Dinsdag 21/05/2019

Opinie Jogchum Vrielink

Uitspraak over kopstuk partij Islam doet grote ogen trekken

Redouane Ahrouch, oprichter van de controversiële partij Islam, wil geen vrouwen aankijken. Beeld isopix

Jogchum Vrielink is professor discriminatierecht aan de Université Saint-Louis – Bruxelles.

Kopstuk partij Islam veroordeeld, omdat hij weigert een vrouw aan te kijken’, zo kopten onze kranten vorige week. In april 2018 was Redouane Ahrouch, oprichter van de controversiële partij Islam, uitgenodigd in het RTL-TVI programma C’est pas tous les jours dimanche.

Daarbij wilde Ahrouch zich niet laten schminken door een vrouw, gaf hij aan dat hij de houding van een Joodse rabbi – die vrouwen de hand niet schudt – begreep en goedkeurde en verder weigerde hij journaliste Emmanuelle Praet aan te kijken.

Praet en het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen dagvaardden Ahrouch vervolgens.

De Brusselse rechtbank veroordeelde Ahrouch voor discriminatie op grond van geslacht. De rechtbank vond het problematisch dat Ahrouch begreep en goedkeurde dat voormalig CD&V-kandidaat Aron Berger om religieuze redenen weigert vrouwen de hand te schudden. Ook dat Ahrouch daarbij sprak over een door de Koran opgelegde ‘hiërarchie in contact’ vond de rechter laakbaar.

Verder tilde het vonnis er zwaar aan dat Ahrouch door zijn gedrag en lichaamstaal aan de kijkers duidelijk maakte dat hij de tussenkomst en vragen van de vrouwelijke journaliste afwees “door te weigeren haar in het debat te laten tussenkomen en door haar niet aan te kijken”.

‘Klanten’ kunnen niet discrimineren

Opmerkelijk is dat de rechtbank feiten vaststelt die ik zelf – bij het herbekijken van de uitzending – niet zag. Zo antwoordde Ahrouch wel degelijk op bepaalde vragen van Praet. Ook gaf Ahrouch net expliciet aan dat hij niet zo ver wilde gaan om de (problematisch geachte) term ‘hiërarchie in contact’ te gebruiken.

Inhoudelijk past de rechtbank het strafrechtelijke discriminatieverbod bij ‘de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten’ toe. Essentieel zijn daarin de termen ‘toegang tot’ en ‘aanbod’: de bepaling verbiedt alleen degene die goederen of diensten aanbiedt om te discrimineren. ‘Klanten’ of ‘gebruikers’ van een dienst – zoals hier Ahrouch – vallen níet onder het verbod.

Dat was een bewuste keuze van de wetgever, die het Grondwettelijk Hof bovendien heeft aanvaard, omdat de aanbieder (hier: het medium, RTL-TVI) een machtspositie heeft die de klant of gebruiker niet heeft.

Kortom: Ahrouch kón onmogelijk discrimineren in de zin van de wet. Deelnemen aan een debat is niet het aanbieden van goederen of diensten.

En voordat iemand dat zou willen veranderen: bedenk je dat je dan voortaan verantwoording kan moeten afleggen voor het feit dat je bij een vrouwelijke bakker winkelde, terwijl je haar mannelijke concurrent voorbij wandelde.

Seksismewet

Overigens, wie het debat op RTL herbekijkt, ziet dat de onbeleefdheid van beide kanten komt: Ahrouch mag zelden uitspreken en krijgt te horen dat hij een ‘crimineel’ is omwille van wat hij denkt. Moet hij dan ook kunnen dagvaarden wegens ‘discriminatie’ op grond van religie? Kom nou.

Juridisch is het vonnis dus manifest onjuist. Maar wat als de seksismewet zou zijn toegepast, zoals de dagvaardende partijen mede vroegen?

Die wet verbiedt daden of uitingen die iemand minachten wegens zijn geslacht, of die personen om diezelfde reden “als minderwaardig beschouwen of reduceren tot diens geslachtelijke dimensie”. Verder is een “ernstige aantasting van de persoonlijke waardigheid” vereist.

Valt wat Ahrouch deed daar niet onder? Volgens sommigen allicht wel. Maar dat bevestigt vooral de vele waarschuwingen voor de gevaren van die wet, waaronder willekeur en verregaande vrijheidsbeknotting.

Het zou immers te gek voor woorden zijn als je veroordeeld kan worden als je iemand niet aankijkt tijdens een debat. Of nog: voor het feit dat je goedkeurt dat iemand een ander niet de hand schudt. Zelfs in nogal wat ondemocratische landen is de expressievrijheid ruimer dan dat.

Lovenswaardig

Maakt dat wat Ahrouch doet en zegt lovens- of nastrevenswaardig? Natuurlijk niet. Maar niet alles wat we – of minstens een meerderheid onder ons – onwenselijk vinden, kan of mag strafbaar zijn. Een dermate verregaande juridisering van de sociale verhoudingen is het laatste wat we nodig hebben. Om nog te zwijgen van de exponentiële uitbreiding van politie en justitie die een strafrechtelijke ‘oogcontactverplichting’ met zich mee zou brengen.

In de woorden van Mark Elchardus (DM, 11 mei): Ahrouchs “houding botst met onze normen en tradities, zeker, maar kunnen we niet meer vertrouwen stellen in de charme en de overtuigingskracht van onze tradities? Moeten we, om ze te verdedigen steeds naar wet en straf grijpen?” Op die vraag kan maar één antwoord zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.