Woensdag 08/12/2021

Opinie

Toelatingsproeven zijn bedroevend inefficiënt, erg onbetrouwbaar en dus onbruikbaar

null Beeld UHasselt
Beeld UHasselt

Prof. dr. Luc De Schepper is rector van de UHasselt. Prof. dr. Erna Nauwelaerts is ere-vicerector van de UHasselt en verbonden aan de onderzoeksgroep Onderzoek van Onderwijs.

Toelatingsproeven voor alle richtingen in het hoger onderwijs lijken onafwendbaar. De Vlaamse Regering heeft zich in haar regeerakkoord vastgepind op de invoering van niet-bindende toelatingsproeven, ten laatste in 2018-2019. En in besparingstijden zijn zulke proeven volgens de pleitbezorgers een handig instrument om de instroom in het hoger onderwijs te beperken - lees: de uitgaven voor studerende jongeren te drukken.

Alleen: als je de nationale en internationale literatuur over de efficiëntie en betrouwbaarheid van selectie- en oriënteringstesten grondig uitspit - en de UHasselt heeft dat gedaan - dan dringt er zich één conclusie op: toelatingsproeven zijn bedroevend inefficiënt, erg onbetrouwbaar en in de praktijk dus onbruikbaar.

VUB-onderzoek, midden jaren negentig, naar de in Cambridge ontwikkelde MENO-test - afgenomen bij meer dan 700 generatiestudenten - legde enkele onthutsende weeffouten bloot. Zo leverde deze denkvaardigheidsproef veel 'vals positieve' en 'vals negatieve' resultaten op. Er waren veel studenten die faalden op de proef, maar tóch slaagden in het eerste jaar, en omgekeerd. Samenvattend toonde het onderzoek dat voor bijna 1 eerstejaarsstudent op 2 de MENO-test een foute voorspeller van studiesucces was.

En dat was nog niet alles. Jongeren uit laaggeschoolde gezinnen scoorden systematisch slechter op de MENO-test dan leeftijdsgenoten van wie de ouders een hoger diploma hadden. Bovendien bereikte de MENO-test haar doel - een significante verhoging van de slaagpercentages - niet. De VUB-analyse toonde dat het slaagcijfer steeg van 49 naar 58 procent, als men de studenten met de 25 procent laagste MENO-scores zou afwijzen. Als men 40 procent van de studenten zou afwijzen, klom het slaagpercentage in het eerste jaar naar 60 procent. Dus: zelfs indien men op basis van de MENO bijna 1 op 2 studenten zou verbieden om te starten, leidde dat niet tot een spectaculaire verhoging in het aantal geslaagden. Het VUB-onderzoek stelde ook vast dat de vooropleiding in het secundair onderwijs en de cijfers die leerlingen daar behaalden, veel betere voorspellers van studiesucces waren dan de MENO-test.

Geen wonder dus dat de VUB het Vlaams ministerie van Onderwijs adviseerde om de MENO-test absoluut niet te gebruiken in het kader van selectie aan de poort.

Toegegeven: de MENO-test en het VUB-onderzoek zijn behoorlijk oud. Maar betere testen hebben zich intussen (nog) niet aangediend. Neem nu de ijkingsproef, vorig jaar voor het eerst afgenomen bij generatiestudenten wetenschappen en toegepaste wetenschappen. Met de proef kunnen studiekiezers zowel een aantal academische basisvaardigheden als hun voorkennis wiskunde testen.

De KU Leuven analyseerde de resultaten van de studenten. En wat bleek? Er was een hoger verband tussen de examenresultaten in februari aan de unief en het puntenpercentage in het secundair (correlatiecoëfficiënt 0,53), dan tussen de resultaten aan de unief en de resultaten op het onderdeel wiskunde van de ijkingsproef (correlatiecoëfficiënt 0,47). We kunnen de voorkennis wiskunde 'aan de poort' met andere woorden wel degelijk inschatten. Maar de resultaten bevestigen wat we al wisten wanneer we naar de behaalde cijfers in het secundair zouden kijken. Waarom zouden we die voorkennis dan nóg eens gaan testen?

Het luik academische basisvaardigheden binnen de ijkingsproef gaf evenmin méér inzicht in slaagkansen. De correlatiecoëfficiënt tussen de behaalde resultaten voor dit gedeelte van de proef met de slaagcijfers van februari bedroeg een schamele 0,27 procent. Veel te laag om van een bruikbare voorspeller te kunnen spreken, dus.

En nog een recent voorbeeld: de Leercompetenties- en Motivatietest (LEMO), die hogescholen en universiteiten nu al enkele jaren facultatief kunnen aanbieden aan hun studenten. De UHasselt legde de LEMO-test voor aan een groep studenten uit verschillende studierichtingen. Uit onze studie bleek dat er zo goed als geen significant verband was tussen de scores van de student op de test en zijn resultaten in het eerste jaar. En tóch wordt die test al jaren op studenten losgelaten.

Voorstanders van toelatingsproeven verwijzen graag naar het toelatingsexamen arts & tandarts - dat in het eerste jaar geneeskunde slaagcijfers van wel 80 procent oplevert. Die hoge slaagcijfers vallen niet te betwisten. Maar in zekere zin zijn ze logisch: dat examen test voornamelijk vakspecifieke (voor)kennis van positieve wetenschappen. Een selectieproef met dat opzet kan wel degelijk een goede voorspeller zijn - dat bleek ook al uit de ijkingsproef. Maar dat het toelatingsexamen het slaagcijfer opkrikt tot 80 procent komt toch vooral omdat het 4 op 5 studenten wegfiltert.

Als we aan al onze faculteiten zo'n hoog percentage studiekiezers zouden afwijzen, dan slaagt in het eerste jaar wellicht ook 80 procent van de overblijvers. Dat impliceert wel dat het aantal afgestudeerden met een universitair diploma in Vlaanderen daalt naar het niveau van... een ontwikkelingsland.

Toelatingsproeven zijn dus niet de oplossing. Daarmee zouden we universiteiten degraderen tot de rol van de augur die in het Oude Rome de wil van de goden aflas van de vlucht van de vogels. Pure wichelarij, dus.

Betekent dat dat we dan maar onze schouders moeten ophalen als zoveel studenten moeite hebben om die kwantumsprong naar hoger onderwijs te nemen? Natuurlijk niet. Daarom werkt de UHasselt, in samenwerking met het secundair onderwijs, aan de uitbouw van een oriënteringstraject. Daarbij is een centrale rol weggelegd voor de klassenraden, die leerlingen niet enkel scoren op vakinhoudelijke factoren (zoals dat nu al gebeurt), maar ook op factoren die volgens internationaal onderzoek evenzeer belangrijk zijn voor studiesucces.

Doorzettingsvermogen en aspiratie bijvoorbeeld. Dit academiejaar hebben we een pilootversie van het traject gelanceerd, samen met een dertigtal Limburgse secundaire scholen. Verder wetenschappelijk onderzoek moet uitwijzen of dat oriënteringstraject valideerbare resultaten zal opleveren. Want we kunnen het toch niet maken om een fundamenteel belangrijk moment in het leven van een jongere te laten afhangen van methodes die niét voor de volle honderd procent waterdicht zijn?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234