Donderdag 27/06/2019

Alzheimer

“Toen ma een longontsteking kreeg, dacht ik: eindelijk. Ze had geen leven meer, ik snakte naar haar verlossing”

Beeld Margi Geerlinks

In Voor ik het vergeet op Eén bent u drie weken lang getuige van hoe documentairemaker Wannes Deleu bij zijn oma in het rusthuis gaat wonen, maar met lede ogen moet aanzien hoe alzheimer haar geheugen steeds verder uitholt. Het is een problematiek die de Nederlandse voetbalanalist en schrijver Hugo Borst maar al te goed kent. Vier jaar lang beschreef hij de lijdensweg van zijn aftakelende, demente moeder in een aangrijpende column, tot ze in augustus vorig jaar op 89-jarige leeftijd overleed. In een slotaflevering beschrijft hij de laatste week van haar leven.

ZONDAG 12 AUGUSTUS

Ma ligt in de vertrouwde foetushouding op haar antidoorligmatras. Ze ademt hoog en onregelmatig. Ze reageert niet op woorden en aanrakingen. Volgens mij heeft ma koorts, ze voelt klam aan. Ik leg een gekoeld washandje op haar voorhoofd. “Zalig”, zegt ze. Niets zo fijn als je moeder te behagen.

Middaglicht valt door de gordijnen. Wat voor kleur heeft de dood? Is-ie van marmer? Geel? Grijs? Gebroken wit? Melkachtig? Doorschijnend wit? Ma is niet lijkbleek, maar deze onbestemde kleurschakering lijkt me een voorbode. Ik whatsapp naar Karina, mijn vrouw: “Dit kan gewoon niet langer duren dan een maand.”

MAANDAG 13 AUGUSTUS

Mijn broer is laat in de middag bij ma op bezoek. Hij belt. Er is een ontsteking vastgesteld, waarschijnlijk een longontsteking. “Eindelijk”, zeg ik tegen Karina. “Laat dit de vluchtroute zijn.” Laurens heeft nog eens bevestigd aan de arts: “Geen antibiotica!”

Er is een tijd dat je heel bang bent dat je moeder doodgaat. Bij mij speelde dat rond mijn 11de. Er kwam zelfs een jeugdpsychiater aan te pas. De angst heeft lang geduurd, maar is bezworen, en – dat zal je altijd zien – ten slotte wordt je moeder veel te oud. De angst is omgekeerd. Het is een diep medelijden geworden. De laatste drie maanden ben ik boos over haar metamorfose. Ik snak naar haar verlossing.

Laat het vanavond zijn: exact tien jaar geleden stierf ma’s jeugdliefde Henk. Ze zei destijds: “Wat moet ik zonder die man? Ik voel me gehalveerd.” Van die helft weegt ze tien jaar later nog maar een kwart.

Ik los mijn broer af. Vanaf nu is ma terminaal, zegt de arts. Naast ma’s bed is een kastje gezet met een apparaat dat zwevende vlinders op de muur projecteert. Timothy Leary en John Lennon zouden het te gek hebben gevonden. Ma's ogen blijven gesloten, ik geniet van de kalmerende werking.

In ma's oor fluister ik: “Ga maar, ma. Ik hou van je. Het is mooi geweest zo. Dit is geen leven meer. Laat het los. Ga maar naar Henk.” Dat laatste is onzin, pa is nergens. Hij woont alleen nog in onze gedachten.

DINSDAG 14 AUGUSTUS

Hoge kinderstemmen. De zoete inval, ’s middags. Achterkleinkinderen, kleinkinderen, schoondochters en zoons zijn op bezoek. Fotografe en vriendin van de familie Margi Geerlinks legt vast hoe Moos (3) oma’s dunne haren kamt. Balou (5) speelt met haar broertje rond het bed. De ernst ontgaat de achterkleinkinderen, de kleinkinderen laten tranen.

Vanmorgen heeft ma gedronken. Telkens als ze wakker is, wordt haar water aangeboden. Ze leek geen pijn te hebben – pak van ons hart. Ma hoeft nog geen morfine of dormicum, medicatie die het versterven bespoedigt. Niemand spreekt zich expliciet uit over hoelang het nog gaat duren. Het zou een dag kunnen zijn, een paar dagen, zelfs een week, maar niet langer. Met 35 kilo heb je geen reserves.

Ineens gaan haar ogen wijd open. Beetje eng gezicht wel. Ik probeer in haar zichtveld te komen. Ze kijkt door me heen.

WOENSDAG 15 AUGUSTUS

Laurens whatsappt rond het middaguur: “Arts langs geweest, constateert dat het beter gaat en dat herstel zelfs tot de mogelijkheden hoort.”

Ma heeft wat gedronken, er is een beetje vla naar binnen gelepeld. Thuis zeg ik: “Ze overleeft godverdomme hittegolven en longontstekingen.”

Je moedertje zien verdwalen is pijnlijk. De eerste keer in een incontinentieluier. Te horen (ze heeft een blauw oog) dat ze is gevallen. Haar wartaal horen fluisteren. Het graaien in haar eten. Haar naar haar overleden echtgenoot horen vragen en naar haar moeder. Daar had ik allemaal moeite mee. Maar het werd nog erger. Je moeder die niet mocht sterven hangt scheef en krom in haar rolstoel. Haar handen zijn zo misvormd (verkramping) dat ze niet zelf kan eten, daar moet je haar bij helpen. En dan, recent: ze geeft geen knipoogjes meer. Die vond ik altijd zo schattig. Weet ze nog wel wie ik ben? De verzorgende wijst naar doorligwondjes. Ik zie haar in een flits in haar nakie. Ma ziet eruit als een kind met een door langdu­rig honger­lij­den uit­ge­mer­geld li­chaam. Het gesprek met een bekende komt weer boven. Uit verdriet en wanhoop overwoog hij serieus zijn lijdende moeder te smoren met een hoofdkussen. Heb ik weleens aan gedacht, maar nooit overwogen. Ik zal niet beweren dat ma mazzel heeft gehad, maar voor iemand in de laatste fase van alzheimer valt het mee. Pijn, benauwdheid, angst, het lijkt ma allemaal bespaard te blijven.

Laurens, zijn vrouw Jackie, Karina, ik. Om de beurt houden we de wacht. De avond is voor mij. 10 minuten nadat ma is verzorgd, heeft ze pijn. Ze is plots klaarwakker. Haar ogen staan angstig. Ze houdt haar adem in en stoot die daarna steeds met kracht uit.

“Geef mij nou”, zegt ze.

Drie woorden achter elkaar. Dat is weken geleden. Ik aai over haar bolletje.

“Grote stil...”

“Ik ga iemand halen, ma.”

De verpleegkundige ziet mijn moeder pijn hebben. Hij dient haar 5 milligram morfine toe. Hij ziet ook haar onrust en verdwijnt met de mededeling zo terug te komen.

“Je hoeft niet bang te zijn, ma.” Ik pak haar hand.

Ze zegt: “Kom gauw.” En “erg.” Ze kreunt. Ik zeg dat ze moet gaan slapen en ze zegt eerst “Ja!” en een paar seconden later “Slapen.” Ze kreunt.

“Geef me...”

“Rustig, moedertje.” Haar borstkas rijst hoog op. Ik hou haar hand stevig vast. Ze houdt haar adem vast.

“Meer...”

De verpleegkundige is terug. Hij injecteert dormicum, ik geloof 5 milligram. Het kan 20 minuten duren, zegt hij, maar binnen 10 minuten glijdt ma weg in een diepe slaap. Besloten wordt om de morfine om de vier uur te blijven geven. Dat betekent dat ma niet meer wakker zal worden (en dus ook niet meer eet en drinkt). Gelukkig, het begin van het einde. Die nacht blijf ik bij haar slapen op een opklapbed.

Beeld Margi Geerlinks

DONDERDAG 16 AUGUSTUS

Mijn broer neemt het 's ochtends vroeg van me over. Jackie lost hem weer af. Mijn schoonzus heeft Senna meegenomen. De boxer scharrelt 's middags over de woongroep van het verpleeghuis, de meeste bewoners vinden dat leuk. Karina heeft de volgende dienst. “Laat het los, Joke. Ga!” Ma slaapt heel diep. Af en toe is er gesnurk.

Verzorgende Martha heeft de foto van onze vader naast ma in bed gelegd. Ze kan zich niet voorstellen dat ma het weekend haalt.

VRIJDAG 17 AUGUSTUS

Het is nog donker als ik ma's kamertje betreed. Laurens slaapt, hij had nachtdienst. Ik leg mijn hand op ma's hoofd en zet de ventilator uit. Ik leg mijn oor bij ma's mond. Ik weet het niet, ik hoor niets. Ademt ze niet meer? Of is haar ademhaling nog maar heel oppervlakkig? Ze is niet echt koud. Maar ze voelt wel anders.

“Laurens. Volgens mij is ma dood. Maar ik weet het niet zeker.”

Het licht gaat aan. Ik vind ma niet geel of zo. Laurens voelt en luistert ook. Hij weet het ook niet zeker. We bellen de verpleegkundige. Die stelt vast dat ma dood is. Het moet een paar minuten geleden, rond vijven, zijn gebeurd. Stilletjes is ze gegaan, met de ene zoon op een meter en de andere zoon op 100 meter afstand. Ik voel enorme opluchting. Het verdriet om haar verdwijnen had ik onderweg, niet aan het einde van die gruwelijke reis.

We bellen Martha. Ze heeft ochtenddienst. Zij zal onze moeder wassen en afleggen. Karina en Margi helpen mee.

ZATERDAG 18 AUGUSTUS

Een etmaal later halen we ma's kamertje leeg in het verpleeghuis. “Gecondoleerd met je moeder”, zegt iemand tegen me. Mijn broer staat naast me, maar wordt niet gezien. Het gebeurt bij herhaling. Ik vind het pijnlijk. Ma was ook zijn moeder, ma was ook Jackies en Karina's schoonmoeder. Ma is ook door hen bezocht en verzorgd.

Laurens laat een afbeelding zien van Teletekst. Onze moeder staat op pagina 101. We schieten in de lach. Het regent whatsapps, veel politici. Ach, ma had eens moeten weten wat haar ziekte heeft losgemaakt.

Die middag schrijven we op ma's rouwkaart: 'Joke was een zorgzame, pittige vrouw. Laten we niet vergeten dat ze in de eerste 79 jaar van haar leven, waarvan 64 met Henk, veel vrolijke en gelukkige momenten kende. Na de dood van haar jeugdliefde in 2008 verloor het leven voor Joke aan glans en toen kwam ook meneer Alzheimer nog zijn intrek nemen in haar hoofd. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Het is een troostrijke gedachte dat ma's ziekte een hoger doel heeft gediend.'

Fotografe Margi Geerlinks maakte jarenlang intieme portretten van Joke Borst. De expo Ma is nog tot 3 maart te bekijken in Museum Schiedam.

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden