Zaterdag 07/12/2019

van Bastelaere

Van Bastelaeres interview leest als een catalogus van clichés uit het N-VA-discours

Beeld BELGA

Erik Spinoy is een Vlaams dichter, essayist en hoogleraar

De Castor en Pollux van de Vlaamse postmoderne poëzie, zo werden Dirk van Bastelaere en ondergetekende ooit genoemd. De suggestie was dat wij, behalve in onze uiterlijke verschijning, zowat in alles onderling verwisselbaar waren. Dat is natuurlijk nooit echt zo geweest, maar er waren wel degelijk gedeelde interesses en voorkeuren.

De voorbije jaren was me al duidelijk geworden dat daar steeds minder sprake van kon zijn. Mocht daar nog twijfel over hebben bestaan, dan nam het in DM van dit weekend verschenen interview met de pas tot fractiewoordvoerder van de N-VA gebombardeerde dichter die helemaal weg. Het was wel even opkijken bij het parmantigs dat mijn ex-weggenoot daar wist te debiteren. Wat precies? Ik weet eerlijk gezegd niet waar te beginnen. Misschien toch maar hier : 'In mijn werk loopt er een duidelijke lijn tussen mijn oeuvre als kunstenaar, en mijn werk daarnaast. Ik zou mijn literatuur nooit voor een politieke kar willen spannen. Poëzie laat zich niet opsluiten in een finale betekenis.'

Bizar toch: de (ooit?) door Van Bastelaere met vuur verdedigde 'postmoderne' deconstructie stelt juist dat die 'duidelijke lijn' tussen het literaire en niet-literaire zelf een ideologische constructie is en dus kritisch bevraagd moet worden. En algemeen gesproken: is het denkbaar om een 'oeuvre als kunstenaar' los te zien van je optreden 'daarnaast': je identificaties, je fantasieën over mens en samenleving? Ik geloof van niet. In het spreken en handelen van een kunstenaar zitten tegenstrijdigheden en soms spectaculaire ontwikkelingen - maar er is altijd ook een 'harde kern' in aanwezig, die in alles tot uitdrukking komt: in het 'oeuvre', maar ook daarbuiten.

Schizofrenie

Dat geldt ook voor Van Bastelaere. Een opmerkelijke constante in zijn spreken en handelen is zijn neiging om zich restloos met ideeën en overtuigingen te identificeren en wie het niet met de door hem vertolkte waarheidspositie eens is berispend toe te spreken. Dat is hier niet anders: het interview leest als een catalogus van als onweerlegbare feiten gedebiteerde clichés uit het N-VA-discours: 'België is ziek', 'België is een hinderpaal voor de Vlaamse culturele ontvoogding', 'Vlaamse solidariteit is veel efficiënter', we moeten naar een 'lichte overheid', etcetera.

'Naast' deze stellig uitgedragen ideologische positie is er volgens Van Bastelaere dus zijn poëzie, die zich niet laat 'opsluiten in een finale betekenis'. Dat is van een moeilijk te bevatten schizofrenie: waarom zou er in de poëzie géén Laatste Woord zijn dat alle betekenis voorgoed vastlegt, en daarbuiten wel? Waarom zou je als schrijver het inzicht dat de betekenismachine taal en de werkelijkheid op gespannen voet staan, niet meenemen naar je spreken en handelen daarbuiten, bijvoorbeeld door ideologische zekerheden met grote omzichtigheid en terughoudendheid te benaderen?

'Poëzie laat zich niet opsluiten in een finale betekenis' - ten minste daarover zijn Van Bastelaere en ik het eens. Poëzie is de kunst van de Versagung: het falen, het weigeren, het niet blind kunnen herhalen van wat je wordt voorgezegd, van de platitudes die in de publieke ruimte circuleren. Aldus bezien is poëzie emancipatorisch bij uitstek: ze weigert het Vormundschaft (Kant), het voogdijschap, het woord dat door anderen wordt gevoerd. Hoe Van Bastelaere die weigering kan praktiseren als dichter zonder er in zijn 'werk daarnaast' enige consequentie aan te verbinden: het is me een raadsel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234