Zaterdag 06/03/2021

ColumnJana Antonissen

Uiteindelijk zijn de meeste mensen niet zo geïnteresseerd in anderen

null Beeld DM/Bart Hebben
Beeld DM/Bart Hebben

Jana Antonissen is journalist. Haar column verschijnt wekelijks.

Na een jaar van wachten wilde ik mijn nieuwe levensjaar feestelijk verwelkomen. Als ik maar genereus genoeg vierde, zo redeneerde ik, zou alles goed komen. Aldus vulde ik mijn koelkast met champagne. Enkel ijsblokjes en gin voor de French 75 ontbraken nog.

In mijn jas van vossenbont en crèmekleurige pantalon van Yves Saint Laurent haastte ik me naar de supermarkt. Ik droeg hakken, omdat ik het vandaag oké vond om twee meter lang te zijn. Verder had ik ook uitbundig veel roze oogschaduw op. Je zou kunnen stellen dat ik overdressed was voor de Delhaize. Gelukkig wordt mijn buurt vooral bevolkt door Franse belastingontduikers.

Onderweg werd ik aangesproken door een oudere man die niet tot bovengenoemde groep gerekend kon worden. Hoewel het ijzelde, droeg hij enkel een afgewassen trainingspak en badslippers.

Of ik de politie kon bellen, vroeg hij uiterst kalm in het Duits, alsof dat een vanzelfsprekende voertaal was. Gelukkig is Duits na enkele jaren Berlijn kein Problem, dus ik vroeg hem welk noodgeval ik mocht doorgeven.

“Ik vind mijn voordeur niet meer”, antwoordde hij. Hij glimlachte verlegen en haalde zijn schouders op. “Het is te zeggen, de voordeur van mijn dochters. Ik ging even sigaretten kopen, maar nu herinner ik me hun adres niet meer.”

De sleutelbos die nutteloos rond zijn nek hing, rinkelde zachtjes terwijl hij in zijn broekzak tastte. Hij stak me zijn pakje Camel uitnodigend toe.

Ik viste er een sigaret uit, hoewel ik me had voorgenomen dat niet meer te doen. Tenslotte leek het erop dat we hier nog wel even zouden staan.

De man op slippers kwam uit Armenië, maar woonde al enige tijd in Stuttgart. Terwijl hij zijn verkleurde handen warm blies, benadrukte hij dat ik niet hoefde te wachten. Maar hem hier zonder jas, telefoon of kortetermijngeheugen achterlaten, leek me niet erg aardig.

Sie sind sehr schön”, zei hij, terwijl hij me opnam alsof hij me nu pas zag. Vervolgens zette hij zijn mondmasker weer op en aaide voorzichtig de rug van mijn bontjas.

Ik probeerde me in voorbijgangers te verplaatsen; dachten ze dat dit tochtige-straathoek-roken-in-de-regen deel uitmaakte van een familie-uitje? Of dachten ze misschien dat hij mij besteld had? Waarschijnlijk dachten ze helemaal niets. Uiteindelijk zijn de meeste mensen niet zo geïnteresseerd in anderen.

“In Duitsland zou het niet waar zijn”, verzuchtte mijn compagnon toen de politie een uur later nog steeds niet gearriveerd was.

Ik dacht aan die keer toen op klaarlichte dag een Berlijnse drugsbaron in het bijzijn van zijn ijsjes likkende kinderen werd afgeknald. De Polizei zette toen zo snel de hele wijk af dat ik me afvroeg of ze in de bosjes hadden liggen wachten.

Even overwoog ik deze anekdote te delen, tot ik de man hoorde zeggen dat hij een psychose had. Of was het een neurose? Ik verstond hem niet zo goed.

Daarom glimlachte ik maar, in een poging geruststellend over te komen.

Aan het eind van de straat tufte een combi achteloos voorbij. Ik spurtte er achteraan. Klodders nat straatvuil nestelden zich op mijn bleke broekspijpen. Mijn hak bleef tussen de kasseien steken.

Voor de derde maal belde ik het noodnummer. “De agenten zijn onderweg”, herhaalde de vrouw aan de andere kant van de lijn, nu onverholen geïrriteerd.

“U moet gewoon wachten.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234