Zaterdag 14/12/2019
Het station als droomfabriek: op het perron van Brussel-Zuid, klaar om de hoofdstad te ontvluchten. Beeld © Tim Dirven

Marc Didden

U zet al enige tijd een franke bek op, mijnheer Bourgeois

Marc Didden is columnist bij De Morgen.

Het zomert in Brussel. Of toch zo goed als. Terwijl ik dit schrijf, loopt ook hier de Guldensporenviering op haar laatste benen. Niet dat ik er rouwig om ben.

Wat moet je trouwens met gulden sporen, als je geen paard hebt?

Ook dit jaar heb ik alweer geen uitnodiging gekregen voor de viering van mijn volk, ten stadhuize. Daar nodigen politici alleen andere politici voor uit, geen arbeiders van de geest, zoals u en ik. "Soort zoekt soort", zei mijn vader dan. En blij dat ik er niet bij was, natuurlijk. Stel je maar eens voor dat je tijdens zo'n 11 julireceptie naar het toilet moet en daar plotsklaps naast Geert Bourgeois komt te staan.

Wat vertel je dan tegen zo'n man?

Iets in de aard van wat mijn vriend Roland Van Campenhout al eens zegt wanneer wij ons, door hoge watersnood gedreven, samen in een pissijn bevinden? Iets als "Loat 'm niet vallen, peike, want d'er zit al een gat in!"

Of nee, weet u wat ik zou vragen aan de heer Bourgeois? Ik zou vragen: "Wilt u alstublieft niet meer in mijn plaats spreken wanneer u het nog eens over Vlamingen hebt die op stakingen spuwen? Wilt u in het vervolg de moed opbrengen om te zeggen dat uzelf, of uw partij, misschien op stakingen spuwt, maar niet noodzakelijk we, the people?"

Marc Didden Beeld Johan Jacobs

Triest feest

U zet trouwens al enige tijd een franke bek op, mijnheer de minister-president. Want toen uw minister Bart Tommelein het nog maar enkele dagen eerder op een persconferentie over het voordeel had dat de Vlamingen zouden kunnen halen uit een nieuw soort zonnepanelen, zei u halfluid monkelend: "Maar dus niet de Brusselaars!"

Wellicht was het als grap bedoeld - sedert het succes van Bevergem denken alle West-Vlamingen dat ze komieken zijn - maar Tommelein had het wel gehoord en kon er niet om lachen. En ik ook al niet.

Uw ongelukkige uitspraak kwam opvallend genoeg wel voor in het VRT-journaal van 19 uur, maar niet meer in dat van rond de klok van elf. Telefoontje naar de Reyerslaan?

U hebt weinig charisma, mijnheer de minister-president. Dat is zo en ook niet erg.

En dat u wat op een speculazen Sinterklaas lijkt, is ook niet erg. Nobody's perfect. Maar u zou ambtshalve toch iets zorgvuldiger moeten worden in uw taalgebruik en dus ook in de daarbij horende woordkeuze.

Toen ik bovendien uw parlementsvoorzitter op dat trieste feest in het Brussels stadhuis ei zo na hoorde pleiten voor een wenselijke aanhechting bij Nederland, dacht ik als vanzelf: aanstonds begint hij nog over onze natuurlijke banden met Zuid-Afrika! En toen werd ik un peu nerveux en ook niet goed.

En ik dacht ook: vervang dat 11 julifeest ten stadhuize vanaf 2017 maar door een bal masqué, Geertie boy! Dan kom ik misschien wél, verkleed als Vlaming.

Mensen kijken

Maar laten we vrolijk zijn en zover mogelijk van de voetgangerszone verwijderd nog eens een wandeling maken door de hoofdstad, die zich door een speling van het lot op het kruispunt bevindt van de heirwegen die van Londen naar Keulen leiden, en van Amsterdam naar Parijs. Veel kanten kun je niet uit in Brussel, net zo min als in de rest van de wereld.

Grosso modo komt het er toch steeds op neer dat je ofwel naar het westen of het oosten trekt, naar het noorden of naar het zuiden. Dan zeg ik vandaag maar: zuidwaarts. Nu al dat Engelse en Russische voetbalkrapuul van de Franse straten geveegd is, valt een daguitstap naar Parijs nog wel eens te overwegen. Vroeger was het altijd een bijzondere theatervoorstelling die me naar Parijs lokte, of een uitzonderlijke tentoonstelling in een of ander grand of petit palais, maar nu denk ik: die expo kan ook wel zonder mij. En dat petit of dat grand palais zal ook wel blijven staan zonder dat ik er mijn voeten in zet.

Op een bank zitten en naar de mensen kijken. Goed. In een luidruchtige bar, aan een zinken toog staand een pikzwarte koffie drinken. Ook goed. Of in de tuinen van de Tuileries vanop een bankje een klas kinderen gadeslaan die gierend van het lachen naar poppenkast kijken. Zulke dingen maken mij blij.

Maar het hoeft niet altijd Parijs te zijn, nee.

De dingen die ik net opnoemde kan een mens ook in Berlijn doen, natuurlijk.

Geen Thalys, in dat geval, maar vanuit Brussel-Zuid - een droomfabriek die je op bijna elk uur van de dag naar een andere wereld kan brengen, zij het een droomfabriek die steeds meer op een Uplace van de Aldi begint te lijken - op zo'n nette hagelwitte ICE-trein stappen, die je in een flinke halve dag makkelijk naar dat glazen Hauptbahnhof brengt dat daar midden in de Duitse hoofdstad ligt.

Het Berlijn van 2016 is zo'n beetje het New York van 1972 en als u niet weet wat ik daarmee bedoel, is er één troost: ik weet het zelf ook niet.

Ik verzin deze dingen namelijk terwijl ik ze schrijf, maar van één ding ben ik wel zeker: ik zou goed in Berlijn kunnen wonen, ook al is mijn kennis van het Duits even beperkt als de kennis van de tweede landstaal bij veel Belgische radio- en tv-reporters van de tegenwoordige generatie.

Wanneer ik daar in Berlijn aankom, leiden mijn voeten mij altijd naar het stadsdeel Mitte, waar ik zeer verknocht ben geraakt aan de Auguststrasse.

Het is eigenlijk een autovrije straat, met dat verschil dat er gewoon auto's doorheen rijden. In beide richtingen, nog wel. En er zijn ook fietsers voorhanden. En moeders met buggy's. En bejaarden met een looprek. En onlangs dus ook twee Belgen.

Wat zeg ik? Ten minste vijf, want mijn gezelschap en ik waren nog maar net de kogeltrein ontstegen of we kwamen al drie Brusselaars tegen, in verspreide slagorde.

Ook zij waren de hoofdstad van Vlaanderen ontvlucht. Om wat kunst te zien, wat bitter bier te drinken, of enkele danspassen te zetten op de vloer van Clärchens Ballhaus, een van de wonderlijkste plekken die ik op deze wereld ken. En ik ben toch al zowel in het Louvre geweest als in de Ikea van Sint-Pieters-Leeuw.

Clärchen is een plek die zich niet laat beschrijven in een paar povere woorden, maar die vanaf het moment dat je haar voor het eerst betreedt, het hele Berlijn-verhaal in één enkele keer vertelt. Er moet namelijk niets, maar er kan veel. De ene mens leert er de rumba dansen, terwijl de andere zich te goed doet aan een stuk saucijs. Soms staat er een heel balorkest van dikke Duitsers te spelen, een andere keer draait een spichtige dj die erg op een meisje lijkt er zijn hele collectie acid techno door. En toen ik er onlangs even was, bleek het gelukkig de avond van Nat King Cole te zijn. Telkens wanneer ik hem hoor, vind ik het erg dat zo'n immense zanger bijna vergeten is. Ik laaf me dan aan zijn ribfluwelen stem die 'Sweet Lorraine' zingt, of het al even fenomenale 'I Almost Lost My Mind'.

Waarom hoor je zoiets nooit eens op de radio?, dacht ik nog, daar bij Clärchen, terwijl ik een halve liter Berliner Pils door mijn nek goot. Het moet toch niet altijd Selah Sue zijn of Pieter Embrechts, Eefje de Visser of Yevgueni?

Wereldtop

Wat mij weer naadloos bij Geert Bourgeois brengt. U herinnert zich die naam wellicht nog wel van bij het begin van dit stuk. Het is de man die onze gouw bestuurt en het altijd over "ons land" heeft wanneer hij die gouw bedoelt. Ooit heeft hij bedacht dat het bruto nationaal geluk van de Vlaming serieus zou stijgen als er wat meer plaatjes op de radio gedraaid zouden worden die geperst zijn uit een grondstof die we, om het eenvoudig te houden, zouden kunnen omschrijven als zijnde 'van eigen bodem'.

De oorspronkelijke idee zal wel geweest zijn: onze eigen artiesten een boost geven. Maar in feite is het een enge, kortzichtige maatregel geworden die uitstekende programmamakers en muzieksamenstellers met handen en voeten bindt aan immer geforceerde playlists, waar middelmatige inheemse muziek altijd een plaats moet krijgen naast de wereldtop.

Soms valt dat eens mee, meestal valt dat eens tegen.

Zelf ken ik één remedie.

Drie woorden.

Nat King Cole!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234