Donderdag 09/12/2021

OpinieArnon Grunberg

Universele broederschap is een prachtig idee, maar in werkelijkheid blijkt het te veel gevraagd

Migranten op zee. De pushbacks door Frontex aan de Grieks-Turkse grens hebben vrijwel nergens tot een waarlijk schandaal geleid, stelt Grunberg vast.  Beeld AP
Migranten op zee. De pushbacks door Frontex aan de Grieks-Turkse grens hebben vrijwel nergens tot een waarlijk schandaal geleid, stelt Grunberg vast.Beeld AP

Arnon Grunberg is schrijver. Deze bijdrage verscheen eerst in de Volkskrant.

Universele broederschap is een prachtig idee, maar in werkelijkheid blijkt het te veel gevraagd. Kijk maar naar Europa.

“Ik ben een sterfelijke wegwerpmachine, die het voertuig vormt voor mijn heren en meesters: het genoom dat mij stuurt, zoals de neo­darwinist Dawkins duidelijk maakt”, schrijft de filosoof Th.C.W. Oudemans in zijn dit jaar verschenen boek Europa, Europa, dat tot nu vrijwel nergens besproken is. Misschien omdat Oudemans, die jarenlang filosofie doceerde aan de Universiteit van Leiden, in dat boek schrijft dat hij “van nature een racist” is, omdat hij het eigene bevoordeelt ten opzichte van het vreemde, “of ik kan niet geëvolueerd zijn”.

In hoeverre het eigene bevoordelen ten opzichte van het vreemde racisme moet worden genoemd is onduidelijk, zeker is dat Oudemans zich weinig aantrekt van het gangbare discours.

Schrijver Arnon Grunberg. Beeld Hilde Harshagen
Schrijver Arnon Grunberg.Beeld Hilde Harshagen

Niet alles wat hij beweert lijkt mij even plausibel, maar de kernvragen in dit boek zijn belangrijk, en het zijn vragen die me al langere tijd bezighouden: wat is Europa? Is Europa slechts een plek, een continent, of is Europa een idee? Zo ja, wat voor idee? Oftewel: kan Europa worden gescheiden van het universele humanisme? Dat laatste is uiteraard een pleonasme, maar in praktijk duikt er voortdurend nationaal humanisme op, en mocht dat wat onprettig klinken, dan kunnen we het ook regionaal humanisme noemen.

Vrome gebeden

Universele broederschap is ongetwijfeld een prachtig idee, in werkelijkheid blijkt het voortdurend te veel gevraagd. Dat mag blijken uit het feit dat de pushbacks door de Europese grenswacht Frontex aan de Grieks-Turkse grens goed gedocumenteerd zijn, maar vrijwel nergens tot een waarlijk schandaal hebben geleid of een politieke aangelegenheid zijn geworden. Ergens in de periferie van de EU blijken de humanistische idealen vrome gebeden te zijn die door geen enkele god – lees: instanties, politici, kiezers – worden verhoord. In de periferie van het Europese imperium is het humanisme het zoveelste onverhoorde gebed.

Voor zover ik Europeaan ben, ben ik dat geworden dankzij mijn verblijf in New York. Niet alleen omdat allerlei geografische details voor menige Amerikaan gemoedelijk genegeerd kunnen worden, maar vooral door te beseffen wat ik niet of niet werkelijk ben: een Amerikaan. Wat mij bevalt aan Amerika is dat het een poging is Europa elders voort te zetten; dat daaruit iets is voortgekomen dat net geen Europeaan meer is, hooguit een gemuteerde Europeaan, moge duidelijk zijn.

Oudemans noemt “het buitensporige, het excentrische” typisch Europees. Voor zover Europa een idee is, bestaat dat, aldus Oudemans, uit “de opkomst van eenlingen, telkens opnieuw, die zich zodanig buiten de bestaande orde hebben geplaatst, dat zij die orde niet zozeer bekritiseren en evenmin als heremieten naast zich neerleggen – zij zijn degenen die de grondslagen ervan onder ogen krijgen en in twijfel trekken”. Dan noemt hij Herodotus, Descartes, Spinoza, Copernicus, Kant, Leibniz, Nietzsche, Darwin.

Nu terug naar die humanistische idealen, die voortkomen uit het christendom, het humanisme is feitelijk een getemd christendom zonder God. Zowel christendom als humanisme heeft mondiale ambities, alle mensen zijn gelijk, uiteindelijk is Jezus voor werkelijk iedereen gestorven, vandaar dat hun missionarissen zich hebben verspreid over de hele wereld, zij het dat ze niet overal even succesvol zijn. Dit is een belangrijk verschil met het jodendom, dat niet de ambitie heeft andere volkeren te bekeren en dit is ook de reden dat het christendom, voortgekomen uit het jodendom, de besnijdenis en de spijswetten afschafte.

Het christendom heeft zich genesteld in Europa en vandaar uit geprobeerd de wereld te veroveren. Het humanisme (vrijheid, gelijkheid, broederschap) deed enkele eeuwen later hetzelfde. Dat het christendom aanvankelijk een bloedige aangelegenheid was (kruistochten, inquisitie) is bekend en de verspreiding van het humanisme (kolonialisme) was zo mogelijk nog bloederiger en akeliger.

De centrale these van Oudemans over het humanisme luidt dat het humanisme dat veinst geen vijanden te kennen omdat menselijke waardigheid bovenaan staat, wel degelijk vijanden kent: zij die de geloofsartikelen van dat humanisme niet onderschrijven, zij die menen dat de waardigheid van de mensen niet bovenaan staat en dat niet alle mensen gelijk zijn.

Het imperialistische karakter van het humanisme vloeit voort uit deze idealen. Je kunt moeilijk zeggen: mensenrechten zijn een lokale aangelegenheid, prima dat pakweg in Saudi-Arabië de mensenrechten een radicaal andere invulling krijgen.

Interne tegenstrijdigheid

Nu zou je kunnen stellen dat het humanisme slechts het lekkere deegkorstje is van het kolonialisme en omdat de inhoud niet deugt concluderen we: weg ermee. Maar ook hedendaagse antikolonialisten beroepen zich op bij uitstek humanistische waarden. In die interne tegenstrijdigheid echter is Oudemans niet geïnteresseerd, hem gaat het om de interne tegenstrijdigheid in het humanisme zelf. Op het moment dat het christendom zag wat het was, een vechtlustige, mensen verachtende onderneming, ging het aan vertwijfeling en zelfbeschuldiging ten onder.

En zeker na WO II is het humanisme een imperialistische onderneming geworden die uitblinkt in zelfbeschuldigingen. Wat het werkelijk te bieden heeft, is die zelfbeschuldiging. Oudemans citeert Susan Sontag: “The white race is the cancer of human history.”

Deze zelfbeschuldiging, voor zover Sontag het zo bedoelde, legt meteen de dubbelzinnige aard van dergelijke beschuldigingen bloot. Men beschuldigt de eigen groep met de bedoeling duidelijk te maken dat men aan het misdadige karakter ervan nipt ontkomen is. En juist omdat die zelfbeschuldiging zelden werkelijk consequenties heeft, is het ook een subtiele manier om superioriteit te doen gelden.

Voor zover humanisme een typisch Europese vorm van zelfhaat is geworden, denk ik niet dat het humanisme aan die zelfhaat ten onder gaat. Dat kan nog decennia zo verder gaan, zo niet langer. De erfzonde heeft het ook eeuwen volgehouden.

Wezenlijk is wat Oudemans beweert over het universele ideaal van het humanisme dat geen werkelijk onderscheid kan maken tussen het vreemde en het eigene, en daardoor gevaar loopt onder de voet te worden gelopen door lieden die gebruikmaken van de rechten van het humanisme, maar er zelf verder weinig heil in zien. Oudemans ziet een parallel met de ondergang van het Romeinse Rijk, waarin hij iets tamelijk ironisch waarneemt. Tussen keizer Augustus en de ondergang van het keizerrijk werden de Romeinen steeds minder barbaars. Daarmee wordt gesuggereerd dat men barbaars moet zijn om te overleven, wat vrijwel niemand een prettig advies vindt, en Oudemans zelf vermoedelijk evenmin. Maar het is waar dat de begrijpelijke afkeer om eigen en andermans bloed te vergieten buitensporig veel macht geeft aan eenieder die nog wel bereid is bloed te laten vloeien.

Milde spiritualiteit

Anders dan Oudemans beschouw ik de islam niet als vijand van dit typisch Europese humanisme. De twee andere monotheïstische religies (islam en jodendom) zullen, kleine groeperingen daargelaten, de weg van het christendom opgaan en verworden tot iets wat nauwelijks verschilt van veganisme, yoga en humanisme. Zodra het gedaan is met het besnijden van jongetjes, en dat is denk ik een kwestie van tijd, weten we dat alle monotheïstische religies getransformeerd zijn tot een vorm van milde spiritualiteit. Waarbij de zwakte van het humanisme ligt in het feit dat het anders dan andersoortige religies nauwelijks rituelen kent.

Natuurlijk heeft het humanisme vijanden, ook in Europa, denk aan het Hongarije van Orbán of de extreemrechtse partijen in West-Europa. Zij verdedigen het eigene, maar zij hebben geen idee meer wat dat is, wat zij verdedigen is folklore, en voor folklore wil niemand sterven.

Oudemans eindigt zijn boek met het inzicht dat culturen kunnen verdwijnen, maar dat hun sporen voortleven lang nadat de eigenlijke cultuur is uitgestorven, zoals bijvoorbeeld de oud-Griekse cultuur. Zo is iedereen in Europa beïnvloed door Plato, zelfs zij die geen idee hebben wie Plato is.

Europa als idee, en dat beseft Oudemans heel goed, hoeft niet samen te vallen met Europa het continent. Het kan worden voortgezet in een boerderij in Texas, een flatje in Singapore, een huisje aan zee in Uruguay. Europa als ijdele hoop. Als sterfelijke wegwerpmachine staat Oudemans zich begrijpelijkerwijs weinig verdriet toe over de voor hem vrijwel zekere verdwijning van Europa.

De ondergangsfantasieën uit de vorige eeuw zijn niet voor herhaling vatbaar. Toch kunnen we nuchter vaststellen dat alles wat bestaat, mensen en culturen, gedoemd is te verdwijnen. Maar de chroniqueurs van de ondergang, geschiedschrijvers, romanschrijvers, dichters, de producten van deze chroniqueurs behoren tot het beste wat de mensheid heeft voortgebracht. Wie dat allemaal ooit gaat lezen is een ijdele vraag waar men zich als sterfelijke wegwerpmachine niet al te druk om moet maken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234