Dinsdag 22/10/2019
Paul De Grauwe. Beeld rv

Column Paul De Grauwe

Van communisme naar kapitalisme, maar het totalitaire regime is gebleven

Paul De Grauwe is professor aan de London School of Economics. Zijn column verschijnt wekelijks.

De Chinese Volksrepubliek viert vandaag zijn zeventigjarig bestaan. Op 1 oktober 1949 stichtte Mao Zedong een Communistische republiek na jarenlang oorlogsgeweld tegen de Japanners en de Chinese nationalisten. Het begin van het rode paradijs zoals vele Chinezen toen hoopten. Het werd allesbehalve een paradijs onder Mao.

Terreur was een van de kenmerken van het nieuwe regime. Van bij de start werden tegenstanders, en dat waren er enkele miljoenen, uitgeschakeld. Het ergste moest nog komen. Op het einde van de jaren vijftig zette Mao zijn collectivistische ideeën door in de landbouw. De Grote Sprong Voorwaarts heette het. Het werd een enorme sprong naar achteren. De landbouwproductie kwam in een in vrije val terecht, en tientallen miljoenen mensen kwamen om van honger, ziekte en ontbering. In de jaren zestig werd onder het mom van de Culturele Revolutie de terreur aangescherpt.

Toen Mao in 1976 stierf liet hij een land achter dat armer was geworden dan toen hij aan de macht kwam. Zeventwintig jaar communisme onder Mao had er inderdaad voor gezorgd dat de levensstandaard van de gemiddelde Chinees onder het niveau van 1949 was gezakt.

Dat veranderde toen Deng Xiaoping in 1978 de touwtjes in handen nam. Hij besliste om het marktsysteem in China in te voeren, eerst in de landbouw, en later in de industrie. De resultaten waren spectaculair. China begon aan een economische inhaalbeweging die in de geschiedenis geen voorgaande kent. Dertig jaar lang jaarlijkse groeicijfers van 10 procent of meer hebben ervoor gezorgd dat China vandaag de grootste economie heeft, groter dan die van de VS (tenminste als we de ‘koopkrachtpariteitswisselkoers’ gebruiken om de Chinese productie van goederen en diensten te vergelijken met de Amerikaanse).

Paradox

Het spectaculairste resultaat van dit Chinese kapitalisme is wel het feit dat het erin geslaagd is om extreme armoede te doen verdwijnen. Volgens de Wereldbank leefde 88 procent van de Chinese bevolking in extreme armoede in 1981. In 2015 was dit percentage teruggevallen tot 0,7 procent. De Wereldbank definieert extreme armoede als een inkomen van 1,9 dollar (prijzen van 2011) per dag. Met andere woorden van 1981 tot 2015 werden meer dan 850 miljoen Chinezen uit extreme armoede gelicht. Het paradoxale is wel dat dit werd gerealiseerd nadat het communisme werd afgezworen. Tijdens het communistische regime steeg de armoede.

China organiseerde dus een soort natuurlijk experiment: onderwerp een land aan communisme en je krijgt meer armoede; schakel over naar een marksysteem en de armoede daalt spectaculair. Het verhaal over de ongelijkheid klinkt natuurlijk anders. De inkomensongelijkheid is sterk toegenomen sinds China overschakelde naar het kapitalisme. We kunnen het dus zo stellen: in een communistisch regime is iedereen (behalve een hele kleine elite) straatarm, en heerst er grote gelijkheid in de armoede. In het kapitalisme stijgt de ongelijkheid maar zijn er nog maar weinig extreem arme mensen (zoals de Wereldbank die definieert).

Na ongeveer 40 jaar kapitalisme in China rijst de vraag hoe het verder zal evolueren. Voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat. Ik zal mij dus niet wagen aan voorspellingen. Wel enkele beschouwingen over grotere tendensen.

Om te beginnen is een groeivertraging van de Chinese economie onvermijdelijk. Die is nu al een aantal jaren aan de gang. De Chinese economie groeit nu in een ritme van 6 à 7 procent per jaar. Maar die groei is op termijn ook niet houdbaar. Een terugval naar percentages onder 5 procent is onvermijdelijk. Dat is ook het geval geweest met andere groeilanden zoals Japan en Korea. China zal hierop geen uitzondering maken.

Turbulentie

Dat leidt tot een andere vraag. Zal het Chinese economische model standhouden wanneer de economische groei is teruggevallen tot 2 à 3 procent per jaar? Het Chinese model combineert economisch liberalisme (een marktsysteem) met een politiek autoritair regime. In een omgeving van sterke economische groei bleek dit model goed te werken. Jaar in jaar uit ging het inkomen van de Chinezen met 10 procent naar omhoog. Leuk was dat. De mensen waren tevreden ook over hun politici die dat allemaal hebben mogelijk gemaakt. Het feit dat die politici zich niets aantrokken van democratische beslissingsregels had dan geen of weinig negatief effect op de manier waarop de mensen die politici beoordeelden.

Maar dat zal veranderen op het ogenblik dat de economie minder groeit. Dan zullen de Chinezen die hun inkomen minder snel zien stijgen zich vragen beginnen stellen over hun politici en hoe die beslissingen nemen. Dan zullen ze ook minder tolerant worden t.a.v. de grote ongelijkheden, de corruptie, de milieuproblemen. Dat worden tijden van politieke turbulentie. Hoe dat zal aflopen weet geen mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234