen wel. Toen hij ooit eens bij mij thuis logeerde, vroeg hij mij vlak voor de soep om een snelcursus rock.

Ik leverde die en merkte later dat er alleen een flard Joni Mitchell van was blijven hangen en een schrale snuif ­Co­hen. Niet slecht voor iemand die er niets van kent, toch? En Brussel? Daar ben ik niet eens aan begonnen.

Hij werkte al tien jaar in die stad toen hij me op tram 94 na het werk eens vroeg waarom er aan “dat gebouw daar” altijd zoveel mensen stonden. Hij wees naar het Museum voor Schone Kunsten, in de Regentschapsstraat.

Ik had de namen van Bruegel en ­Ru­bens al in de mond, maar ik zei toen, meewarig bijna: “Ik weet het niet, Herman!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden